Griekse overgangsregering tot stand door handjeklap

Premier Papandreou zal de overgangsregering niet gaan leiden.

Volgens machteloze burgers kan alleen een revolutie de politieke kluwen ontwarren.

Toen Stefanos Vlastos (40) na een carrière in de financiële wereld in 2006 op het ministerie van Toerisme begon, keek hij met stijgende verbazing hoe de vergaderingen van de vele afdelingshoofden verliepen. „Mensen kwamen binnen, somden hun onderwerpen op, en vertrokken daarna weer”, vertelt hij. Er werden geen besluiten genomen. Er werd geen overleg gevoerd.

Het is typisch Grieks, zegt Vlastos ’s ochtends aan de koffie in Athene. Samenwerken is de uitzondering op de regel. „We zijn compleet op onszelf gericht. Kijk hoe onze economie in elkaar steekt. 90 procent van de bedrijven bestaat maar uit een, twee of drie mensen.” Inmiddels heeft Vlastos de ambtenarij weer verlaten en is hij beheerder van een fonds dat in jonge ICT-bedrijven investeert.

Om Griekse politici tot een compromis te dwingen was twee jaar financiële crisis nodig, gevolgd door de dreiging om uit de euro te worden gezet. Dat er gisteravond, luttele uren voor de door de EU gestelde deadline, een overgangregering tot stand kwam van de twee grootste partijen, Pasok en Nieuwe Democratie, staat gelijk aan een revolutie.

De overgangsregering zal het land besturen totdat het Europese hulppakket is goedgekeurd. Daarna zullen er nieuwe verkiezingen worden gehouden. Premier Papandreou zal de overgangsregering niet gaan leiden. Vandaag praat hij met de oppositie verder over wie die regering wél zal leiden.

De afgelopen 37 jaar was steeds één partij aan de macht. De conservatieve partij Nieuwe Democratie en de socialistische partij Pasok regeerden om en om. In 1989 dwong de verkiezingsuitslag tot een brede nationale coalitie, maar die viel na minder dan vijf maanden uit elkaar. Bij een wisseling van de macht lieten de scheidende ministers routineus alle relevante dossiers door de papierversnipperaar halen en harde schrijven wissen. Geen reden om je rivaal het regeren makkelijk te maken.

Of de rivalen elkaar nu wel, in een overgangsregering, zullen vinden, is op zijn minst twijfelachtig. De Griekse kranten beschreven gisteren geen inhoudelijke onderhandelingen, over een regeerakkoord of over een Griekse strategie voor de verdere relatie met de EU. Ze hadden het over pazari, handjeklap.

Het lijkt geen einde van een tijdperk, maar eerder een herhaling van de afgelopen dertig jaar. In die tijd gingen politieke partijen in toenemende mate functioneren als banenmachines, en raakten ze volledig vergroeid met de sociale partners; dezelfde partners waarmee ze nu zouden moeten onderhandelen.

Om die kluwen te ontwarren en die cultuur te doorbreken is een revolutie of staatsgreep nodig, zo wordt de afgelopen maanden steeds vaker gezegd door zich machteloos voelende burgers. Het nieuws dat de minister van Defensie vorige week vrijwel de hele legertop liet vervangen, zorgde op internet voor veel gespeculeer. Volgens het ministerie was het een lang geleden genomen besluit, dat nu wat ongelukkig getimed was.

Ex-ambtenaar Vlastos geeft een doorbraak nog weinig kans van slagen. „Ze proberen nog steeds het oude systeem bij elkaar te houden”, zegt hij. „Er wordt van ze gevraagd het hele systeem te ontmantelen, in te gaan tegen hun familie en vrienden.” Hij stelt zelf hardop de vraag of het geen tijd is dat zelfs mensen zoals hij – jasje-dasje, niet onbemiddeld – de straat op gaan en in opstand komen. „Vrienden overwegen dat. Die zeggen het niet meer aan te kunnen zien.”

In een café verderop trekt socioloog en econoom Aristos Doxiadis een vergelijkbare conclusie. Misschien kunnen ze tot een compromis komen, zegt hij. „Als ze zien dat er een risico bestaat dat razende Grieken hen anders het land uit zetten. Mensen worden heel boos.” Maar het probleem van Griekenland is een gebrek aan vertrouwen, zegt Doxiadis, die onlangs met een groep gelijkgezinden een beweging is begonnen: Sociale Link. „Jullie in Noord-Europa worden grootgebracht met het idee dat samenwerken het beste is en dat iedereen zich aan de regels zal houden. Tot iemand ze breekt”, zegt hij. „Wij hebben omgekeerde aannames. Wij gaan ervan uit dat iemand de regels zal breken. Dan kunnen we maar beter zelf de eerste zijn.”

Het gebrek aan samenwerking is hardnekkig. Toch zijn er voorzichtige tekenen dat er iets verandert. Neem de club intellectuelen van Sociale Link. Het is een beweging van onder meer afgezwaaide Pasok-politici en activisten die op termijn een politieke partij zou kunnen worden. Ze pleiten voor een Griekse toekomst als moderne rechts- en welvaartstaat. „Mensen die iets positiefs doen worden geïsoleerd”, zegt Doxiadis. „Er is hier een cultuur van protest, van opkomen voor eigenbelang.”

Een coalitieregering is een kleine stap vooruit, concludeert hij. Maar een cultuurverandering is het niet. Hij pleit voor intensieve bemoeienis en begeleiding van de EU. Niet af en toe controleren, aldus Doxiadis. ,,Blijf. Leg uit. Dan zul je bondgenoten in Griekenland vinden.”

    • Marloes de Koning