De geschiedenis naar je hand zetten

Het boek Verleden in verf toont in veertig schilderijen de Nederlandse geschiedenis.

De auteurs kozen voor nrc.next de zes meest kenmerkende werken. Wat maakt een historisch schilderij geslaagd?

Nederlanders houden niet van historieschilderkunst. Dat wist ook Jacob Jacobszoon de Vos, een rijke verzekeraar die in het midden van de negentiende eeuw in Amsterdam woonde. Jacob vond dat de Nederlandse overheid in zijn tijd veel te weinig geld in de kunsten stak. Bovendien hadden Nederlanders te weinig aandacht voor hun eigen geschiedenis – soms verandert er verrassend weinig, door de eeuwen heen. De Vos besloot echter een daad te stellen: hij gaf opdracht tot het schilderen van een ‘historische galerij’. Het resultaat was opmerkelijk: tussen 1850 en 1863 maakten schilders als Jozef Israëls, Charles Rochussen, Barend Wijnveld jr. en A.F. Zürcher maar liefst 253 ‘olieverfschetsen’ en tien kleine beelden die de belangrijkste momenten en figuren uit de Nederlandse geschiedenis markeerden. Deze varieerden van Een Kaninefaat bespot keizer Caligula om zijn overwinning op de zee tot Schaatsenrijders wijzen koning Willem III de weg tijdens de watersnood in de Bommelerwaard. Alleen: De Vos rekende buiten de tijdgeest. Toen zijn galerie in 1863 af was, waren kunstenaars veel individualistischer geworden en was men uitgekeken geraakt op het nationalisme – De Vos’ galerie raakte bijna meteen in de vergetelheid.

Toen wij begonnen aan het samenstellen van Verleden in verf – De Nederlandse geschiedenis in 40 schilderijen, stuitten we al snel op de collectie De Vos; en beseften dat deze galerij wel erg ver af stond van wat wij wilden bereiken. Dat kwam ongetwijfeld voor een deel doordat de meeste De Vos-doeken stilistisch en schildertechnisch niet erg bijzonder zijn. Erger was dat de Egenbergers, Zürchers en Wijnvelden elke historische gebeurtenis hadden verbeeld volgens exact hetzelfde stramien: alsof het de climax was van een romantisch toneelstuk. Maar al snel realiseerden we ons dat juist die subjectiviteit – soms nadrukkelijk, soms heel subtiel – het genre zo fascinerend maakt.

Historieschilderijen zijn zelden objectief, willen dat ook niet zijn, want de schilder werkt bijna altijd in opdracht van – of op zijn minst uit sympathie voor – een van de kampen die aan de afgebeelde gebeurtenis zijn verbonden. Dáár lag dus het verhaal van ons boek: historieschilderkunst is niet interessant omdat kunst een goed middel is om de geschiedenis objectief weer te geven, maar juist omdat ze laat zien hoe kunstenaars en geschiedschrijvers gebeurtenissen naar hun hand proberen te zetten, naar hun belang te plooien.

Zo kwamen we bijna vanzelf uit bij de kernvraag van Verleden in verf: ‘waarom zo?’ Waarom schilderde Rembrandt Claudius Civilis als eenzame roverhoofdman met een enkel oog? Waarom toont Velázquez de Spaanse commandant Ambrogio Spinola meer als een gentleman dan als een daadkrachtig militair? Wat zien we niet op Dirk Valkenburgs Plantage in Suriname (1707) en juist wél op Portret van Erasmus van Hans Holbein? Wat is het verband tussen het gruwelijke schilderij De lijken van de gebroeders de Witt en The Neighbour van Marlene Dumas? Dit soort vragen werd de leidraad van dit boek: van elk geselecteerd schilderij laten we niet alleen zien dat het een belangrijk moment verbeeldt uit onze nationale geschiedenis, we hopen ook te kunnen uitleggen waarom een schilder deze voorstelling op deze manier heeft verbeeld. Omdat de geschiedenis nooit vaststaat – en elke tijd zijn eigen historische galerij nodig heeft.

boek

Verleden in verf – De Nederlandse geschiedenis in 40 schilderijen.

Athenaeum-Polak & Van Gennep, 272 blz., € 29,90

    • Pieter Steinz
    • Hans den Hartog Jager