Sterren aan de gracht

Amsterdam heeft een nijpend tekort aan hotelkamers. Toch wordt de hoofdstad de laatste tijd op haar wenken bediend, vooral in en rond de binnenstad.

Nederland, Amsterdam , 12 oktober 2011. Hilton opent ws een Amsterdam Waldorf Astoria Hotel op Herengracht 524 tot 556. Foto:Jean-Pierre Jans Jean-Pierre Jans

Roberto Payer maakte vorige week een rondedansje. Zijn telefoon gloeide nog na van het verlossende telefoontje waar hij al zo lang op zat te wachten: er komt een Waldorf Astoria hotel aan de Amsterdamse Herengracht. Payer is (nu nog) directeur van het Hilton Hotel, maar schuift in die functie waarschijnlijk door naar de nieuwe vestiging van deze luxueuste keten van de Hilton groep, genaamd naar het fameuze Waldorf Astoria in New York.

Het Waldorf Astoria is niet het enige hotel dat in Amsterdam zijn deuren opent, gaat openen of recent heeft geopend (zie kader). Het is niet overdreven om te spreken van een hotelexplosie. De hoofdstad wordt steeds fanatieker in het binnenhalen van internationale congressen, die kunnen er alleen neerstrijken als er genoeg kamers zijn. Ook het toerisme loopt lang niet slecht in de hoofdstad. Met name is er een groei bij goed verdienende jongeren die graag in trendy vier- en vijfsterrenhotels overnachten. En dan met name in of rond het centrum. Van de geplande spreiding naar andere wijken is nauwelijks sprake. Van de 9.000 geplande nieuwe hotelkamers voor 2015, zijn er nog maar 5.500 ingevuld.

Het Waldorf Astoria komt in zes majestueuze grachtenpanden die decennialang in bezit waren van diverse banken – de laatste was MeesPierson – waardoor het van binnen nogal een zooi is geworden van modernistische verbouwingen en doorbrekingen. De bedoeling is dit weer allemaal ongedaan te maken door zoveel mogelijk oorspronkelijkheid terug te brengen. ‘Historiserend verbouwen’ heet dat.

Ongeveer honderd kamers gaan er komen in deze vierde Europese Waldorf Astoria-vestiging (na Londen, Rome en Versailles), wat nog heel wat voeten in de aarde zal hebben, want verbouwen in de hoofdstedelijke grachtengordel gaat niet zonder slag of stoot. Daar liggen tussen droom en daad heel wat wetten en bezwaren op de loer.

Iets waar ze over mee kunnen praten bij het Conservatorium Hotel, het vijfsterrenhotel in de Van Baerlestraat dat eind deze maand na een lange verbouwing gedeeltelijk opengaat. „We hebben alles meegemaakt”, vertelt directeur Madelon Boom, „van schitterende vondsten tot forse tegenslagen”.

Het wordt zonder twijfel het mooiste nieuwe hotel van Amsterdam, gelegen in het monumentale pand van de voormalige Rijkspostspaarbank respectievelijk Sweelinck Conservatorium, dat door architect Daniël Knuttel werd ontworpen en in 1901 zijn deuren opende. Een gebouw dat nogal wat te verduren heeft gehad, zoals typische jarenzestigmoderniseringen (verlaagde plafonds, doorgebroken ruimtes, strak trekken annex verloochenen c.q. verstoppen van de oorspronkelijke krullen en versieringen), verwoestende bezettingen door krakers en een transformatie van bankgebouw naar conservatorium waardoor allerhande akoestische aanpassingen de laatste resten overgebleven originele details aan het oog onttrokken.

Het strippen daarvan legde bijvoorbeeld een hele reeks geglazuurde tegels langs het trappenhuis bloot, waarop muntjes verzamelende varkentjes zich een weg banen door een struikgewas dat vol hangt met appeltjes voor de dorst. Zo’n kunstzinnige visualisering van spaarzaam gedrag anno eind negentiende eeuw – het was immers een bank – is bijna aandoenlijk. Zeker als bij nadere bestudering zelfs een zwerm nijvere bijtjes wordt waargenomen. Ziedaar de geïdealiseerde Hollandse mentaliteit uit die jaren in een notendop.

