Ertussenuitpiepvaardigheden

Een vriend van mij neemt op feesten geen afscheid. Zodra hij besluit om te vertrekken, pakt hij zijn jas en piept er tussenuit. Daar ben ik nogal jaloers op. Ik ben een ronduit slechte gedagzegger. Mijn reputatie is inmiddels zo berucht dat mijn vriend maatregelen neemt als: “Renske, ik wil zo graag vertrekken. Als jij

Een vriend van mij neemt op feesten geen afscheid. Zodra hij besluit om te vertrekken, pakt hij zijn jas en piept er tussenuit.

Daar ben ik nogal jaloers op.

Ik ben een ronduit slechte gedagzegger. Mijn reputatie is inmiddels zo berucht dat mijn vriend maatregelen neemt als: “Renske, ik wil zo graag vertrekken. Als jij nou vast iedereen gedag gaat zeggen, drink ik nog een paar biertjes, eet deze bak kroepoek leeg, alfabetiseer even de boekenkast en maak mijn gesprek over het superkapitalisme in de VS van de jaren dertig af, oké?”

Als ik afscheid neem, ga ik braaf zo’n twintig mensen in de ruimte langs, en elke poging verloopt ongeveer zo:

-Ik ga weg!

-Nee!

-Ja! Ik moest eigenlijk al een half uur geleden weg. Nu moet ik een half uur tegen de tijd in fietsen.

-Jammer.

-Ja, we hebben het nog niet eens over de sportschool gehad! Ik ga nu elke dinsdag, en ik vind het er fijn maar in de kleedkamers hangt soms zo’n medicinale lucht, alsof iemand in plaats van deodorant chloroform gebruikt ofzo, en is het jou ook opgevallen dat die ene Russische lerares altijd een soort sekskreun maakt als ze… O, shit, mijn vriendje heeft zijn jas al aan. Ik moet echt gaan! Zie ik je snel weer?

-Ja, is goed.

-Zullen we anders weer eens naar de film? Ben je al naar Drive geweest? Het lijkt me eigenlijk vervelend want het is met auto’s enzo, maar het krijgt zulke goede recensies, dus nu wil ik er toch heen. Zou jij liever Ryan Gosling doen of Ryan Reynolds?

-Is dat niet je vriendje, daar buiten bij het fietsenrek?

Nu zijn er naast de weer-in-een-gesprek-raak-momenten op feesten wel meer gevaren voor de slechte gedagzegger. Bijvoorbeeld een gesprek met een andere slechte gedagzegger. Vooral aan de telefoon kan dit een zenuwslopende gebeurtenis worden: je wilt wel ophangen – je wilt het zelfs heel erg graag – maar doordat je allebei niet de nodige daadkracht bezit, blijf je eeuwig steken in een loop van loze bijna-ophang-zinnen. Dat klinkt ongeveer zo: “Ja… ja, oké. Nou. Is goed. Oké. Tot morgen hè. We bellen. Doei-doei. Ja. Fijne avond hè? Oké. Ja, morgen bellen we. Ik ga nu ophangen. Goed. Tot morgen dan. Dag hoor. Ja.”

Maar het allermoeilijkste is: gedagzeggen tegen een dronken gezelschap. Mensen die dronken zijn, vinden het doorgaans héél érg stóm dat je weggaat, ook al zijn ze je de afgelopen twee uur vergeten omdat ze alleen maar op Ke$ha’s ‘Tik Tok ’ wilden dansen. Dus moet een gedagzegger zich uit deze ijzeren klem loswrikken: “Neeeeeeeeeeee. Niet weggaan! Zo ongezellig! Nee joh bij zo’n werkevaluatie is het juist goed als je wat losser bent en gin-tonic geeft helemaal geen kater en je moet toch zeker ook leven, ja toch, nu ben je nog jong MAAR STRAKS BEN JE DOOD en o! ik hoor ‘Tik Tok’! Kom dansen!”

Misschien moet ik visitekaartjes drukken met daarop: Leuk je weer te zien! En doei!

En ondertussen mijn ertussenuitpiepvaardigheden trainen.