Wanorde, dat is wat Europa nodig heeft

Wat een deceptie. Voor het eerst in bijna twee jaar is er goed nieuws voor de euro, namelijk een Grieks referendum over steunpakket en eurolidmaatschap...

En dan gaat het niet door. Mede dankzij de euro-leiders zelf.

Het was even een Louis van Gaal moment. „Ben ik nou degene die zo slim is, of ben jij zo dom.”

Elke uitkomst van een Grieks referendum was bij voorbaat geslaagd. In plaats van de obstructie in Cannes en de boosheid in Den Haag, had Europa de Grieken moeten prijzen. Democratie is niet voor bange mensen, heette het altijd, juist in VVD-kring.

De Griekse premier Papandreou kent het handboek Regeren in Chaos beter dan zijn Europese vakbroeders. Hij deed wat IJsland deed na een impopulaire buitenlandse reddingsactie in de kredietcrisis van 2008: burgers steun vragen.

Minister-president Mark Rutte (VVD) heeft Athene gebeld om af te zien van het referendum. Hij had Papandreou juist moeten feliciteren en volgen: wat goed is voor de Grieken, is goed voor ons. Wij houden óók een referendum, óók over het reddingspakket. Surrealistsch? Zeker. Geert Wilders’ PVV steunt mij, had Rutte Papandreou kunnen uitleggen, al mikt hij op een andere uitkomst. Rutte had de Griekse premier moeten zeggen: ik kom je helpen jouw landgenoten te overtuigen Ja te stemmen. Help jij mij?

Zo ging het niet.

Waarom was het referendum een droomkans? Bij een Ja legitimeert Griekenland zijn eigen curatele. Doordat internationale banken en beleggers de waarde van hun Griekse staatsobligaties steeds verder afboeken (ING al tot 40 procent), worden toekomstige particuliere stroppen bij een bankroet steeds kleiner. Griekenland wordt primair een publieke last, maar overheden hoeven hun bezittingen niet te waarderen op dagkoersen, zoals financiële instellingen. Landen en belastingbetalers hebben de tijd om het verlies uit te smeren, desnoods over decennia.

Bij een Nee, stemmen de Grieken zichzelf uit de euro. Da’s eigenlijk nog beter. Het verlost Europa op een elegante manier van een hoofdpijndossier. Maar Griekenland bankroet heeft zijn prijs: directe verliezen op leningen, waaronder de voorraad staatsobligaties die de Europese Centrale Bank heeft. Griekse banken zullen het niet redden, dus: alarmfase 1 om te voorkomen dat prominente Europese banken instorten die via de interbancaire markt aan Griekse collega’s veel geld hebben uitgeleend. Winst is dat Europa de gereserveerde 20 miljard euro voor kapitaalinjecties van Griekse banken niet hoeft uit te betalen. Dat kan naar bijvoorbeeld Franse banken.

De gevolgen voor de Grieken zelf zijn héél, héél pijnlijk. Verarming alom. Vragen alom. Komt er nog geld uit de bankautomaat? Wat is de kans op een militaire putsch om recht en orde te handhaven?

Het klinkt Machiavellistisch, maar wanorde is wat Europa nodig heeft. Alleen al het uitzicht daarop is het Lehman-moment dat Europa nog steeds mist. Het bankroet van de Amerikaanse zakenbank Lehman op 15 september 2008 confronteerde de Amerikaanse regering met de mogelijkheid van een financieel Armageddon. Om daaraan te ontkomen was snel en overrompelend ingrijpen nodig. De woorden grote bazooka die de laatste weken veel vallen, werden toen voor het eerst gebruikt, door minister van Financiën Hank Paulson.

Chaos in Athene is misschien wel de enige manier om de burgers van andere euro-landen in te prenten wat er op het spel staat. Om te beginnen de Italianen.

menno tamminga