Het loyale schoffie van Govan Road 667

Sir Alex Ferguson (69) is zondag 25 jaar manager bij Manchester United. De vrienden met wie hij in Glasgow opgroeide tussen de arbeiders op de scheepswerven langs de Clyde zagen hem nooit veranderen. „De meest bescheiden man die ik ooit heb ontmoet.”

Z ijn oude school staat er nog, maar daar is ook alles mee gezegd. Struiken groeien door de ramen van het vervallen gebouw van Broomloan Public School. Tussen de straatstenen van Neptune Street woekeren gras en ander onkruid omhoog. „Kijk, daar voetbalden we altijd, in de steegjes achter de huizen”, zegt Dan Whitelaw. Met een schaterlach: „Alec wou de bal nooit afgeven. Vond toen al dat ie het allemaal zelf moest doen.”

Alec noemen ze hem nog steeds, zijn oude jeugdvrienden in Govan, een opkrabbelende arbeiderswijk in het zuiden van Glasgow. Zestig jaar geleden speelden ze hier op straat, in de schaduw van de eindeloze scheepswerven op de oevers van de Clyde. Veel is verdwenen. De werven, de huizen, de pubs, de arbeiders.

En Sir Alex Ferguson (69) – de man die de afgelopen kwart eeuw bij Manchester United uitgroeide tot de meest succesvolle manager ooit.

„Alec bleef altijd gewoon – de arbeidersjongen die zijn afkomst nooit vergat”, zegt Michael Mallan, die na al die jaren nog slechts vage herinneringen heeft aan de Fergusons, van Govan Road 667. Ze woonden in een flatje boven één van de talloze pubs in Govan. Nu staat er een brandweerkazerne op de hoek met Neptune Street die The Irish Channel werd genoemd omdat er zoveel Ierse arbeiders woonden, scheepsbouwimmigranten. In het verpauperde straatje groeien nu onkruid en afvalhopen.

Toch moeten de geluiden hebben geklonken als nu. Bouwvakkers timmeren, boren en zagen de hele dag. Vlakbij op Ibrox Park, het stadion van de Rangers, zet een sloopkraan op eenzame hoogte zijn tanden in een half gesloopte torenflat. Tussen de vervallen straten en de braakliggende fabrieksterreinen worden hele huizenblokken tegelijk gebouwd. Nu hoort de herrie bij de stadsvernieuwing, destijds bij de scheepsbouw. Alec kon als jochie moeilijk slapen door het getimmer aan de overkant, op de werf van Harland and Wolff, bouwers van de Titanic.

Govan was na de oorlog synoniem voor scheepsbouw. Vrijwel iedereen werkte op één van de werven langs de Clyde, bij Alexander Stephen and Sons, Fairfield of Harland and Wolff. De wijk telde 100.000 inwoners – totdat vliegtuigen het transport van mensen en goederen overnamen en de scheepsbouwindustrie instortte.

„Govan was arm”, zegt Dan Whitelaw, die met Ferguson in de voorhoede van het schoolteam speelde. „Het ging er vaak ruig aan toe onder de arbeiders. Overal waren pubs. Er waren veel vechtpartijen. De arbeiders dronken vrijdag en zaterdag en verwerkten hun kater op zondag. De vrouwen stonden vrijdagavond voor de kroegen om het loon veilig te stellen. We hadden geen honger, maar ook geen enkele luxe. Vakantie vierden we langs de Clyde. Baden deden we buiten, in een ijzeren bak. Bij Alec thuis hadden ze een eigen wc. Maar dat was een uitzondering.”

‘Ahcumfigovin’ staat te lezen op een bordje dat al jaren op Old Trafford hangt – aan de muur van Fergusons kantoor in Manchester, 350 kilometer naar het zuiden. Dialect voor I come from Govan. Alex Ferguson, geboren op de laatste dag van 1941, aanschouwde de afgelopen 25 jaar een metamorfose in het Engelse voetbal, waar toppers die nu 200.000 euro per week verdienen. Maar Govan is nooit ver weg. „Ik wil veel echo’s van Govan om me heen”, schreef hij in 1999 in zijn autobiografie Managing My Life. Het Engelse huis waar hij nu woont, in Wilmslow, vernoemde hij naar de werf waar zijn vader en broer Martin werkten, Fairfield. Het eerste renpaard dat Ferguson kocht noemde hij Queensland Star, naar een schip dat zijn vader had helpen bouwen.

Na school gingen ze voetballen tussen de huizenblokken, tussen het glas van de gebroken flessen achter de dranklokalen. Alex Ferguson was geobsedeerd door voetbal, en fan van Glasgow Rangers. Zijn vader was voor de katholieke aartsrivaal Celtic – opmerkelijk voor een protestant uit Glasgow. „We voetbalden uren achter elkaar”, zegt Whitelaw. „Er was verder niks. Alec was een winnaar. Winnen was de enige optie. We waren eens anderhalf seizoen ongeslagen met ons schoolteam.”

