De kwetsbare afweer van de vroegere topdrie

Verdedigen blijkt voor veel ploegen een hele opgave. Zeker als de tegenstander met lef speelt. Het publiek geniet, zoals in de Utrechtse Galgenwaard waar maar liefst tien doelpunten vielen.

Als verdedigen een kunst is, is het met de artisticiteit bij Ajax, PSV en Feyenoord momenteel slecht gesteld. Ajax en PSV hebben na twaalf speelronden al meer tegendoelpunten geïncasseerd dan de twee seizoenen ervoor. Feyenoord deed het alleen vorig seizoen slechter, maar dat was in z’n geheel een sportief rampjaar. Rechtvaardigen die cijfers de conclusie dat er door de (voormalige) topclubs slecht wordt verdedigd? Tot op zekere hoogte.

De kille cijfers geven geen ruimte voor nuance. Ajax en Feyenoord hebben nu al meer dan twintig tegendoelpunten moeten toestaan. Alleen FC Utrecht, ADO Den Haag, Roda JC, De Graafschap, VVV en Excelsior overleggen slechtere cijfers. PSV doet het met veertien tegentreffers minder slecht, maar ten opzichte van de twee voorgaande seizoenen is ook dat een belabberde score. Het aantal tegendoelpunten van PSV kwam in de jaren ervoor na twaalf speeldagen nooit boven de tien.

De cijfers spreken voor zich, evenals de waarneembare kwaliteit van verdedigers. Ajax-trainer Frank de Boer buigt al het hele seizoen zijn hoofd over de samenstelling van zijn verdediging. Moet hij met drie of vier verdedigers spelen? Voor de linksbackpositie heeft hij al vier keer van speler gewisseld en in het centrum staan afwisselend routinier André Ooijer en de jongere Belg Toby Alderweireld.

Daar kwam de laatste weken nog eens de vormcrisis van rechtsback Gregory van der Wiel bij. De enige constante factor in de Ajax-verdediging is de oorspronkelijke middenvelder Jan Vertonghen.

De afstemming klopt (nog) niet in de verdediging van Ajax. Elementaire vaardigheden als een tegenstander uitschakelen of het tegenhouden van ballen blijkt een hele opgave, zeker als de tegenpartij met lef speelt. Positioneel wordt de verdediging maar al te vaak met opvallend gemak uit elkaar gespeeld. Schrijnend voorbeeld was gisteren het duel met FC Utrecht, dat met meer opportunisme dan gogme zes keer wist te scoren.

Bij PSV heeft trainer Fred Rutten een vergelijkbaar probleem. Op rechts is de Bulgaar Stanislav Manolov een beperkte verdediger. In het centrum rouleert hij met Marcelo, Wilfred Bouma en Timothy Derijck; allerminst een teken van vertrouwen. En door blessures van de linksbacks Erik Pieters en Abel Tamata is de defensieve betrouwbaarheid nog eens afgenomen.

De kwetsbaarheid van de afweer werd vorige week donderdag in de Europa League aangetoond door Hapoel Tel Aviv. Zelfs die zwakke tegenstander wist met gedurfd spel drie keer te scoren.

De verdediging van Feyenoord leidt tot een structurele klaagzang van mensen die er verstand van hebben. De kritiek op Ron Vlaar verstomd maar niet en voor de rechts- als linksbackpositie wisselt trainer Ronald Koeman veelvuldig van naam. Zelfs 21 tegentreffers passen niet bij de ambitie van Feyenoord.

Hoewel er het nodige schort aan het vakmanschap van de huidige generatie verdedigers, valt hen niet alle misère kwalijk te nemen. Een verdediging kan ook ontlast worden door aanvallers en middenvelders. Het Nederlands elftal en Barcelona zijn daarvan voorbeelden. Die ploegen hanteren pressing, een systeem waarbij de opbouw van de tegenstander dermate vroeg wordt gestoord dat vaak al in een vroeg stadium de bal wordt heroverd. In die teams staan verdedigers minder onder druk.

Tegenover de wanordelijke verdediging van zowel Ajax, Feyenoord als PSV staan de solide defensies van AZ en FC Twente, niet geheel toevallig de nummer één en twee van de eredivisie. Tegen die ploegen is nog maar acht keer gescoord. En daarmee scoort vooral AZ significant beter dan de twee vorige seizoenen toen er na twaalf wedstrijden achtereenvolgens vijftien en twaalf tegentreffers werden geïncasseerd.

Een andere positieve uitzondering is Vitesse, maar dat is ook logisch na twee slechte seizoenen. Maar Heerenveen en FC Groningen, twee ambitieuze ploegen, hebben in deze fase meer tegendoelpunten dan de vorige seizoenen.

De slechte cijfers en alle kritiek ten spijt, pleit voor de huidige voetbalverdedigers dat hun daden onder het vergrootglas van de televisie liggen. Grove overtredingen worden uitvergroot en oneindig vaak herhaald. In het verlengde daarvan zijn de laatste decennia de richtlijnen voor de scheidsrechters danig aangescherpt.

Oud-international Rinus Israel, die eindjaren zestig en beginjaren zeventig bij Feyenoord een spijkerhard verdedigingsduo met Theo ‘De Tank’ Laseroms vormde, vertelde eens dat hij volgens de huidige maatstaven bijna geen duel had kunnen uitspelen.