De bunker

Elke gevangene begint in het donker, in volstrekt isolement. Bij goed gedrag verhuist hij naar een cel met meer licht en ruimte.

Dat is het gevangenisontwerp van Fleur Agema. Kunstenaar Jonas Staal realiseerde haar ontwerp in een boek, film, maquette en theaterstuk.

‘De bunker. Het betonnen gebouw is berucht en alle gedetineerden brengen de eerste tijd van hun straf hier door. […] Ik zie een grote betonnen blinde muur voor me […] Tot zover als ik kan zien is het hele terrein bedekt met grind, het grind is zwart van kleur.”

Dat schrijft Fleur Agema, Tweede Kamerlid voor de PVV, in 2004, in haar masterscriptie voor de opleiding architectuur aan de Hogeschool voor de Kunsten (HKU) in Utrecht. De scriptie, 344 pagina’s, fraai gebonden en verpakt in een matte zwarte doos, wordt bewaard in de bibliotheek van de HKU. Beeldend kunstenaar Jonas Staal stuitte erop toen hij voor een eerder project onderzoek deed naar Agema.

Staal heeft Agema’s gevangenisontwerp geleend, gelezen en samen met drie architecten ‘gerealiseerd’, in de vorm van een film, maquette en een theaterevenement. Afgelopen week verscheen eerst het boek, Gesloten Architectuur, waarin hij Agema’s schetsen in confronterende computertekeningen tot leven wekt. Dat mag: een masterscriptie is openbaar bezit en mag worden gebruikt voor onderzoek.

Staal is een politiek geëngageerde kunstenaar van progressief-liberale snit. Agema is een rechts-populistisch politica. Maar hun levens zijn minder ver van elkaar verwijderd dan je zou denken, zegt Staal. „We zijn ongeveer even oud en hebben allebei een kunstvakopleiding aan de AKI in Enschede doorlopen. Door omstandigheden zijn we aan twee uitersten van het politieke spectrum beland. Dat is een van de redenen dat ik mij voor haar en haar maatschappijvisie ging interesseren. Met dezelfde bagage kun je blijkbaar een volstrekt andere afslag nemen.”

Die afslag kondigt zich al aan bij Agema’s afstuderen, wil Staal in zijn boek laten zien. Tucht en conditionering staan in haar gevangenissysteem centraal. Het ontwerp bestaat uit vier fasen: ‘De bunker’, ‘het wennen’, ‘het wachten’, en ‘het licht’. Elke gevangene begint in het donker, in volstrekt isolement. Bij goed gedrag verhuist hij naar de volgende fase, met meer licht en ruimte. In haar ontwerp komt er in de cel in elke fase een raampje bij, lichten de betonnen wanden steeds iets op, en verkleurt het grind op het terrein van zwart via donkergrijs en lichtgrijs naar wit. Wie niet presteert, wordt achteruitgezet in het programma.

Staal: „Het is bijna karikaturaal; de verschillende fasen, hoe ze met licht werkt. Op heel letterlijke wijze wordt het ‘kwaad’ van de gevangenen weerspiegeld in hun omgeving. Gedraagt iemand zich niet goed, dan verdwijnt hij steeds dieper in de duisternis. Agema wil gedetineerden heropvoeden in een simpel systeem van straffen en belonen – dat getuigt van een extreem conservatief wereldbeeld.”

In de uitwerking van Staal is ‘de bunker’ een deprimerende, beangstigende omgeving. Het massieve gebouw is groots, donker en dreigend; opgetrokken uit zwart en grijs beton en omringd door torenhoge hekken. Minuscule reepjes raam kunnen maar nauwelijks het gesloten karakter van het bouwwerk doorbreken. Het spreekt vanzelf dat ze weinig licht toelaten. De cellen zelf zijn betonnen holen. Het bed een stenen verhoging met een matrasje erop, de wc een betonnen uitstulping met een gat erin. Een spleet in de muur geeft een streepje licht. Er kan geen gordijn voor.

