Nederland is nog niet rijp voor een musicalparodie

Nieuwsanalyse De Producers houdt er al snel mee op. De vrolijke musical past wellicht niet in het Nederlandse landschap.

Het doek is gevallen. Toen maandagmiddag bleek dat er nog lang niet genoeg kaartjes voor de musical De Producers waren verkocht om quitte te spelen – ondanks het laatste, wanhopige publiciteitsoffensiefje in het weekend – moest producent Mark Vijn besluiten de tournee met onmiddellijke ingang te stoppen. De reis naar Heerlen, waar de voorstelling deze week zou staan, is niet meer gemaakt. Verder dan Breda, waar een week eerder de feestelijke première plaatsvond, is de productie nooit gekomen. Elke extra voorstelling zou het verlies alleen maar groter hebben gemaakt.

Vijn, een kleine producent in een branche waarin de theaterbedrijven van Joop van den Ende en Albert Verlinde de grootste zijn, beschouwt zichzelf vooral als slachtoffer van de economische crisis en de gelijktijdige btw-verhoging voor theaterkaartjes. Die crisis, zegt hij, is „duidelijk voelbaar”. Steeds minder mensen bestellen hun kaartjes lang van tevoren, en steeds meer bezoekers gokken op de kortingen die vaak in een later stadium op de entreeprijzen worden gegeven. Ook andere musicalproducenten kampen met een afwachtend publiek, maar toch lijken zich in deze sector nog geen andere faillissementen aan te dienen.

De vraag is dan ook of het echec van De Producers niet nog een andere oorzaak heeft. Al een jaar of wat geleden heeft Van den Ende zijn optie op de opvoeringsrechten laten verlopen, toen zijn musicaltheater aan de Zuidas in Amsterdam niet doorging. Voor het gemiddelde musicalpubliek van buiten Amsterdam, dat van theaterbezoek graag een gezinsuitje maakt, leek deze productie hem volstrekt ongeschikt. En daarna zag ook Verlinde er geen brood in dit typisch Amerikaanse theaterspektakel aan het Nederlandse massapubliek te presenteren. Allebei kwamen ze tot de slotsom dat een kassucces op Broadway geen enkele garantie biedt voor volle zalen in ons land.

De Producers is één vrolijke, vette knipoog naar een wereld die bij de meeste Nederlandse musicalbezoekers geen enkele herkenning oproept: de wereld van gesjochten en grof gebekte Broadwayproducenten, werkloze acteurs en regisseurs van laag allooi, en rijke weduwen die zich graag laten paaien om hun spaargeld in een musicalproductie te stoppen. Zo’n parodie spreekt een goed geïnformeerd publiek aan, dat gevoel heeft voor de Amerikaanse theatertraditie. Dat is in New York volop voorhanden. In Nederland niet. En voor zover het hier wel bestaat, heeft het zichzelf wijsgemaakt niet van musicals te houden. Het grote publiek is niet geïnteresseerd, heeft nog nooit gehoord van Mel Brooks – de geestelijk vader van de show – en laat zich wellicht nog extra afschrikken door de gedachte dat Adolf Hitler erin voorkomt. Dan maar liever naar Daddy Cool of Miss Saigon, dan weet je wat je krijgt.

Vorig seizoen heeft een Nederlandse versie van de Monty Pythonmusical Spamalot – eveneens een Broadwayparodie – het wel gered, maar met de hakken over de sloot. Broadwayparodieën vinden in Nederland nu eenmaal weinig weerklank. Ook zonder economische crisis.

    • Henk van Gelder