Schatrijke Israëliër

De eigenaar van het Conservatorium hotel is Alfred Akirov (69), een schatrijke Israëliër. Zijn beursgenoteerde onroerend goedonderneming Alrov, een van de grootste van Israël, bouwde onder andere de opera van Tel Aviv. Twee jaar geleden opende hij zijn eerste hotel, het Mamilla, het eerste designhotel van Jeruzalem, dat vorig jaar door zowel The Sunday Times als Condé Nast Traveller uitgeroepen werd tot een van de hottest hotels ter wereld. De bedoeling van Alrov Luxury Hotels is om in alle belangrijke Europese hoofdsteden soortgelijke luxury lifestyle hotels te openen. Volgend jaar opent aan de Londense Regent Street het Café Royal hotel en onlangs werd voor 130 miljoen euro het beroemde Lutetia hotel in Parijs gekocht, dat de hotelgroep in de nabije toekomst voor 100 miljoen zal gaan verbouwen.

„Honderd miljoen plus”, antwoordt Madelon Boom op de vraag hoeveel de Amsterdamse vestiging in totaal heeft gekost. Die plus wil ze helaas niet preciseren. Wie thuis wel eens een badkamer heeft verbouwd en dus weet dat een mooie wastafel of een designkraan al een vermogen kost, snapt hoe makkelijk de kosten kunnen oplopen. Zo is er, naast de schitterende restauratie van alle originele details, een extra verdieping onder de grond uitgegraven om plaats te bieden aan een Akasha Wellness Center, spa en gym van duizend vierkante meter. Deze is gedeeltelijk via een glazen plafond zichtbaar vanuit de gigantische, twintig meter hoge, binnenplaats annex brasserie annex lobby die op zijn beurt helemaal is overdekt met een glazen dak. Kleurrijke tapijten, volwassen bomen, loungehoeken en een bibliotheek vormen een unieke binnen/buitenruimte.

Grote eyecatcher is de sculpturale, zwart stalen trap aan de zijkant. Halverwege de immense hoogte hangt een nieuwe, zwartglazen aanbouw die plaats biedt aan vergader- en feestruimtes. De grootste suite van het hotel, 170 vierkante meter, kost zo’n vijfduizend euro per nacht. De rest van de 129 kamers zijn natuurlijk kleiner, maar toch. Het is zeker geen straf in een van de duplexkamers wakker te worden, op de knop naast het bed te drukken waardoor de gordijnen automatisch opengaan en je vanuit bed via het bijna vier meter hoge raam direct zicht hebt op het Stedelijk Museum. Waarna de moeilijke keuze zich opdringt of de volle ochtendblaas in de boven- dan wel benedenbadkamer zal worden geledigd. (Genoemde kamer kost tijdens de introductieweken 355 euro).

De Italiaanse ontwerper Piero Lissoni is verantwoordelijk voor de inrichting van het Conservatorium hotel. Zijn eerste indruk van het gebouw was die van „een nogal eng gotisch spookkasteel”. Ter compensatie en uit respect voor het gebouw, koos hij voor rustige kleuren en strakke vormen. „Het gaat in interieurs altijd om de juiste balans. Hoe drukker het gebouw, hoe stiller de invulling.”

Lissoni is geen nieuwkomer op hotelgebied; naast het Mamilla deed hij al een tiental andere hotel-interieurs, en ook diverse musea, theaters (waaronder het Milanese Teatro Nazionale van Joop van den Ende), restaurants en collecties voor toonaangevende meubelmerken. Zijn inrichting wordt aangevuld met typisch Hollandse details (zoals onvolprezen Delfts blauwe borden) en toevoegingen van Nederlandse designers.

Boom benadrukt het belang van een plaatselijke identiteit: „Ieder hotel moet een duidelijke band uitstralen met de stad; je moet als gast duidelijk kunnen voelen waar je bent, typisch Amsterdam of iets Jeruzalems eigen. We willen juist overal heel persoonlijke hotels neerzetten en vooral geen grote algemene deler.”

Op het kantoor van Boom staat een tiental serviezen uitgestald. Allemaal blauw/wit voor dat typische Delfts blauwe gevoel. Chef-kok Schilo van Coevorden (voorheen onder meer Blakes en het College Hotel) heeft nog geen keuze gemaakt, dat gaat vanmiddag in een groepssessie gebeuren. Hoe ligt het in de hand, is het niet te decoratief, te zwaar of te duur, past het in de afwasmachine, hoe breekbaar is het? Dat wordt straks allemaal gewikt en gewogen. „Dat wordt nog een heel gedoe”, zegt Madelon Boom, „want over elk detail wordt hier uitvoerig gesproken.”

www.conservatoriumhotel.com

    • Ivo Weyel