Het CDA lijdt aan het lijden dat het ontkent en ontloopt

De Mauro Passion heeft voor iedereen zichtbaar gemaakt waar het CDA aan lijdt. Geen enkele politieke winst halen uit het openbaar beleven van een gewetensconflict, dat is nieuw en pijnlijk. Het CDA wordt door meer geteisterd dan een leiderschapsprobleem: verbestuurlijking en christen-democratie gaan niet langer hand in hand.

Hoe kon het CDA zo de greep op zijn eigen lot verliezen? ‘We rule this country’: het Kamerlid Joost van Iersel heeft het misschien nooit gezegd, maar tot in de jaren ’90 van de vorige eeuw was het wel waar. Zonder CDA kon er weinig in dit land. En nu gemarginaliseerd in het Zuiden, geen burgemeester meer in de grote steden en van 23 naar 11 zetels in de laatste peiling van Maurice de Hond. Het befaamde CDA-netwerk dat zondagmiddag telefonisch het land bestuurde, bestaat het nog?

In 1963 won de KVP landelijk eenderde van alle Kamerzetels: 50. Het waren de laatste verkiezingen waarbij de katholieken met hun protestantse, latere CDA-partners van ARP en CHU een meerderheid in de Tweede Kamer haalden. De christen-democraten hadden niemand nodig om mee te regeren. De VVD (16 zetels) mocht meedoen om het kabinet wat te stofferen.

Het CDA heeft intussen een mate van transparantie bereikt die grenst aan doorzichtigheid. Zoals Wouter Beekers, een CDA-lid dat vorig jaar tegen de samenwerking met de PVV ageerde, gister in Trouw schreef: „Het eigen verhaal is uitbesteed aan tv-presentatrice Jacobine Geel.” Dominee Geel is geen lid van het CDA, maar onder haar leiding zocht een commissie wel naar ‘nieuwe woorden, nieuwe beelden’ voor de christen-democratie.

Die eerste nieuwe woorden klonken prachtig op het CDA-congres vorige zaterdag. Maar het gebrek aan verband met het huidige kabinetsbeleid kon niemand ontgaan, op meer punten dan het asielbeleid voor 18-jarige Limburgers.

Tijdens de Paarse jaren (1994-2002) hebben mensen als Klink en Balkenende al voor de nodige herbronning gezorgd. Zodra het CDA weer in het Torentje zat, werd de depolitiserende traditie hervat en bleef van de nieuwe normen en waarden vooral marktinspiratie over – dat mocht lijken op het middenveld van vroeger, maar het was meer tijdgeest dan christen-democratie. De PGB-pijn van nu is meer onkunde dan markt, maar toch.

Zeker, de CDA-partijen zijn ook altijd geworteld geweest in het zakenleven, maar de christelijke inspiratie – gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid, rentmeesterschap en werken van naastenliefde in binnen- en buitenland – werden altijd meer van harte beleefd dan bij bevriende VVD-ondernemers.

In de visie van Verhagen en Hillen, die het CDA bij de formatie-2010 vierkant op rechts parkeerden, is die tijd voorbij. Dat blijkt een fatale misrekening, om meer dan één reden. Het CDA had op rechts weinig te winnen, daar woonden VVD en PVV al. De kiezers die genoeg hebben van het softe gedoe van links, te veel staat, te veel vreemdelingen, kiezen liever voor het echte product. Bovendien gaf het CDA zijn traditionele scharnierpositie in het midden op zonder er iets voor terug te krijgen – behalve macht op de korte termijn.

De Europese crisis laat zien dat het CDA zich klemgereden heeft op een politiek gezien uitzichtloze helft van het speelveld. De PvdA is euro-constructiever en toont dat tot nu toe met de nodige moed, ondanks de electoraal schadelijke anti-Europese sirenenzang van de SP.

De keuze voor een CSU-achtige (conservatieve) CDA ontneemt de Nederlandse christen-democratie bovendien de kans zich te herdefiniëren als volkspartij die geld verdienen en medemenselijkheid op een duurzame en fatsoenlijke manier combineert. De belichaming van het Rijnlands model voor de 21ste eeuw. Verhagen en Hillen maken de partijgenoten die dat zoeken belachelijk. Daarom kan Maxime Verhagen geen leider worden van een opnieuw succesvol CDA.

Een ander dood spoor waar het CDA op zit is de vereenzelviging met het bestuur. Depolitisering was een handelsmerk van het regelende en verdelende CDA. In de neoliberale jaren ’90 en ’00 is de christelijke barmhartigheid goeddeels weggeredeneerd. Ook de besturende PvdA heeft daardoor vrijwel haar hele aanzien als behartiger van eerlijke verdeling van de vruchten van arbeid en beschermer van zwakkeren verloren. Voor de VVD ging minder verloren in dit eenzijdige klimaat.

Wil de christen-democratie weer herkenbaar worden en Jacobine Geel verleiden er op te stemmen, dan is herideologisering nodig. Ook dat geldt voor de PvdA. Niet op voorhand bestuurlijk denken en de heersende eng-kapitalistische waarheden nabouwen. Hardop nadenken over wat er klopte aan de krijtstreepversie van de werkelijkheid. Durven zoeken naar varianten die het evangelie getrouwer hertalen.

Het CDA had zichzelf meer ruimte geboden door – op afstand – mee te werken aan een kabinet dat een lossere binding met de Kamer had. Dan was er gelegenheid geweest meer kleur op de wangen te krijgen en tegelijk beleid te steunen dat nodig is. Die optie is weggehoond. Zoals men ook een lossere band tussen fractie en partij is ontlopen. Klem binnen de partij, klem binnen de gedoogcoalitie, klem tussen de oren.

Ad Koppejan, de CDA-deeltijddissident, verklaarde zich een „gelukkig christen-democraat” nadat voor Mauro Manuel uitzicht op een studievisum was geregeld. De betrokkene had dinsdag het gevoel dat hij bijna was uitgezet. Levenslang studeren is hem niet gegund. Daarna is hij weer afhankelijk van een ritselregeling. Het CDA kan zo veel beter.

marc chavannes

U kunt de auteur emailen via opklaringen@nrc.nl