Tapijt aan touwtjes

The Thief of Bagdad (Berger, Powell en Whelan, 1940) Eén, 14.05 - 15.45 uur

De dief van Bagdad telt onder zijn fans veel filmregisseurs en trucagespecialisten. Martin Scorsese, Francis Coppola en Ray Harryhausen zagen het kleurrijke spektakel als kind en vergaten hem nooit.

De klassieke fantasiefilm is het geesteskind van Alexander Korda, een Hongaarse filmproducent die in de jaren dertig in Engeland neerstreek en er veel succes had met avonturenfilm als The Four Feathers (1939). Hij wilde een remake maken van de stille film The Thief of Bagdad (1924), maar dan met geluid, betere trucages en in Technicolor. Ook zocht hij het een vehikel voor zijn jonge Indiase ster Sabu, die ook speelde in Korda’s The Drum (1938) en Jungle Book (1942).

In die tijd werden Arabische landen nog als exotisch gezien. Die onschuld hangt over de hele film. Hoewel de trucages voor die tijd spectaculair waren en een Oscar wonnen, zien we nu de touwtjes hangen in de scène met het vliegende tapijt of een vage omtrek rond figuren die voor een bluescreen stonden – een ‘primitivisme’ dat nu vooral charmant is.

Eenmaal hieraan gewend betovert de film met allerlei fantasievolle vondsten. Er is een mechanisch paard dat door de lucht vliegt en de scène waarin de geest uit de fles komt, is geestig en nog steeds indrukwekkend, evenals die waarin Sabu het Alziende Oog steelt.

De film overtuigt ook door de sterke schurkenrol van Conradt Veidt (de slaapwandelaar uit de filmklassieker Das Cabinet des Dr. Caligari, 1919) en de fenomenale muziek van Miklos Rozsa. Hij schreef ook een paar leuke liedjes voor Sabu en blueszangeres Adelaide Hall.

André Waardenburg

    • André Waardenburg