Het gaat De Wit om de waarheid

Vandaag start de parlementaire enquêtecommissie- De Wit met de eerste verhoren over de noodhulp aan banken in 2008. Doel is om lessen te trekken voor de huidige Europese schuldencrisis.

Den Haag : 3.10.2008 President van DNB Wellink, premier Balkenende en minister Bos bij de bekendmaking dat Fortis volledige wordt genationaliseerd. © foto Roel Rozenburg

Zijn ze nou helemaal gék geworden in Den Haag? Midden in een enge Europese schuldencrisis gaat een parlementaire enquêtecommissie nog eens uitgebreid de noodhulp van drie jaar geleden onderzoeken. Dat is het hardnekkige beeld waar de commissie-De Wit de komende weken tegen zal moeten strijden. Hier vechten politici niet de vorige oorlog uit, nee, het gaat hier om waarheidsvinding, zegt voorzitter Jan de Wit (SP). En niet om zomaar wat noodhulp. Nog nooit gaf de regering zoveel geld uit in zo’n korte tijd, bovendien op een onrechtmatige manier. De ruim 23 miljard euro die de Nederlandse staat in eerste instantie spendeerde om delen van ABN Amro en Fortis te nationaliseren, gebeurde zonder de wettelijk vereiste instemming van het parlement.

In het dieptepunt van de vorige kredietcrisis gaf toenmalig minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) kapitaalinjecties aan banken, stelde zich garant voor Amerikaanse rommelhypotheken en verhoogde de garantie op spaargeld. Politiek betekende het een wederopstanding van Wouter Bos die vanaf de start van het kabinet Balkenende IV de PvdA in de peilingen zag wegglijden.

Maar was al die noodhulp wel verantwoord? Was het gevoerde crisismanagement goed of slecht? De commissie-De Wit wil lessen trekken uit de ingrijpende overheidsinterventies. „Ook voor nu”. Al eerder onderzocht de commissie de oorzaak en achtergronden van de kredietcrisis. Nu is die opgeschaald naar een enquêtecommissie waar Nederlandse genodigden verplicht zijn te verschijnen en onder ede staan. „Het zwaarste politieke middel dat de Kamer heeft”, liet De Wit vorige week niet zonder trots weten. De komende vijf weken worden vijftig verhoren afgenomen.

Dat betekent direct vuurwerk. Het zal geen toeval zijn dat vandaag, op de eerste dag van de openbare hoorzittingen, bankier Jan Peter Schmittmann op het programma staat. De voormalig bestuurder van ABN Amro is in Nederland tegen wil en dank hét gezicht van hebzucht in de financiële sector geworden. Hij ontving 1,75 miljoen euro welkomstbonus na de opsplitsing van ABN Amro door drie buitenlandse banken, alleen maar omdat hij bij de Nederlandse bank bleef. Na de redding door de staat verliet hij de bank met 8 miljoen vertrekpremie – hij deed daarbij al vrijwillig afstand van de helft van zijn vergoeding, want hij had volgens afspraken recht op 16 miljoen euro.

In de eerste onderzoekronde kwam De Wit al tot de conclusie dat het gevaar voor nieuwe problemen in de financiële sector geenszins geweken was. De oorzaken van de kredietcrisis van 2008 zouden tot een nieuwe crisis kunnen leiden die „wellicht vele malen groter zijn dan nu”, was de waarschuwing in mei 2010.

De politieke interventies van drie jaar geleden die De Wit gaat onderzoeken, zijn nu ook weer aan de orde van de dag. En er lijkt weinig veranderd aan de oorzaken. Eerst gebruikten banken en huishoudens te veel krediet, nu zijn dat banken, huishoudens én overheden geworden. Een fundamenteel probleem blijft dat financiële instellingen te groot zijn. Daardoor kan de samenleving zich een bankroet van grote banken niet permitteren. Die banken worden per definitie gered. Valt ie op rood, dan word je gered. Valt ie op groen, dan heb je de jackpot. Bij zulke prikkels is het geen verrassing dat banken te veel risico zijn blijven nemen. Met name Europese banken hebben nog steeds hun omvang opgepompt. Zij hebben gretig gebruik gemaakt van de regel dat staatsleningen risicovrij zijn en daarom geen kapitaalbuffers vergen.

Econoom Bas Jacobs: „De politiek staart zich blind op de bankbelasting en de topbeloningen, maar doet niets aan de rot in de fundamenten van het banksysteem. Er is veel te weinig in Nederland en daarbuiten gedaan om het bankenstelsel te hervormen. Mede daardoor kan de Eurocrisis zo hard toeslaan: het Zuid-Europese schuldenprobleem is het Noord-Europese bankenprobleem. Nederland moet nog steeds een discussie voeren over de omvang van banken, want het too-big-to-fail probleem is niet opgelost.”

De vorige oorlog is kortom nog altijd actueel. Maar is de enquêtecommissie voldoende toegerust om de strijd met de financiële wereld en de overheid aan te gaan?

De onderzoekscommissie De Wit kreeg vorig jaar veel kritiek. Financiële expertise ontbrak en daardoor was van een echt gesprek, laat staan een verhoor, geen sprake. In veel gevallen werden lijstjes met vragen afgewerkt en konden hoofdrolspelers in de crisis gemakkelijk wegkomen. Met het enquêtewapen in handen, kan dat minder gemakkelijk, maar hoe zit het met de expertise? Met de ploeg van vorig jaar is er één verschil: daarin zat een econoom. In de huidige ploeg niet (zie kader).

„Ik hoop dat de parlementariërs iets geleerd hebben van de ervaringen in de eerste ronde, maar de materie is zelfs voor economen al heel complex”, zegt Sylvester Eijffinger, hoogleraar financiële economie. Hij constateert dat van de aanwezige financiële deskundigheid in de Tweede Kamer nauwelijks gebruik is gemaakt. „Jammer dat Kamerleden als Wouter Koolmees, Ed Groot en Elbert Dijkgraaf niet meedoen. De econome Jolande Sap behoorde vorige keer – samen met Edith Schippers - tot degenen die overeind bleven.”