Ik bén niet timide

Een klein jaar geleden volgde Jolande Sap Femke Halsema op als leider van GroenLinks. Voor de partij brak een moeilijke periode aan. „Beter acteren dan dit kan ik niet.”

Je probeert eens wat. De vraag aan Jolande Sap ging over de stekker. Met een stekker en contactdoos wilde ze tijdens de Algemene Beschouwingen aantonen dat er maar één partij is die het gedoogakkoord heeft getekend, en dat Geert Wilders de grote gedoger van dit kabinet is. Er volgden vernietigende commentaren. „Achteraf kan ik alleen maar constateren dat het niet met gejuich is ontvangen.” Nu kan ze er om glimlachen: „We wilden gewoon wat nieuws proberen. Beter acteren dan dit kan ik niet.”

Het beeld van Jolande Sap prutsend met de stekkerdoos staat voor een moeilijke periode van GroenLinks. De partij staat in opiniepeilingen op verlies, en dat terwijl er met dit bezuinigingskabinet toch kansen moeten liggen voor een oppositiepartij. Ook opvallend: de Groenen in Duitsland beleven hoogtijdagen.

Een klein jaar is de 48-jarige Jolande Sap partijleider en fractievoorzitter van GroenLinks, na het plotselinge vertrek van Femke Halsema uit de politiek. Het gaat haar niet voor de wind. Bij elk negatief bericht over de politietrainingsmissie in Kunduz moet zij zich verantwoorden, want haar partij maakte deze missie mogelijk. De kwestie rond vermeende belangenverstrengeling van Kamerlid Mariko Peters zette de partij in het defensief. Geert Wilders verweet GroenLinks een ‘strandpartij’ te zijn, omdat de financieel specialisten van de fractie in de zomer bij een debat over de eurocrisis verstek liet gaan. „We hadden wel wat in de beeldvorming recht te zetten. We zaten even in een negatieve spiraal.”

Inmiddels zijn de opiniepeilingen nog steeds belabberd. Waaraan wijt u dat?

„Je ziet na een leiderschapswissel een partij altijd terugvallen. Ik volgde iemand op die op het hoogtepunt was van haar populariteit. Daarnaast willen we op een positief-kritische manier oppositie voeren. Dat is onze stijl. Maar een deel van de achterban heeft er moeite mee dat we het kabinet soms steunen. Ik denk dat we de bodem wel bereikt hebben.”

Waarom doen de Groenen het in Duitsland zoveel beter?

„Ze doen het al lang goed inderdaad. Ze hebben campagnes gestroomlijnd op drie kernwaarden: vrede en veiligheid, solidariteit tussen generaties en sociale bescherming. En het maatschappelijke debat in Duitsland over duurzaamheid is veel verder. Het politieke landschap is ook anders. Ze hebben geen D66 en evenmin een PVV-achtige partij. Omdat ze al in de regering hebben gezeten, hebben ze meer geloofwaardigheid. Die kans gaan wij nog krijgen.”

GroenLinks is de afgelopen twintig jaar veranderd. De partij werd enthousiast over Europa, en heeft de markteconomie omarmd. Is uw partij nu niet te mainstream?

„Dat geloof ik totaal niet. Bij de doorrekening van de verkiezingprogramma’s zijn wij altijd de partij die Nederland het meest wil verbouwen, naar een economie die wel houdbaar is, die wel duurzaam is met voor onze kinderen een betere toekomst.”

Maar GroenLinks is naar het midden op geschoven. Hebben jullie niet je kleur verloren?

„Naar het midden? Misschien. Maar wat is het midden? Als je kijkt wie het meest hervormt, dan zitten we niet in het midden. Op de schaal van GroenLinks, PvdA, D66 ziet de kiezer ons als meest links. Vroeger waren CPN en PSP linkser. We zijn ook voortgekomen uit de PPR en de EVP. Die zaten op de linksrechts-schaal meer op de lijn waar we nu zitten.”

Hoe moet GroenLinks zich de komende tijd beter profileren?

„We moeten ons ook profileren op onze kernwaarden. Die wil ik in een dialoog met de achterban vaststellen. Ik denk aan een nieuwe sociale zekerheid, solidariteit met de nieuwe generaties gekoppeld aan duurzaamheid. Het lukte de afgelopen jaren niet duurzaamheid een centrale plek in het publieke debat te geven. Je ziet dat het in ondernemersland en de samenleving veel meer gaat leven. Nu nog in het maatschappelijke en politieke debat. Als dat, net als in Duitsland, hier gebeurt, zullen wij daar voordeel van gaan hebben.”

Wat gaat u zelf anders doen?

