Toneelcriticus die zich keerde tot de spelers zelf

Den Haag 13-4-2011 Hans van den Bergh Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

Het blocnootje waarop de theaterrecensent zijn bevindingen noteerde en daarna zijn kritiek schreef, was verbazingwekkend klein. Zijn gedachten gingen snel. Na afloop van een toneelvoorstelling zag ik aan zijn altijd wat glunderende gezicht en gedecideerde blik dat de recensent zijn mening al had geformuleerd.

Hans van den Bergh schreef tussen 1965 en 1997 honderden toneelkritieken voor Het Parool. Zijn voorkeur lag bij voorstellingen die de traditionele, vakmatige toneelwetten respecteren. Met argwaan volgde hij de verregaande modernisering van het toneel van de laatste decennia. Maar die argwaan manifesteerde zich nooit als onverschilligheid: in de kleinste zaaltjes van het experimentele theater ontmoetten we elkaar regelmatig.

In 1972 promoveerde hij aan de Universiteit van Utrecht op het bijzondere proefschrift Konstanten in de komedie: een onderzoek naar komische werking en ervaring. Van den Bergh deed proefondervindelijk onderzoek naar de wijze waarop mensen tijdens een voorstelling lachen. Het verschil tussen de lach van mannen en vrouwen analyseerde hij op even delicate als doeltreffende wijze: vrouwen doorzien snedige, licht-erotische grappen sneller dan mannen. Het siert Van den Bergh dat hij in 2005 een interviewboek met Nederlandse toneelspelers samenstelde, getiteld De sterren van de hemel. In de inleiding geeft hij toe dat hij, na al die jaren, tóch nog meer over de kunst van het acteren wilde weten. Daarom keerde hij zich tot de bron van de toneelkunst: de spelers zelf.

Als student richtte hij het Amsterdams Studenten Cabaret op en was hij redacteur van Propria Cures. Hij was pleitbezorger voor het Multatuli-monument op de Amsterdamse Torensluis over het Singel. Ook bezorgde hij, sinds 1985, de Volledige Werken van Multatuli. Net als zijn grote voorbeeld verschool Van den Bergh zich graag achter pseudoniemen: hij schreef als Paul Abbey columns voor NRC Handelsblad, als Ten Braven voor Vrij Nederland, als Jansen en Tilanus voor het Het Parool en tot slot noemde hij zich E.D. Dekker (naar Eduard Douwes Dekker, de geboortenaam van Multatuli) in het Algemeen Dagblad.

De rollen in zijn leven speelde hij met verve: wetenschappelijk medewerker Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, theater- en literatuurkenner, voorzitter van het Multatuli Genootschap en hoogleraar Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. De laatste jaren trad hij regelmatig en met gepast gevoel voor vrijgevochtenheid op als een van de belangrijkste woordvoerders van het Republikeins Genootschap, dat de afschaffing van de Nederlandse monarchie bepleit. Zo schreef hij over de ongewenste aanwezigheid van het koningshuis in onze samenleving in deze krant: „Zelf zou ik overigens zolang de republiek er nog niet is, verre de voorkeur geven aan een niet-professionele vervulling van de koningsrol, of aan een gezellige playboy die zich nergens mee zou bemoeien.”

Hans van den Bergh overleed vrijdag 21 oktober aan de gevolgen van kanker; hij werd 78 jaar.

Kester Freriks

    • Kester Freriks