Kolonisten aan het front baarden meeste Canadezen

Drie houten gebouwen, een palissade en een gracht. Quebec City stelde aan het begin van de zeventiende eeuw nog niet veel voor. Toch markeert de stichting van deze stad in 1608 het begin van de Franse kolonisering van Canada. In de eeuwen daarna verspreidden kolonisten zich vanuit deze voorpost over de ongerepte Canadese wildernis.

Uit stamboomonderzoek van Canadese en Zwitserse wetenschappers blijkt nu dat hedendaagse inwoners van Canada vaker afstammen van de pioniers die op de grens van de menselijke beschaving leefden, dan van mensen die in reeds gekoloniseerde streken woonden (Science, 4 november).

De onderzoekers gebruikten de registers van 84 parochies als de logboeken van een natuurlijk kolonisatie-experiment. De parochieregisters bestreken de periode tussen 1686 en 1960 en bevatten samen de personalia van meer dan een miljoen Canadezen. Ook was erin vastgelegd met wie ze trouwden en wie hun nakomelingen waren.

De onderzoekers verwerkten die gegevens tot een uitputtende genealogie van de bewoners uit de regio’s Charlevoix, Saguenay en Lac-Saint-Jean, in het noordoosten van Quebec.

Zo ontdekten ze dat de voorouders van de hedendaagse inwoners van Saguenay en Lac-Saint-Jean vaker op of nabij de rand van het gekoloniseerde gebied woonden (het ‘golffront’) dan je op grond van het toeval zou verwachten. In Charlevoix was dit niet het geval. Wel gold voor alle regio’s dat de frontbewoners meer genen hebben doorgegeven aan de huidige generatie Canadezen dan bewoners uit de kernsteden.

Deze ontdekking sluit aan bij bestaande theorieën over de genetische diversiteit van een zich verspreidende bevolking. Op het golffront kunnen zeldzame genen met de pioniers ‘meesurfen’, omdat zij zelf ook weer afstammen van een kleine groep kolonisten. Bij toeval raakt een zeldzame genvariant zo wijd verbreid.

De scheve voorouderverdeling laat zich verklaren volgens de onderzoekers verklaren door de verhoogde vruchtbaarheid van vrouwen aan het golffront. Uit hun gegevens bleek dat pioniersvrouwen 15 procent meer kinderen kregen dan vrouwen in de kerngebieden.

Ook bleken hun kinderen gelukkiger in de liefde. Ze trouwden gemiddeld een jaar eerder, op een leeftijd van 20,5 jaar. Per frontgezin trouwden er gemiddeld 4,9 kinderen, vergeleken met 4,1 kinderen per gezin in de kern.

De onderzoekers geven geen antwoord op de vraag waardoor het Canadese kolonistenfront zo vruchtbaar was. In een begeleidend commentaar oppert geneticus Henry Harpending van the University of Utah, die niet bij het onderzoek betrokken was, een vermoeden: “Aan het front zijn meer grondstoffen beschikbaar. Als de bevolkingsdichtheid toeneemt, neemt de vruchtbaarheid af in reactie op de dalende beschikbaarheid van grondstoffen en voedsel.”

Lucas Brouwers

    • Lucas Brouwers