Kramer hoeft niet te winnen - zegt hij

Na een jaar afwezigheid moest Sven Kramer bij zijn rentree in Thialf genoegen nemen met brons op de vijf kilometer. Zijn trainingsbasis is nog onvoldoende om meteen al wonderen te verwachten.

HEERENVEEN - Schaatsen,IJstadion Tialf, NK afstanden, 5000 m mannen seizoen 2011-2012 , 06-11-2011 Sven Kramer Jan Kanning

De bronzen plak voor zijn derde plaats op de vijf kilometer bij de NK afstanden gaf Sven Kramer bij de persconferentie achteloos weg aan een journalist. „Die medaille mag je hebben”, sprak hij na afloop van zijn eerste officiële wedstrijd sinds achttien maanden.

Niet dat Kramer iets wilde afdoen aan de verrassende overwinning van marathonrijder Jorrit Bergsma, die in 6.17,83 zijn BAM-ploeggenoot en regerend wereldkampioen Bob de Jong (6.18,72) voorbleef. De Nederlands kampioen op natuurijs van 2010 was technisch en fysiek de sterkste, beaamde Kramer direct.

Zelf kwam hij na een zware race tot 6.19,35. In zijn gouden tijdperk won Kramer (25) vier keer op rij de nationale titel op zijn favoriete afstand, zoals hij bijna alles won op de lange afstanden en allroundtoernooien. Om nu na een jaar afwezigheid door fysieke en mentale problemen genoegen te moeten nemen met een derde plaats?

Ook dat was naar eigen zeggen niet de reden waarom hij onverschillig afstand deed van zijn bronzen plak. „Ik ben hier best wel blij mee. De plek maakt me niet zoveel uit. Ik heb een goede race gereden: 6.19 en nog niet eens in een superrit. Met wat technische verbeteringen kan dat makkelijk 6.14 of 6.15 worden. Er komen straks wel weer momenten dat ik de tent afbreek voor een derde plaats. Nu nog niet.”

De echte reden voor het weggeven van de medaille is dat Kramer nu nog niet schaatst om de prijzen. Niet om zichzelf in te dekken, maar uit realisme. Pas sinds een trainingskamp in augustus in Minsk is hij helemaal genezen van de mysterieuze blessure aan het rechterbovenbeen, die hemzelf en de begeleidingsstaf van TVM maandenlang tot wanhoop dreef. Kramer kent zijn eigen lichaam goed genoeg om te weten dat zelfs een superkampioen als hij geen wonderen kan verwachten op een trainingsbasis van zes weken.

Plaatsing voor de eerste serie wereldbekerwedstrijden, dat was het enige reële doel bij zijn rentree bij de NK afstanden. Met het bereiken van dat doel kan hij straks in Tsjeljabinsk, Astana en Heerenveen verder aan zijn vorm werken. „Ik heb nog te weinig wedstrijdritme, moet nog wat vaker door het behang heen.” En omdat de vijf kilometer in Thialf goed genoeg ging, zal hij morgen waarschijnlijk ook meedoen aan de tien kilometer. Opnieuw zonder hoge verwachtingen. „Daarvoor heb ik nog onvoldoende duurblokken gedaan”, aldus Kramer.

Maar bij alle realistische bespiegelingen waren de verwachtingen toch weer hoog gespannen bij zijn terugkeer in het eigen Thialf. „Ergens tussen beter dan ooit en er nog niet helemaal klaar voor”, zo omschreef assistent-coach Geert Kuiper de situatie van Kramer vooraf. De schaatser zelf reed in oktober razendsnelle trainingstijden op de drie kilometer, en kwam in Inzell met speels gemak tot de snelste wereldseizoentijd op de vijf kilometer (6.23,05). Zou hij misschien toch al direct tot bijzondere dingen in staat zijn? Concurrenten De Jong en TVM-ploeggenoot Jan Blokhijsen toonden zich in interviews vooraf niet onder de indruk van de voormalige heerser, maar gaven daarmee tegelijkertijd aan wel degelijk met een deel van hun gedachten bij Kramer te zijn.

Om kwart voor vijf staat de TVM-kopman nog in korte broek te dollen met vrienden op de tribune. Twintig minuten later is het gelaat wel degelijk strak als hij met coach Gerard Kemkers en een fysiotherapeut uit de tunnel het middenterrein van Thialf opstapt. „Ik was blij, heel blij dat ik weer mag meedoen. Hoewel het niet vol was, is het mooi als je die trap omhoog komt en je kunstje aan de mensen mag laten zien. Het is toch anders met publiek dan dat je op een koude ochtend de vrieskist instapt.”

Bij het inrijden blaast hij ouderwets de wangen vol. Om 17.16 uur valt het schot. Tegenstander Renz Rotteveel vertrekt vlot en schiet na twee ronden vol onder Kramer door het rechte eind op. Met een uiterste krachtinspanning pikt de teruggekeerde wereldrecordhouder aan. Het gemak waarmee hij in Inzell over het ijs vloog is ver te zoeken. Toen eindigde hij met drie rondjes in de 29 seconden. Nu is dat 30,3, 30,5 en 30,7. En stapte hij in Inzell nog lachend van het ijs, nu moet hij met de handen steunen op zijn bovenbenen. „Ik was kapot. Maar als je niet kapot gaat, word je hier ook niet beter van.”

Op de tribune van Thialf ziet het timmermansoog van gewestelijk trainer Wim den Elsen – die toppers als Gianni Romme, Bob de Jong en Martin Hersman de technische details bijbracht – waar het aan schort bij Kramer. „Zijn rechterbeen loopt vaak wat weg op het ijs.”

Kramer zelf zegt na afloop geen moment meer te hebben gedacht aan zijn rechterbovenbeen, waarin een beknelde spier hem zolang aan de kant hield. Hij wijt technische onvolkomenheden aan de lange periode zonder wedstrijden. „Mijn conditie is in orde maar de schaatsefficiëntie nog niet.”

Schaatsen met verstand blijft voorlopig geboden. „Ik kan hem na vier ronden gruwelijk aanperen, maar dat doe ik niet.” Het roofdier Kramer getemd? „Ik rijd om te winnen, dat zal altijd zo blijven. Alleen is dat nu nog niet helemaal reëel.”

    • Maarten Scholten