Opslag chemische wapens Libië intact

Libische voorraden mosterdgas en andere chemicaliën die gebruikt worden voor de productie van chemische wapens blijken niet gestolen tijdens de opstand tegen kolonel Gaddafi, zoals was gevreesd. Dat hebben inspecteurs van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag vastgesteld bij onderzoek in Libië.

Libië sloot zich in 2004 aan bij de Chemische Wapens Conventie, het verdrag tegen gebruik en bezit van chemische wapens, en stemde er toen mee in om zijn voorraden te vernietigen. In februari 2011, toen de opstand begon, werd het proces van destructie gestaakt omdat er technische problemen zouden zijn. Op dat moment was nog slechts een deel van de voorraad vernietigd.

Op uitnodiging van de nieuwe Libische autoriteiten zijn inspecteurs van de OPWC deze week in Libië geweest. Ze zullen terugkeren om het destructieproces te voltooien, zodra de installatie daarvoor weer functioneert, aldus de organisatie.

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch drong er vorige maand bij de Libische Nationale Overgangsraad op aan de grote hoeveelheden zware wapens op te sporen die geplunderd zijn uit de arsenalen van het leger van Gaddafi. Zo beschikte het regime over tienduizenden van de schouder af te vuren luchtdoelraketten (MANPADS, Man-portable air-defense systems), waarvan nu onduidelijk is waar ze zich bevinden. De NAVO heeft met zijn bombardementen veel opslagplaatsen geheel of gedeeltelijk vernietigd, maar veel wapendepots zijn ook geplunderd. De Libische autoriteiten zeggen dat het ze aan het geld ontbreekt om de wapens op te sporen en te voorkomen dat ze verhandeld of over de grens gesmokkeld worden.

Wapens ideaal voor terroristen:Opinie & Debat pagina 6