„Ik ga me meer bezighouden met sociaal-economische onderwerpen. Ik word steeds bevraagd op Kunduz. Natuurlijk praat ik als econome liever over de eurocrisis. De missie in Kunduz is belangrijk. Maar het is nu ook niet zo’n ontzettend groot ding dat ik daar elke dag mee bezig moet zijn. De eurocrisis en de ontwikkeling op de financiële markten zijn als onderwerp gigantisch. Alle seinen staan op rood. Dat kan politieke consequenties krijgen, als er extra bezuinigd moet worden. Deze gedoogconstructie komt er vast niet nog een keer. En dan zijn wij er klaar voor.”

U heeft wel eens gezegd: ik ben een liberaal.

„Ik voel me verbonden met de vrijzinnige stroming. Dat mensen hun eigen keuzes kunnen maken. Dat ze een overheid hebben die op cruciale momenten een steuntje in de rug geeft, niet een overheid die paternalistisch zegt: Zo moet je het doen.”

Links staat voor zuur, zei uw fractiegenoot Tofik Dibi ooit. Is GroenLinks nog een goede naam?

„De naam staat ons niet in de weg. Wij zijn progressief en optimistisch.”

De Limburgse Amsterdammer Sap vertelde anderhalf jaar geleden in een interview uitgebreid over haar moeilijke jeugd, over haar vader die een alcoholprobleem had en over haar zus die er met haar vriend vandoor ging. Ze zegt dat ze er een vechtersmentaliteit aan over heeft gehouden. En een hekel aan dronken mensen. Zelf drinkt ze met mate. „Ik wil altijd de controle houden. Dat is een diepe drijfveer.”

Waarom vertelde u zulke intieme dingen?

„Ik deed dat omdat er een duidelijke lijn ligt met mijn politieke drijfveren. En ik had geen zin om er achteraf gedoe over te krijgen. Ik zag al een kop in De Telegraaf voor me. Mijn vader was toch een zware drinker en bepaald geen lieverdje. Als je daarover vertelt is dat verder ook weg. Dan komt er geen gedoe meer over.”

Maar u vertelde ook dat uw vriend u bedroog met uw zus? Dat ging wel ver.

„Achteraf denk ik dat ook. Dat had ik niet moeten doen. Gelukkig heeft mijn zus er geen last van gehad.”

Sap was twee weken geleden voor het eerst mee met de tweejaarlijkse reis van fractievoorzitters, naar de Antillen. In krap een week bezochten zes fractieleiders, met in hun kielzog acht journalisten, alle eilanden. Sap maakte tijdens de reis een wat timide indruk. „Timide? Dat vind ik zelf niet. Het was een draak van een programma voor mij. Ik ben geen ochtendmens. Maar ik ben inderdaad niet iemand die in zulke gezelschappen het hoogste woord voert. Ik heb geen natuurlijke neiging om in het middelpunt van de belangstelling te staan, ik sta er wel als het nodig is.”

Bent u dan wel ijdel genoeg om politiek leider te zijn?

„Wat een raar idee dat je ijdel moet zijn. Je ziet wel in de politiek veel vormen van ijdel leiderschap. Wie? Daar zeg ik maar niets voor over. Er zijn nieuwe vormen van leiderschap nodig, die dienend zijn, die inspireren.”

Dus je hoeft niet ijdel te zijn?

„Nee. Enige ijdelheid is me ook niet vreemd hoor. Ik heb genoeg ijdelheid om daar altijd goed te willen staan. Maar dat is geen primaire drijfveer. Die zit echt in inhoudelijke idealen.”

Hoe zou u uw eigen leiderschapstijl willen omschrijven?

„Ik zou willen dat die inspirerend was. Of het dat al is, weet ik niet. Daar moet je echt naar toewerken.”

Hoe breng je dat tot uiting in je fractie en de partij in de praktijk?

„Door het voortouw te nemen, spannende en perspectiefvolle ideeën te ontwikkelen. Dat is me het afgelopen jaar nog onvoldoende gelukt.”

Vanuit de SP klinkt het verwijt dat jullie een ‘levensstijlpartij’ zijn, van mensen die een luxe levenstijl aanhangen?

„Nou, de levensstijl is wel een aardige voorspeller van de politieke voorkeur. Dat blijkt weer uit onderzoek van ons eigen wetenschappelijke bureau, Bakfietsen en rolluiken. De stemvoorkeuren van de jaren zestig voor de KVP vallen nu samen met regio’s waren de SP en PVV wordt gestemd. Wij hebben aantrekkingskracht op mensen die positief in het leven staan, die bereid zijn te veranderen. Met bakfietsen inderdaad.”

Zijn er genoeg bakfietsen om macht te verwerven?