Strenge, spartaanse architectuur is het. Wie Staals uitwerking ziet, denkt meteen: hij moet gemanipuleerd hebben. Het is geen geheim dat Staal kritiek heeft op het gedachtegoed van de PVV: eerder maakte hij bermmonumenten voor partijleider Geert Wilders. Maar volgens Staal is Agema’s ontwerp zo gedetailleerd dat het geen ruimte laat voor twijfel: zo heeft zij het bedoeld. „Als zij het ziet, zal ze denk ik moeten erkennen dat het precies is wat zij voor zich zag, en mogelijk zelfs beter. Natuurlijk, ons wereldbeeld verschilt fundamenteel. Maar mijn doel was zo precies mogelijk haar idee uit te werken. Door dat te doen, wordt haar ontwerp in mijn ogen een aanklacht tegen zichzelf. Ik verzet mij tegen het idee van een gesloten, repressieve samenleving. Maar een groot deel van haar achterban zal haar ontwerp zoals ik het heb gerealiseerd een prima plan vinden.”

In haar scriptie bezoekt Agema fictief haar eigen gevangenis. Dat levert opmerkelijk proza op. „De beveiliging en de hekken geven mij een beklemmend gevoel”, schrijft ze. Wanneer zij een cel bezoekt in de bunker, lijkt ze zich te verbazen over de spartaanse omstandigheden. „Oei, wat is het hier klein en laag ook. […] Dat is het dan: een bed, een wc, een wastafel en een spleet in de muur die de naam raam niet eens mag dragen.”

Fascinerend, vond Staal. „Ze lijkt gechoqueerd door de omstandigheden, maar die heeft ze zelf bedacht! Ik vond dat een voorbeeld van de dubieuze kracht van de verbeelding. Aan de ene kant is die het mooiste wat de mens bezit, we kunnen dingen verzinnen die onszelf overstijgen. Maar dat ze ons overstijgen en we ze vervolgens buiten onszelf plaatsen alsof we er niet verantwoordelijk voor zijn, is tegelijk een groot gevaar. Dit is daarvan een voorbeeld.”

De laatste fase van haar gevangenis, Het Licht, ontroert Agema zelf. „Ik zie voor mij een zeer indrukwekkend, haast lichtgevend gebouw […] de zon weerkaatst als een glimmende schittering op het natuursteen, prachtig vind ik het”, schrijft ze. En: „Ik krijg een lentegevoel over me”. In de fase van ‘Het Licht’ verbouwen gevangenen hun eigen voedsel in kassen en moestuinen, ze hebben inpandig de beschikking over winkeltjes; een wasserette, kapper, kiosk en een snackbar. Hier worden gedetineerden in een gesimuleerde werkelijkheid voorbereid op hun terugkeer in de samenleving. In de definitieve versie van haar ontwerp zijn de fasen later iets aangepast, en krijgen ze militaire termen als naam: ‘Het Fort’, ‘De Legerplaats’, ‘Artillerie Inrichting’ en ook ‘De Wijk’. Bij De Legerplaats leven gedetineerden in tenten, half onder de grond. De Wijk is een imitatie-vinexwijk met camerabewaking.

In zijn boek probeert Staal een relatie te leggen tussen Agema’s toenmalige ontwerp en haar huidige maatschappijvisie. In de inleiding constateert hij dat Agema’s heropvoedingsmodel weinig ruimte laat voor intellectuele ontplooiing. Zo is er nergens een bibliotheek. Het motiveren van de gedetineerden gebeurt uitsluitend met het verstrekken van luxeproducten: als ze zich beter gedragen krijgen ze de beschikking over moderne apparatuur en sportfaciliteiten. Als zodanig is het gevangenismodel van Agema een fabrieksmatige plek, stelt Staal, „waar dissonanten binnentreden en hardwerkende Nederlanders uit behoren te komen.”

