Pesten, liefde, dieren, klimaat en scheiden

Na 31 jaar is Kinderen voor Kinderen nog altijd populair onder kinderen en ouders. De zang en dans is professioneler, de dancebeats steviger, maar het engagement bleef. En bij de AVRO en RTL4 komt de concurrentie op.

Nog voor er een noot gezongen is, juichen de kinderen oorverdovend enthousiast, aangevuurd door de publieksopwarmer. Handig voor de montage straks: losse applausjes. Donderdagmiddag 20 oktober in de Beurs van Berlage te Amsterdam. Opnames van het concert van Kinderen voor Kinderen dat vanavond wordt uitgezonden.

De zaal is aangekleed in tropische sferen. De kinderen in het publiek krijgen een rode VARA-zonnebril. Het koor heeft het podium verlaten, één meisje is gaan zitten. Ze heet Alanis. De publieksopwarmer kondigt aan: „Nu komt er een zielig liedje. Niet meeklappen graag”. Maar ja, de stemming zit er net lekker in, dus als Alanis begint te zingen over de dood van haar vader, „Een avond in de herfst/ En jij zei dat je ziek was…’’, zwaait iedereen vrolijk met de armen. Een geestig effect; alsof het publiek de stervende uitwuift. „Dat was papa, doewie!”

De regisseur kan er niet om lachen, de opname moet over. „Niet zwaaien!” schreeuwt hij in het oortje van de opwarmer. Die vertaalt het positief: „Net deden we een opname mét zwaaien. Heel mooi. Nu doen we een opname zónder zwaaien.”

Dit is de 32ste editie van Kinderen voor Kinderen. 31 Jaar is oud voor een televisieprogramma, zeker voor een kinderprogramma, dat immers om de zoveel jaar al zijn oorspronkelijke kijkers verliest en steeds weer nieuwe moet werven. En het liedjesproject lijkt alleen maar gegroeid. Kinderen voor Kinderen bestaat uit jaarlijkse concerten, bijbehorende cd’s en dvd’s, een website waarop kijkers zelf een lied kunnen zingen, en de bijprogramma’s ‘Klinkklaar’ en ‘Lipdub’. Daarnaast bestaat het Kinderen voor Kinderen Songfestival.

De show is in 1980 bedacht door Flory Anstadt om geld in te zamelen voor de VARA Speelgoedactie, speelgoed voor ziekenhuizen in arme landen. De opzet is in 31 jaar onveranderd: een kinderkoor zingt liedjes over kinderzaken: pesten, lastige ouders, verliefdheid en, omdat het VARA-kinderen zijn, ook over wereldleed. Een tijdje werden ze in videoclips gegoten, nu is er weer gewoon een concert. De show was meteen een groot succes, met hits als Waanzinnig gedroomd, Op een onbewoond eiland, en Ha ha ha je vader.

Vanwaar die langdurige populariteit? Desiree Derrez, sinds tien jaar projectleider van Kinderen voor Kinderen: „Het is een A-merk: iedereen kent het. De ouders en grootouders kijken er ook naar en houden het sentiment levend. Binnen die traditie proberen we toch steeds te vernieuwen. Dat zie je bijvoorbeeld aan de modieuze aankleding. Die van twee jaar geleden is nu al verouderd.”

En de muziek verandert. De muziek van toen was langzamer, leger, meer in de traditie van de showmuziek, met blikkerige blazers uit een synthesizer. Nu is het popmuziek, alles luider, voller, sneller, harder. Veel nummers krijgen van muzikaal leider Tjeerd Oosterhuis een stampende dancebeat mee. Voor de papa’s bevat het liedje Boem Boem Klap verwijzingen naar Queen en The Police. Boekenwurm is geschreven in de retro-swingstijl van Caro Emerald. En het reggaenummer Morgen word ik vegetariër is zo tijdloos dat het ook in deel 1 of deel 20 had kunnen zitten.

Vooral veranderd is de professionaliteit van de kinderen. Het schattige, amateuristische is er af, wat sommige ouders ook een verlies vinden. De show ziet er gelikt uit. Dat ligt ongetwijfeld aan de begeleiders, maar de kinderen moeten het ook van huis uit meekrijgen.

Choreografe Lucia Marthas, tien jaar bij Kinderen voor Kinderen, beaamt: „Kinderen zien via televisie en YouTube heel Amerika langskomen. Ze kunnen meer omdat ze meer zien. Zang en dans zit nu veel meer in onze cultuur dan vroeger. De kinderen die we nu krijgen, zijn breder ontwikkeld en serieuzer. Het is niet alleen maar een hobby voor ze, het wordt vaak ook hun vak. Vijftig procent gaat door in de performing arts.”