Toch werd Ferguson nooit een topvoetballer. Hij scoorde veel, kwam even uit voor de Rangers, maar hij was meer een leider, een organisator. Zoals hij op negentienjarige leeftijd, als gereedschapsmaker en vakbondsvoorman, zijn eerste staking organiseerde. Whitelaw: „Ze hadden hogere lonen beloofd, maar er gebeurde niks. Dan hadden ze aan Alec de verkeerde. Hij stond pal voor de jongens met wie hij werkte. Kende geen mededogen met de mensen die het onrecht hadden begaan.”

Loyaliteit, daar draait het leven om, leerde Ferguson. Zoals vaker gebeurt in een regio met één dominante industrie. Zijn grote Schotse voorgangers – Sir Matt Busby (ManUnited) , Bill Shankly (Liverpool) en Jock Stein (Celtic) – kwamen uit een mijnbouwgebied. Opgroeien met de arbeiders van Govan leerde Ferguson omgaan met mannen, schreef hij zelf. „Wat Alec meekreeg van zijn ouders was punctualiteit, hard werken, kameraadschap, discipline, loyaliteit”, zegt Ron Culley, een oude vriend van Ferguson.

Daar liggen de wortels van zijn aanpak: onder zijn spelers creëert Ferguson een cultuur van loyaliteit, tot in het extreme. Alleen dan kan een groep overleven. „Het leven was zwaar in Govan, maar nergens was zoveel saamhorigheid als hier”, zegt Whitelaw. „Iedereen zat in hetzelfde schuitje. Je moest elkaar kunnen vertrouwen. Het was ook een goed leven. We waren eens met zes oude vrienden op Old Trafford. Alec maakte toen een goed punt: zes vrienden uit Govan, allemaal getrouwd met dezelfde vrouw, al bijna vijftig jaar. Hij ook. Of je succes hebt of niet, je waarden moeten niet veranderen.”

Loyaliteit is heilig in Govan. Twee oude voetbalmaten, Tom Hendry en Jim McMillan, willen zelfs niet publiekelijk over hun jeugdvriend praten. „Dat lijkt me niet passend’’, zegt Hendry. Ze ontmoetten elkaar toen ze vier waren, in Govan.

Vijfenzestig jaar later krijgen ze nog altijd voorrang als Ferguson in de buurt is. „Als hij in Glasgow is voor een toespraak of diner regelt hij drie tafels voor zijn vrienden”, zegt Ron Culley. „Hij komt een uur eerder, zodat ze even kunnen bijpraten.”

En niks ‘Sir Alex’. „Oh nee”, zegt Whitelaw. „Hij blijft Alec, de jongen die met ons voetbalde in de steegjes. De meest bescheiden man die ik ooit heb ontmoet. Ik heb hem nog nooit horen klagen of opscheppen. Het gaat over van alles, zelden over hem.”

Ferguson komt nog vaak naar huis, heropende onlangs nog zijn verbouwde middelbare school, Govan High. Zamelde geld in voor een nieuw complex van zijn eerste voetbalclubje, Harmony Row. En schonk tienduizenden ponden aan The Preshal Trust voor de opvang van alcohol-en drugsverslaafden, pal naast de scheepswerf waar zijn vader zestig jaar geleden werkte.

Het staat allemaal in schril contrast met het beeld van Ferguson: de spijkerharde manager die voetballers wegstuurt als kleine kinderen, die schreeuwend tirades houdt, zijn spelers op een halve inch afstand stijf scheldt, neus tegen neus. Oud-speler Mark Hughes bedacht er een term voor: de hairdryer treatment.

Die woede-uitbarstingen kennen ze in Govan. Een onderwijzer van Broomloan Public School zei eens dat de kleine Alec een ruzie kon beginnen in een lege kamer. Als manager trapte hij bij Aberdeen eens een volle theepot naar zijn spelers. David Beckham liep in 2003 een hoofdwond op toen hij een weggetrapte schoen in zijn gezicht kreeg. „Wie hem belazert krijgt de volle lading”, zegt Whitelaw. „Dan zegt hij precies wat hij vindt. En daarna legt hij weer een arm om je schouder. Maar daag hem niet uit. Het is een man met veel passie.”

Toen Ferguson op 6 november 1986 in dienst trad bij United, heerste er een drinkcultuur onder de spelers, weet Whitelaw. „Daarin was hij heel makkelijk. It’s my way, or the highway, zei hij.”

En de schoonmaak begon. Mensen die groter wilden zijn dan de club krijgen de volle lading, zoals Beckham, Paul Ince en anderen. „Als je je autoriteit laat ondermijnen ben je verloren. Alec wist dat. Toon nooit zwakheid. Zo was hij vroeger ook: hij stond volledig achter je. Maar als je hem liet vallen, ging hij uit zijn dak.”

Zo zagen ze Alex Ferguson in Govan als kind, als vakbondsleider en als voetbalmanager. Hard, maar altijd volgens zijn strikte waarden. „Natuurlijk kan hij hard zijn”, zegt Ron Culley. „Maar ik zie een warme, lachende man, die altijd zorgt voor anderen. Die ieders naam onthoudt – ongelooflijk, wat een geheugen heeft hij. Een man die altijd met iedereen een praatje maakt en met engelengeduld handtekeningen uitdeelt, terwijl zijn eten koud wordt. Hij is zijn overtuigingen, zijn afkomst en zijn vrienden altijd trouw gebleven. Ik zou willen dat mijn kinderen opgroeien naar zijn normen.”