Zo sluit haar ontwerp volgens de kunstenaar aan bij een bredere maatschappijopvatting die nu ook buiten de PVV opgang maakt: het streven naar een samenleving gericht op discipline, efficiency en productiviteit, waarin alle ‘onproductieve elementen’ worden weggezuiverd. Staal: „Hier zijn het gevangenen, maar het zijn in de PVV-ideologie net zo makkelijk moslims, werklozen of kunstenaars. Iedereen die niet past in hun productiviteitsmodel wordt uitgesloten.”

Uitsluiting is een leitmotiv geworden in Staals onderzoek naar Agema. Daarbij begeeft hij zich voorzichtig ook op persoonlijk gebied: hij gebruikt Agema’s biografie – voor zover ze daar zelf openheid over heeft gegeven – om haar verhouding tot het fenomeen uitsluiting te onderzoeken. En komt dan uit bij de spierziekte die zich tijdens haar masterstudie manifesteerde en die een carrière in de architectuur onmogelijk maakte, nog voordat die echt begon: in 2003 is zij als architect arbeidsongeschikt verklaard.

Ze maakt dus een gevangenisontwerp, schrijft Staal in zijn boek, precies op het moment dat zij gevangen raakt in haar eigen lichaam. Na haar gedwongen afscheid van het architectenbureau waar ze werkte, sluit Agema zich in 2003 aan bij de Lijst Pim Fortuyn. In 2006 volgt de PVV.

Staal: „Het is moeilijk om die persoonlijke ontwikkeling los te koppelen van haar politieke opvatting.” Volgens Staal, die zich baseert op interviews, heeft Agema voordat ze ziek wordt geen aantoonbare interesse in de politiek. „Maar wanneer haar ziekte zich manifesteert, begint ze te werken aan haar gevangenis, en zoekt contact met de LPF.”

Het brengt Staal tot de veronderstelling dat Agema’s ziekte en de uitsluiting die erop volgt, maken dat zij afslaat in de richting die haar uiteindelijk ideologisch lijnrecht tegenover hem plaatst. „Voor mij laat dit zien aan welke toevallige condities onze overtuigingen onderhevig zijn. Je kan geluk hebben of ziek worden. Daar heb je geen controle over, maar het vormt je wel.”

Na het ongewenste einde van haar architectencarrière slaat Agema in de woorden van Staal „dramatisch terug”: met haar politieke loopbaan en de invloed die die haar verschaft. „Daarin zie ik een parallel met haar electoraat. Die groep, die zich duidelijk ook uitgesloten voelde, sloeg terug in de opkomst en snelle groei van de PVV. De steun aan die partij zegt iets over ons systeem, dat blijkbaar niet in staat is iedereen te vertegenwoordigen.”

Zo wordt zijn kunstproject discussiestuk: „Als het systeem niet werkt, en Agema’s antwoord volstaat in mijn ogen ook niet, wat is dan het alternatief?” Met die vraag nodigt Staal komende maanden kunstenaars en filosofen uit tot debat, naar aanleiding van zijn boek.

Zal Agema zich roeren in die discussie? Ze wil niet reageren op het project. Staal heeft zich vanzelfsprekend afgevraagd of ze het vervelend zal vinden dat hij haar tot onderzoeksobject heeft gemaakt. „Maar het gaat mij om haar ideologie, niet om haar persoon.” Hij zal haar het boek opsturen, belooft hij. Met een nette brief erbij.

Gesloten Architectuur verschijnt bij uitgeverij Onomatopee. Kijk voor meer informatie op onomatopee.net. Maquette en film zijn te zien vanaf 17/11 in Extra City, Antwerpen. Inl.: extracity.org. De theateravonden zijn 21 en 22/12 in Frascati te Amsterdam. Inl.theaterfrascati.nl

    • Herien Wensink