Om dit talent te bestendigen is Marthas samen met de VARA bezig met een Kinderen-voor-Kinderen-school, waar getalenteerde kinderen door kunnen leren, bijvoorbeeld kinderen die afvallen bij de auditie.

Wat Kinderen voor Kinderen onderscheidt is het linkse idealisme in de liedjes, in de sociaal-democratische traditie van de VARA. De kinderen zingen tegen de oorlog (Als de lichtjes doven), tegen racisme (Bruin), armoede in de derde wereld (Morgen is een droom), en voor het klimaat (De aarde wordt te warm) en het homohuwelijk (Twee vaders).

De naam van het programma slaat op het ideaal van de internationale solidariteit: met het zingen haalden de kinderen geld op voor kinderen in arme landen. Een rijksdaalder per verkochte plaat ging naar het goede doel. Maar dat doen ze niet meer sinds begin jaren negentig. Incidenteel werkt het programma nog wel samen met goede doelen als Novib (2005) en War Child (2008).

Het linkse-kerkkoor werd al eens aangepakt door Kamerlid Martin Bosma (PVV). Hij keerde zich twee jaar geleden tegen Baklava of rijstevla, nota bene al uit 1993, waarin een Marokkaans meisje zich afvraagt of ze in Marokko of Nederland wil wonen. Bosma stelde Kamervragen aan de toenmalige minister Plasterk (Onderwijs, PvdA): „Is het u opgevallen dat er in het liedje maar liefst 27 keer Allah Akbar wordt gezongen?’’ Bosma vond het „een indicatie dat de staatsomroep de belangen dient van een kleine multiculturele elite”.

Dit jaar zit er niet echt een wereldverbeterend lied tussen. Morgen word ik vegetariër gaat over de verderfelijkheid van de bio-industrie, maar ook over hoe heerlijk vlees is. Choreografe Lucia Marthas: „We zijn wel de VARA. We willen een educatieve en sociale uitstraling hebben.”

Desiree Derrez is niet zo’n fan van de wereldverbeterende liederen. „Ik wil niet dat missiegevoel hebben.” Zij verkiest de liedjes die dichter bij huis spelen: „Dat wat kinderen persoonlijk bezighoudt. Ik wil wel graag educatieve liedjes met een boodschap en een sociale uitstraling, maar dan voor de kinderen zelf. De algemene boodschap is: je bent goed zoals je bent en iedereen moet de mogelijkheid krijgen om zich te ontplooien met de talenten die hij heeft.”

Dit jaar gaat het vooral over kleine problemen: gepest worden met eigenzinnige kleren, beltegoed op, jongensmeid zijn, liefde voor voetbal, liefde voor lezen. En Dat was papa, het hartverscheurende contrapunt in de zonnige mars van vrolijkheid? Derrez: „We hebben lang getwijfeld over Dat was papa. Is dat niet té erg? Maar het is zo’n mooi lied. En de dood hoort ook bij het dagelijks leven van kinderen.” Derrez wijst er op dat de dood vaker onderwerp was bij Kinderen voor Kinderen. In de loop der jaren sneefden reeds drie vaders, twee moeders, een zusje, twee grootouders, twee honden en een kat.

Volgens Derrez komen bepaalde onderwerpen altijd weer terug. Zij vraagt aan de deelnemers waarover zij een lied zouden willen horen. „Dan kiezen ze altijd voor pesten, verliefdheid, dieren, milieu en scheiden; dezelfde onderwerpen die de kinderen in 1980 kozen. Ik zou graag een liedje willen over overgewicht bij kinderen. Maar niet te zwaar.”

Door de vele verschijningsvormen lijkt Kinderen voor Kinderen groter dan ooit, maar dat is schijn, volgens Derrez. „We profileren ons sterker en op meerdere fronten, dat is wel noodzakelijk in deze tijd. Maar in de beginjaren verkochten we honderdduizenden albums, nu tienduizenden; hoogstens genoeg om uit de kosten te komen. Toen had Kinderen voor Kinderen het rijk alleen, nu is er zoveel kindertelevisie, de hele dag door. Zappelin, Telekids, Nickelodeon, Disney Channel, Ketnet. Daar valt niet tegenop te concurreren.”

Toch keken de laatste vijf jaar gemiddeld 900.000 mensen naar de jaarlijkse uitzending. Best veel voor een kinderprogramma. De show ondervindt directe concurrentie van het Junior Songfestival en vanaf februari ook nog The Voice Kids (zie kaders). Derrez: „Voor de komende auditie, op 13 november, hebben zich zevenhonderd kinderen gemeld. Dat is veel. Maar voor The Voice Kids zitten ze nu al met vijftienduizend kinderen.”

Kinderen voor Kinderen 32Ned. 3, 18.55-20.55 uur (herhaling op 12/11, vóór intocht van de Sint)

    • Wilfred Takken