Bisdom versus San Salvator: 24-250

Na een conflict met de bisschop ging de liberale San Salvatorgemeenschap in Den Bosch zelfstandig verder. Hun aula zit vol.

„Iemand moet het doen”, zegt pastoor Van Rossem. Gespannen staat hij tussen de kerkbanken van de San Salvatorkerk in Den Bosch. Het is zondagmorgen kwart over tien. De kerk is leeg. Over een kwartier begint de eucharistieviering. Van Rossem is eigenlijk pastoor van de buurparochie, maar hulpbisschop Rob Mutsaerts heeft hem gevraagd hier vandaag voor te gaan. „Mutsaerts moet bij de Katholieke Jongerendag zijn. Anders had hij het zelf gedaan.”

Buiten staat een cameraploeg van de NOS. En van Omroep Brabant. Journalisten van Trouw, het Brabants Dagblad. Verwachtingsvol kijken zij over het kerkplein. Wie komt er naar de San Salvatorkerk vandaag?

Dit is de eerste zondagsviering in de San Salvatorkerk sinds hulpbisschop Rob Mutsaerts het voltallige bestuur van de progressieve parochie heeft ontslagen. Hij deed dit omdat het bestuur zijn benoeming tot waarnemend pastoor per 1 november niet accepteerde.

Mutsaerts wil orde op zaken stellen in de kerk waar ook een dominee de dienst mocht leiden en een lesbisch stel kon trouwen. Hij windt zich op over „verburgerlijking van het geloof”. Als God niet meer centraal staat, maakt de kerk zich overbodig, vindt hij. Jarenlang gedoogden bisschoppen de liberale San Salvatorparochie. Maar de tijd van vrijheid-blijheid is wat Mutsaerts betreft nu voorbij.

De San Salvatorgemeenschap heeft de sleutel van de kerk op 1 november aan Mutsaerts gegeven en gaat nu op eigen houtje verder. Gerard van de Weijer van het ontslagen kerkbestuur: „Wij staan voor onze gemeenschap. We gooien haar niet te grabbel.” Hij hoopt dat zijn gemeenschap parochianen elders inspireert. „Er zijn zoveel mensen ontevreden met nieuw benoemde pastoors. Maar ze durven zich niet te verzetten, dus kerken lopen leeg. Wij willen laten zien dat het ook anders kan.”

Om half elf zitten er 24 mensen in de San Salvatorkerk. Sommigen zijn meegenomen door pastoor Van Rossem en zijn medevoorgangers, als steun. Anderen zijn gekomen uit stellige overtuiging, zoals mevrouw Van Engelen (77) en haar vriendin. „We zijn hier uit solidariteit met de bisschop. Normaal gesproken gaan we naar een andere kerk.”

Er zijn er ook die uit nieuwsgierigheid zijn gekomen. Charles Verhoeven (69): „Ik wil zien hoe het er nu aan toe gaat in de kerk die mij in de loop der jaren zo eigen is geworden.”

Ting, klinkt het. De kerkbezoekers gaan staan. Vier voorgangers lopen de kerk binnen, een kruisbeeld dragend. Na het openingslied – „pagina dertien, lied zes” – zegt Van Rossem: „De gemoederen zijn verhit, maar wij gaan in alle eenvoud een mis vieren.”

Twee straten verderop houdt de San Salvatorgemeenschap een eigen zondagviering. Die is ook om half elf begonnen. In de aula van Cello, een dagbestedingscentrum voor mensen met een verstandelijke beperking. Vrijwilligers hebben 175 stoelen neergezet.

Het is elf uur. Op tafels zitten mensen, tegen muren hangen mensen. Veelal grijs, vaak met bril. Er zijn er wel 250. Ze kijken naar voorganger John Parker – ooit tot priester gewijd, later uitgetreden. Hij staat voor een tafel met wit kleed waarop kaarsen branden en heeft een wit priestergewaad aan. Met licht Engels accent zegt hij: „Ik kwam naar Nederland met lege handen. Aan de ene kant twijfelde ik en was ik bang. Aan de andere kant hoopte ik mijn leven te kunnen delen met iemand van wie ik hield. Het is niet altijd gemakkelijk iets nieuws te beginnen. Maar voor ons, nu, misschien wel. Want wij zijn hier met velen.”

De dirigent gaat staan. Zijn zestienkoppig koor zet een lied in. Een vrouw met zwarte bergschoenen en een laptop op schoot drukt op een knop. De liedtekst verschijnt op een groot projectiescherm achter de voorganger. Alle aanwezigen zingen. „Een mens te zijn op aarde in deze tijd. Dat is de dood aanvaarden en de strijd.” Dan volgt de collecte. En er wordt brood gedeeld en wijn.

Na afloop van de viering is er koffie, limonade, thee. Koster Toon (85) neemt een slok. Hij is twee maanden geleden pauselijk onderscheiden. „Net op tijd.” Dertig jaar opende hij de deuren van de San Salvatorkerk. „Nou doe ik daar niks meer.”