Robin van Kampen (16)

I edereen heeft het over Anish Giri en terecht, want Euwe en Timman niet te na gesproken, een jong talent met zijn successen heeft Nederland nog nooit gehad. Maar er zijn nog andere jonge Nederlandse talenten.

Robin van Kampen is zestien jaar en is dit jaar grootmeester geworden. Als jongste Nederlander aller tijden, als we Giri even niet meerekenen. Die geldt voor de wereldschaakbond wel als Nederlander, maar heeft nog de Russische nationaliteit, zodat hij en wij even moeten wachten voor we hem officieel bij de kaaskoppen kunnen inlijven.

Nadat Van Kampen grootmeester werd, is hij niet op zijn lauweren gaan rusten. In augustus won hij met de Russische grootmeester Maxim Turov het BDO-toernooi in Haarlem en vorige maand won hij de open groep van het Univé-toernooi in Hoogeveen samen met Sergei Tiviakov en Sipke Ernst.

Als hij een Rus, Chinees of Oekraïner zou zijn, zou hij in de watten worden gelegd door trainers en sponsors, maar bij een Nederlands talent kun je alleen maar hopen dat hij de schaakkunst trouw blijft.

In 2004 werd Daniel Stellwagen grootmeester. Hij was toen zeventien jaar. Een paar jaar klom hij nog omhoog op de wereldranglijst, maar omstreeks 2007 stokte zijn opmars. Het kwam doordat hij zijn studie scheikunde belangrijker vond dan zijn schaakcarrière. Niet in de eerste plaats omdat scheikunde hem een financieel stabieler bestaan zou geven, maar omdat hij het een prachtig vak vindt. Dat is een goede reden, maar de winst van de scheikunde is ons verlies.

In een interview in Schaakmagazine, het maandblad van de KNSB, zei Van Kampen laatst dat hij, als hij volgend jaar zijn schoolopleiding heeft afgesloten, een of twee jaar zou gaan schaken. Als hij dan een rating van 2.700 zou bereiken, zou hij beroepsschaker kunnen worden.

Hij legt de lat hoog. Een rating van 2.700 betekent dat je bij de top vijftig van de wereld bent. Maar er zijn toch veel profs met een lagere rating, zoals Erwin l’Ami en Jan Smeets? Van Kampen is streng en zegt dat die twee eigenlijk een te lage rating hebben om een volwaardig schaakprof te zijn.

Wat een hard vak, schaakprofessional! Als je in Nederland nummer zes en zeven bent, zoals Smeets en L’Ami, kun je er volgens de jonge Robin maar beter mee ophouden.

In 2009 speelde Robin van Kampen een korte match van vier partijen tegen Jan Timman. Hij werd bij zijn openingsvoorbereiding toen geholpen door Anish Giri, met wie hij goed bevriend is, maar verloor met 2,5-1,5. Het had net zo goed andersom kunnen zijn, zegt hij in het interview, en als je de partijen naspeelt, zie je dat hij gelijk heeft.

Maar hij had toen toch iets van Timman geleerd: dat je stellingen niet altijd objectief moet beoordelen, maar dat het heel goed kan uitpakken als je riskante stellingen met enorm veel zelfvertrouwen speelt, zoals Timman.

Op de foto boven het interview in Schaakmagazine kijkt Robin van Kampen met felle zelfverzekerde blik de wereld in. Het zal wel goed komen.

Robin van Kampen-Abhijeet Gupta, Corus C Wijk aan Zee 2010

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0-0 Lc5 6. c3 b5 7. Lb3 d6 8. a4 Lg4 9. axb5 axb5 10. Txa8 Dxa8 11. h3 Ld7 12. d4 Lb6 13. Te1 0-0 14. Pa3 h6 15. Pxb5 Pxd4 16. Pbxd4 exd4 17. e5 dxe5 18. Pxe5 Lc6 Dit was al eens voorgekomen in Brkic-Halklas, 2008, waar na 19. Pxc6 Dxc6 20. cxd4 wits voordeel niet groot genoeg was om te winnen. 19. Dd3 Dit is een veel interessantere zet. Wit brengt de wending Lxh6 gxh6 Dg6+ in de stelling. 19...Ld5 Na 19...Lxg2 kan wit 20. Lxh6 of 20. Dg3 doen, maar het scherpste en beste is 20. f3 Lxh3 21. Lxh6 met zeer sterke aanval. Zwart kon echter waarschijnlijk wel het wenselijke 19...dxc3 spelen. Wit kan dan remise maken met 20. Pxc6 Dxc6 21. Dxc3, maar dat was vast niet zijn bedoeling. Hij kan ook op aanval blijven spelen met 20. Lxh6, maar de complicaties na 20...Pe4 of 20...Le4 zijn dan heel onduidelijk. 20. Lc2 Hij neemt h7 op de korrel en dreigt 21. Pd7. 20...Te8 21. Dg3 Nu is wits aanval erg sterk. 21...dxc3 22. Lxh6 Ph5 23. Dh4 is gunstig voor wit en 21...Kf8 ziet er ook niet prettig uit voor zwart. Toch had hij dat laatste moeten doen. 21...Pe4 Hierna gaat het mis met zwart.

22. Txe4 Dit is sterker dan 21. Lxe4 Lxe4 22. Lxh6, waarna zwart zich met 22...Lg6 nog kan verdedigen. 22...Lxe4 23. Lxh6 g6 Na 23...Lg6 zou nu 24. Pxf7 een doodklap zijn. 24. Df4 Maar nu gaat zwart ten onder aan de zwakte van de zwarte velden. Er dreigt 25. Df6 en mat. 24...Dd5 Of 24...Lf5 25. Lxf5 Dd5 26. Pd7 en wit wint. 25. Lb3 Dit wint de dame of zet mat. Een snelle winst was er ook met 25. Pd7 of 25. Pg4. 25...Dxe5 26. Dxf7+ Kh8 27. Lg5 Dxg5 28. Dxe8+ Kg7 29. Df7+ Kh6 30. Df8+ Zwart gaf op, hij gaat mat.