„Ik zie er steeds meer. Maar inderdaad, dat is wel een strategische vraag die we onszelf ook wel stellen. Met een mooie progressieve hervormingsagenda willen we voorop lopen. Dat zou op lange termijn wellicht kunnen leiden tot herverkaveling van het politieke landschap. We willen samenwerken met D66 en met de meer hervormingsgezinde tak van de PvdA. En dan daag ik de SP uit om veel meer de concurrentie aan te gaan met de PVV. Dan krijg je misschien een keer een links, progressief meerderheidskabinet. Je ziet al decennialang dat links en progressieve partijen blijven hangen op 45 procent. We moeten samen groeien.”

Moeten jullie nu niet doorpakken met die progressieve samenwerking? Alles wat de politici er over zeggen is defensief.

„Er is natuurlijk een botsing tussen korte- en langetermijnbelangen. Je ziet dat D66 en PvdA andere keuzes maken, zeker op korte termijn. D66 doet het goed, positioneert zich graag als enige partij in het midden. Mijn stellige indruk is dat Pechtold met Rutte wil samenwerken, en dat hij daarop voorsorteert. De bedreiging van de SP bevordert helaas binnen de PvdA de discussie over vernieuwing niet. Cohen zei onlangs in Buitenhof dat hij Nederland wil klaarmaken voor de 21ste eeuw. Dat was hoopvol. Wij hebben de hand uitgestoken. De vraag is ook of de Haagse poppetjes de aangewezen spelers zijn om tot vernieuwing te komen. Er ontstaan pas echt kansen als in de achterbannen initiatieven worden ontplooid. Die zijn er. Die zullen de komende tijd zichtbaar worden.”

Van Sap, Cohen en Pechtold zal het dus niet komen?

„Sap wil voluit.”

Ze durft niet over fuseren te spreken? Een politiek leider moet zijn nek uitsteken.

„Het gaat niet om fusies van partijen. We moeten op de inhoud en de toekomstagenda stappen zetten. Inhoud moet boven vorm gaan.”

Stel dat het jullie met D66 lukt om een goed hervormingsplan te maken, zal de kiezer dan massaal op D66 of GroenLinks stemmen?

„Je moet doorbreken dat partijen die zoveel waarden delen niet samen optrekken. Maar we zitten nu klem, omdat de PvdA toch te weinig afstand durft te nemen van de SP, en omdat D66 sterker dan voorheen een ondernemersgerichte partij is.”

De Kunduz-missie kleeft aan jullie. Als er negatief nieuws is, moeten jullie je verantwoorden. Moet D66-leider Pechtold niet vaker de missie verdedigen?

„Nadat minister Hillen de indruk had gewekt dat hij onder afspraken met de Kamer uit wilde komen, hebben we hem allebei aangesproken. Tijdens de Provinciale Statenverkiezingen kwam er iemand naar mij toe die zei toch maar D66 te stemmen. Vanwege Kunduz. Dan slaat je hart over. Pechtold is net zo verantwoordelijk voor Kunduz als ik. Het is ongelofelijk hoe je kan duiken. Maar ik snap het wel waarom hij zo stil is. In mijn achterban leeft deze missie veel meer.”

Geeft Kunduz niet aan dat de wereld veel rauwer is dan jullie denken?

„Dat is een volstrekt misplaatst verwijt. Afghanistan staat er slechter voor dan tien jaar geleden. De Amerikanen willen weg, maar wij willen wat opbouwen. Precies datgene wat de bevolking wil, het opbouwen van een community police. Als je dat tegen de verdrukking in probeert, is dat idealistisch, en optimistisch.”

Niet naïef?

Licht geïrriteerd: „Nee. Optimistisch. En realistisch. Als we geen rechtsstaat opbouwen heeft al het andere geen zin. Het is een moeilijk conflict, met alle etniciteiten, met alle krijgsheren. Het kan wel 20 jaar duren voor we daar wegkunnen.”

Heeft u nog contact met uw voorganger Femke Halsema?

„Soms ga ik lekker uitblazen bij haar. Maar ze heeft een stap opzij gedaan.”

Zij had Kees Vendrik als rechterhand. Wie heeft u eigenlijk?

„Nou, er zijn er meer.”

Nu gaat u de hele fractie noemen.

„Dat wou ik net gaan doen. Ik doe veel samen met Ineke van Gent. Tofik Dibi is voor de strategie, voor de politieke ideeën. Op financieel terrein heb ik natuurlijk mezelf. Ik heb niet één rechterhand. Ik maak de grote verhalen altijd graag zelf.”

U heeft iets van een einzelgänger.

„Ik ben ook iemand die graag samenwerkt. Ik heb van beide.”

    • Herman Staal