Hard met een hart

Tien jaar na de oprichting is Leefbaar Rotterdam nog altijd een politieke factor van belang in de tweede stad van Nederland. Maar de protestpartij verandert. Vooral qua toon en aanpak. „Ik kan wel roepen dat de wethouder niet geloofwaardig is, maar een filmpje maakt meer indruk.”

Photo: Dirk-Jan Visser / Rotterdam / The Netherlands: 29-10-2011: Raadslid voor Leefbaar Rotterdam Hennie van Schaik wordt ook wel de markt burgemeester genoemd, hier met zijn kraam op de centrummarkt in Rotterdam.

Flyeren is hem wel toevertrouwd. „Goedemorgen mevrouw, mag ik u een folder van Leefbaar Rotterdam aanbieden?” Het is zaterdagochtend en in een drukke winkelstraat in de deelgemeente Overschie spreekt Mohammed Anfal (37) de ene na de andere voorbijganger aan. Tactvol, geduldig en met een innemende glimlach. Net als zijn collega’s draagt hij een fluorescerend hesje, voorzien van twee in het oog springende letters: LR. Ruim twee jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen is voor Leefbaar Rotterdam de campagne al begonnen.

Anfal – rank postuur, gemillimeterd streepbaardje – is van Marokkaanse afkomst en daarmee een opvallende verschijning in het verder ‘witte’ campagneteam. Want Leefbaar Rotterdam, dat is toch die partij van ‘blanke boze mannen’? De adepten van wijlen Pim Fortuyn, die de PvdA in 2002 voor vier jaar uit de macht verdreven, en niets van allochtonen moeten hebben? Anfal, grijnzend: „Ja, dat is me in eigen kring ook heel lang voorgehouden. Totdat ik me ging verdiepen in de standpunten.” Hij voelde zich meteen thuis. „Leefbaar is helder: je werkt voor je geld, je houdt je aan de regels en verder geen gedonder. Zo denk ik er ook over.”

Dit voorjaar maakte Anfal zelf kennis met Rotterdams grootste oppositiepartij, die 14 van de 45 raadszetels bezet. Aanleiding: de sluiting van café ’t Abattoir in de volkswijk Crooswijk waar de productiemanager bij TNT Post af en toe wat bijverdiende. De buurtkroeg zou volgens burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) gefinancierd worden met drugsgeld. Een ongefundeerde aantijging, volgens Anfal. Hij riep de hulp in van raadslid Dries Mosch, Leefbaars onvermoeibare strijder tegen kwaad en onrecht. Van het een kwam het ander. De ironie is Anfal en zijn Nederlands-Marokkaanse vrienden niet ontgaan. „Dries heeft de sluiting helaas niet weten te voorkomen, maar hij stond er wel. Met raad en daad, na één telefoontje. Terwijl ‘onze’ Aboutaleb niet thuis gaf.”

Wurggreep

Deze maand is het tien jaar geleden dat aan de keukentafel van oud-docent Ronald Sørensen de lokale protestpartij Leefbaar Rotterdam werd opgericht. De stad was vastgelopen, Rotterdam zat in de wurggreep van de ‘plucheplakkers van de PvdA’. Drugsoverlast en -criminaliteit waren het gevolg. Vier maanden later zorgde Leefbaar, met dank aan stemmenkanon Pim Fortuyn, voor een electorale aardverschuiving in de ‘rode stad’. Vanuit het niets won de partij zeventien zetels bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het bleek een voorbode van wat Nederland drie maanden later, op 15 mei 2002, te wachten stond bij de landelijke stembusstrijd: een ongekende verkiezingsoverwinning (26 zetels) van nieuwkomer LPF, negen dagen na de moord op voorman Pim Fortuyn.

Elders in Nederland verdwijnen lokale partijen vaak even snel als ze opduiken, meestal door een gebrek aan enthousiasme en bekwame raadsleden. In Rotterdam daarentegen is de anti-establishmentpartij nog altijd een politieke factor van belang. „Al tien jaar weten we bijna 30 procent van de kiezers achter ons te krijgen, dan doe je iets heel erg goed”, zegt fractievoorzitter Marco Pastors (46) tijdens een lunch in het centrum van Rotterdam. Hij noemt het „veelzeggend” dat de PVV twee jaar geleden afzag van deelname aan de raadsverkiezingen in Rotterdam, een stad met een van oudsher rechts sentiment. „Ook Geert Wilders onderkent onze kracht. Wij zijn diep in deze stad verankerd.”

Met de PVV onderhoudt Leefbaar nauwe banden. Te nauw, benadrukte de PvdA tijdens de laatste verkiezingscampagne. Smalend sprak PvdA-lijsttrekker Dominic Schrijer over „de lokale PVV-afdeling die Rotterdammers met een kleurtje categorisch uitsluit en beschimpt”. Pastors kan nog „pissig” worden over de „gewetenloze lastercampagne”. Dat Schrijer dit voorjaar moest opstappen als wethouder, mede onder druk van zijn eigen PvdA, is slechts een schrale troost. Pastors: „Hoogmoed komt voor de val.”

