De columns van Linda

Hoe verklaar je het succes van Linda de Mol? De populairste opvatting is dat ze zo gewóón is gebleven. Al presenteert ze het best bekeken tv-programma van Nederland, heeft ze succes in Duitsland, is ze actrice en is er een tijdschrift met haar naam erop: ze is heel gewoon gebleven.

Nu is er sinds vorige week LINDA. de columns (Nieuw Amsterdam, € 14,95), een bundeling van die uit haar eigen tijdschrift. Dat is natuurlijk niet gewoon – maar de presentatie van het boek geeft al aan dat Linda zich dat goed realiseert: een grote hoornen bril, het haar in een strenge scheiding en in een juffenknot.

‘Ik schrijf ze echt zelf’, staat er op de cover. Waarmee de spot wordt gedreven met het idee van dom blondje en waarmee Linda accentueert dat ze gewoon genoeg is om de anekdotes uit haar eigen leven te noteren. Al moet ze dus wel het haar opsteken en een bril opzetten. Als je ze leest twijfel je er trouwens geen moment aan dat ze de columns zelf geschreven: ze zijn in kabbelende spreektaal.

Het is een dubbele boodschap waar je lang over zou kunnen peinzen, maar daar schiet je niets mee op. Lezen dus; over ‘een gewoon leven’. In de wereld van Linda de Mol bestaat ‘een dagje vrij’ uit ’ns lekker moederen': zélf de kinderen ophalen van school, de boterhammetjes smeren, enzovoorts. En zo ontdekt Linda wat elke ouder allang weet: dan gaat de tijd verbluffend snel. Góh!

Het is wat leuker om te lezen over het filmen van een scène in Gooische Vrouwen waarbij De Mol iemand oraal moest bevredigen, waarbij ze zó de slappe lach kreeg dat de schokbewegingen er al onmiddellijk volkomen naturel uitzagen. Maar ook hier is de subtekst natuurlijk: ik mag hoofdrolspeler in Gooische Vrouwen zijn, ik giebel óók over seks.

Het probleem dat je als bekende Nederlander zo zeer door de roddelpers op de huid wordt gezeten dat het ‘een mission impossible is geworden om een beetje behoorlijk vreemd te gaan,’ is natuurlijk niet gewoon. Dus verklaart ze direct ‘niet de geringste behoefte’ te voelen, en ergert ze zich net als haar Linda-lezeressen aan de Rebecca Loos-en van deze wereld.

De columns zijn kortom een pingpongspel tussen gewoon en uitzonderlijk. Linda heeft wat tips voor hotels – want daar slaapt ze natuurlijk veel vaker dan ‘gewone’ mensen – maar haar wensen zijn wel weer heel gewoon, zoals een raam dat open kan: ‘ik snap dat jongens als Herman Brood het voor openraamslapers een beetje verpest hebben, maar hoe groot is dat risico nou helemaal?’

En zo kun je lezen wat Linda ruim 7 jaar lang bezighield. Ze schrijft een briefje aan Willem Alexander, waarin ze uitlegt dat mensen haar ooit als de ideale partner voor hem zagen (heel gewoontjes), is tijdens vakanties graag de Ma Flodder van de Glamourwereld, etc. Het is een liedje van schijn en wezen –- maar dan, ook al doet Linda anders voorkomen, wel een heel gewoon liedje.

Toef Jaeger

    • Toef Jaeger