Lewis Carrolls heerlijk absurde brieven

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Deze week: de Damslapers, jongerencultuur en Lewis Carroll.

Zelden zijn de laatste stuiptrekkingen van de standenmaatschappij die Nederland in de jaren vijftig nog was en de opkomst van een nieuwe jongerencultuur zo treffend beschreven als door Chris van Esterik in No satisfaction. Hoe we werden wie we zijn (Boom, 374 blz. €19,90). Petite histoire van grote klasse: de veranderingen in het stadje Tiel kunnen model staan voor wat er in het hele land gebeurde toen rond 1960 kinderen uit de ‘lagere klassen’ hun weg vonden naar het voortgezet onderwijs en zelfs naar het stedelijk gymnasium, een van de bastions van de notabelen en welgestelden, die op grote afstand stonden van de werkman en de middenstander. Van Esterik, zoon van een kroegbaas, haatte de manier waarop hij Latijn en Grieks kreeg ingestampt, maar toch, de nieuwe tijd was begonnen, de tijd van The Rolling Stones en The Mothers of Invention. Uiteindelijk draaiden ook de Tielse gymnasiasten een kleine, mooie revolutie af.

In Amsterdam ging het er grimmiger aan toe, bijvoorbeeld toen de Amsterdamse politie op 24 augustus 1970 de Damslapers wilde verwijderen. „Pas rond middernacht kreeg de politie, met hulp van marechaussee, de hondenbrigade en twee waterwerpers, de situatie onder controle. Vijfenveertig personen, onder wie vijftien politiemannen, werden die nacht in het ziekenhuis aan hun verwondingen behandeld.” Hoe de overheid het ‘regime van orde’ in de hoofdstad sinds de Middeleeuwen probeerde te handhaven, is uitputtend beschreven in Waakzaam in Amsterdam: Hoofdstad en politie vanaf 1275 onder redactie van Piet de Rooy (Boom, 628 blz. €45). Van de eerste baljuw van Amstelland tot de hedendaagse buurtregisseurs laten Maarten Hell, Paul Knevel en Guus Meershoek geen kwestie die aan de publieke orde raakt onbesproken. De politie is tenslotte „de bevestiging van het bestaan van een rechtvaardige samenleving”. Maar ook „dienaar van het kwaad”: tijdens de bezetting was de Amsterdamse politie zelf een misdadige organisatie, die voluit meewerkte aan de Jodenvervolging. Wie deze zwarte bladzijden leest, kan niet twijfelen aan het idee van de oorlog als moreel ijkpunt. Scheidend hoofdcommissaris Bernard Welten schrijft dan ook in een voorwoord dat de plicht tot loyaliteit aan het heersende gezag grenzen moet kennen.

Daar sluiten sommige teksten van Ramsey Nasr in de bundel Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst (De Bezige Bij, 64 blz. €17,50) naadloos op aan: „Ik eer de leiders van mijn land/ Hun vlekkeloos parcours/ leert mij wat macht vóór al verlangt/ ’t geweten van een hoer.” Deze regels zijn uit het titelgedicht, een parodie op ‘Wien Neerlandsch bloed in d’aders vloeit’ van Tollens. Ik vind Nasrs gedichten beter naarmate ze iets verder afstaan van de actualiteit. Maar hij weet de tegenstanders van zijn felle politieke stellingname flink op de kast te jagen, blijkt uit zijn fanmail: „Dit is geen dichter des vaderlands, maar een vijand des vaderlands.”

Eeuwig zonde dat Clark Accord (1961-2011) zijn roman Plantage d’Amour (Nijgh & Van Ditmar, 192 blz. €17,95) niet heeft kunnen afmaken, maar een mooie geste van zijn uitgever om de elf hoofdstukken die hij net voor zijn dood voltooide, alsnog te laten verschijnen. Hoofdpersoon Kenneth Campbell, die na 27 jaar terugkeert naar Suriname, waar zijn voorouders slaven waren op plantage Berlijn, komt echt tot leven. Uit alles blijkt dat hier een ware schrijver aan het werk was. Wel irritant dat het nawoord, waarin Accords aantekeningen over het vervolg van de roman zijn verwerkt, anoniem is. Het boek eindigt met een als brief aan ‘Lieve Clark’ opgesteld ‘dankwoord’, ondertekend met alleen maar voornamen. Slordig. Dat hebben de erven Mulisch stukken beter gedaan met diens Unvollendete, De tijd zelf.

Er is heel wat afgespeculeerd over de vraag of Lewis Carroll (auteur van Alice in Wonderland) een pedofiel was, schrijft Nicolaas Matsier in een nawoord bij zijn beeldschone bloemlezing Lewis Carroll: Met 4¾ kus. Brieven aan kinderen, maar niet alleen (De Bezige Bij, 255 blz. €19,90). Als je Carrolls liefdesbrieven aan meisjes van 7 tot 15 jaar leest, en de in het boek opgenomen foto’s bekijkt die hij van zijn ‘child-friends’ maakte, zou je denken van wel. Wat hem precies aansprak in de nimfjes die hij te logeren vroeg, is echter hooguit biografisch interessant. Belangrijker is dat zijn kinderliefde hem inspireerde tot deze heerlijke, absurdistische, nonsensicale brieven, door Matsier met veel gevoel uitgekozen en vertaald.

Elsbeth Etty