Want de pijn zit dieper. Na vier jaar „tamelijk machteloos” in de oppositiebanken te hebben gezeten, wilden Pastors en Leefbaar Rotterdam niets liever dan terugkeren in het college. „Wij zijn op ons best als we aan de knoppen zitten.” Het bewijs leverde de partij volgens hem in de jaren 2002-2006, toen „het ene na het andere heilige huisje omver werd gekegeld”: de prostitutiezone aan de Keileweg werd gesloten, het college was voortaan ‘afrekenbaar’ op vooraf gestelde doelen (targets), Leefbaar introduceerde de Rotterdam Wet (inkomen uit werk als vestigingsvoorwaarde) in de kwetsbare wijken. Rotterdam kwam, kortom, weer in beweging. Vriend en vijand erkennen dat, tot op de dag van vandaag.

Oud-minister Pieter Winsemius (VVD) drong vorig jaar na de raadsverkiezingen als ‘verkenner’ aan op „een stadsbrede coalitie”: PvdA én Leefbaar in één college. Zoveel inhoudelijke verschillen had hij niet ontdekt. Na een hertelling bleken de marges bovendien minimaal: in een stad met 472.070 stemgerechtigden kreeg de PvdA (28,92 procent) welgeteld 651 stemmen meer dan Leefbaar (28,63 procent). In de wandelgangen van het stadhuis aan de Coolsingel werd gesproken over ‘de pacificatie van Rotterdam’. Eindelijk zouden beide de onderlinge irritaties opzij zetten. Omwille van de stad die – alle vorderingen ten spijt – nog altijd gebukt gaat onder een veelvoud aan problemen: armoede, criminaliteit, schooluitval, enzovoort.

Maar zover kwam het niet, tot woede en frustratie van Pastors en zijn fractiegenoten. De PvdA hield voet bij stuk: geen samenwerking met ‘de racisten’ van Leefbaar. Gevolg? Rotterdam is en blijft een verdeelde stad. „De partij die ons verwijt anderen uit te sluiten, zet zelf bijna 30 procent van de Rotterdammers in de kou”, bitst Pastors. Het kostte hem moeite zijn ergernis te verbergen, zeker in die eerste maanden nadat de PvdA een coalitie had gesloten met VVD, D66 en CDA. „Ik heb me bewust op de vlakte gehouden.”

In de raad liet – en laat – Pastors het woord steeds vaker aan anderen. Aan collega’s die het gedachtengoed van Fortuyn onderschrijven, maar zich later bij de partij aansloten en niet de verbittering over diens moord met zich meedragen. Ronald Buijt (43, transportplanner) is zo’n representant van de tweede generatie, net als Maarten Struijvenberg (37, fulltime raadslid), Robert Simons (48, afdelingshoofd inspectiedienst), Ronald Schneider (48, consulent), Michel van Elck (41, accountant) en Marijana Zivanovic (33, fulltime raadslid). „De nieuwe mensen zijn minder belast door het verleden”, zegt fractievoorzitter Arno Bonte van GroenLinks. „Extreme voorstellen, zoals een minarettenverbod of verplichte abortus voor Antilliaanse tienermoeders, hoor je bovendien niet meer. Omdat de nieuwe generatie beseft dat het radicale anti-allochtonengeluid hen niet verder helpt. Het is meer en meer een brave boekhouderspartij, die vooral oog heeft voor de centjes.”

De toon is inderdaad milder, constateert ook SP-fractievoorzitter Leo de Kleijn. Met dank ook aan de PVV. „Leefbaar distantieert zich van dat rauwe xenofobe geluid van Wilders, en presenteert zich als het redelijke alternatief op rechts.” Dat moet ook wel in een multiculturele stad als Rotterdam (48 procent migranten), weet D66-leider Salima Belhaj. „Het is meer anticiperen dan attaqueren wat Leefbaar nu doet. Maar onderhuids sluimert het ressentiment nog wel degelijk. Ze waken ervoor om al te veel naar het midden op te schuiven.”

Voor dit verhaal is toestemming gevraagd om een fractievergadering bij te wonen. Leefbaar profileert zich als ‘een open en een transparante partij’. De fotograaf was welkom, de verslaggever niet, besliste Pastors. Buijt vraagt om begrip als hij aanschuift in een café in Rotterdam-Noord: „Marco en Ronald [Sørensen] zijn mannen van het eerste uur, en weten nog hoe de media zich in 2002 fel tegen Leefbaar keerden. Die demonisering heeft uiteindelijk geleid tot de moord op Pim. Dat is hun waakvlam: ‘ze’ hebben hem kapot geschreven. Wij, zeg maar de groep die vanaf 2006 in de raad kwam, staan daar wat losser en pragmatischer in. Wees welkom, we hebben niets te verbergen.”

Dat Leefbaar de laatste maanden een mildere toon aanslaat, heeft ook een praktische oorzaak, zegt Dries Mosch (63), eveneens ‘een man van het eerste uur’. „Zonder Ronald Sørensen zing je sowieso een paar octaafjes lager”, grijnst hij. Sørensen (64) verliet dit voorjaar de fractie en nam namens de PVV zitting in de Eerste Kamer. In Rotterdam stond hij bekend om zijn emotionele oprispingen, waarmee hij zijn partij geregeld in verlegenheid bracht. Zoals die keer dat hij Aboutaleb typeerde als „die Marokkaanse baantjesjager die thuis slaapt in een Ajax-pyjama”, vlak na diens voordracht als burgemeester van Rotterdam. Sørensen vertolkte daarmee de mening van veel van zijn kiezers, maar zette een toon die Leefbaar lang werd nagedragen door andere partijen, aartsvijand PvdA voorop. Later maakte Sørensen zijn excuses voor zijn „ongelukkig gekozen woorden”.

Bedachtzamer opereren

Zulke uitglijders maakt Leefbaar niet meer. Buijt, sinds 2004 betrokken bij Leefbaar Rotterdam, ziet daarop toe. Hij is sinds de verkiezingen van vorig jaar de partijstrateeg en werd dit voorjaar benoemd tot campagneleider, op weg naar de volgende stembusgang, in maart 2014. Ja, Leefbaar opereert bedachtzamer dan voorheen, erkent hij. „Maar we doen geen afbreuk aan onze principes, want fout is fout. Of het nu gaat om criminele Antillianen of om autochtone reljongeren, zoals laatst bij Feyenoord: wij noemen het beestje bij de naam.”

En toch: soms is het verstandiger „je kruit eventjes droog te houden”, weet Buijt. Neem de afgelopen maanden, toen de coalitiepartijen (PvdA, VVD, CDA en D66) achter de schermen ruzieden over de bezuinigingsmaatregelen. „Voor ons doen hebben we ons redelijk koest gehouden, omdat de ervaring heeft geleerd dat zij de gelederen onmiddellijk sluiten zodra wij moord en brand schreeuwen”, zegt Buijt. „Soms moet je de snelkookpan zelf het werk laten doen. Dat is ook politiek bedrijven.”

Zijn collega Maarten Struijvenberg beaamt dat. Hij voert de druk op het stadsbestuur op door elke week een bijstandsmonitor op de eigen website te publiceren. „Om aan te tonen dat het college mooie praatjes verkoopt over de uitstroom van werklozen, want de gestelde doelen zijn niet realistisch.” Eerder compileerde hij een filmpje waaruit bleek dat wethouder Jantine Kriens (Financiën, PvdA) tegenstrijdige uitspraken deed. Knippen en plakken in plaats van verbale aanvallen in de raad. Struijvenberg: „Ik kan wel roepen dat Kriens niet geloofwaardig is, maar zo’n filmpje maak t meer indruk.”

Toch wist Leefbaar tot dusver geen wig te drijven in de coalitie. „Ze verloochenen liever hun eigen principes dan dat ze met ons in zee gaan, bang als ze zijn om de tweede viool te spelen”, zegt Buijt. Vooral de VVD maakt zich daar volgens hem schuldig aan. Om die boodschap te onderstrepen, trok Leefbaar deze week „vier typische VVD-wijken” in, zoals Kralingen en Hillegersberg. Elk huishouden kreeg een flyer in de bus, met de boodschap dat de liberalen hun verkiezingsbelofte (geen belastingverhoging) breken en hun „financieel wanbeleid” afwentelen op de Rotterdammers. Buijt: „Bij die kiezers kunnen we stemmen halen.”

Buijt heeft deze zomer niet stilgezeten. Hij wakkerde intern het debat aan door onder anderen oud-burgemeester Bram Peper (PvdA) en schrijver Mohammed Benzakour om een tegengeluid te vragen in de vorm van een column op de Leefbaar-site. Onder het mom: zonder wrijving geen glans. Verder won hij advies in bij hoogleraar politicologie Rinus van Schendelen.

Hoewel de raadsverkiezingen nog twee jaar op zich laten wachten, is voor Leefbaar de campagne al begonnen. Sinds twee weken is op de lokale radio een verkiezingsspot te horen. Bijna elk weekeinde laat de partij zich zien in de stad. Buijt: „Je moet de band met je achterban onderhouden. Niemand die ons in 2014 het verwijt kan maken dat wij slechts één keer in de vier jaar zichtbaar zijn, en onszelf de rest van de tijd opsluiten in het stadhuis.”

Afkomst

Wie altijd zichtbaar is, is Hennie van Schaik (65). Behalve raadslid voor Leefbaar is hij marktkoopman. Hij staat drie keer in de week ‘op de mart’ en verkoopt kleding. „Ik weet als geen ander wat er speelt en leeft onder de mensen.” Net als Mosch is hij „dag en nacht bereikbaar” voor Rotterdammers in nood. Zijn credo? „Wij zijn hard met een hart.”

Die boodschap zou Mohammed Anfal best willen uitdragen als raadslid van Leefbaar. Want ja, hij wil over twee jaar graag een plek op de kandidatenlijst. Buijt hoort het goedkeurend aan. „Maar laat één ding duidelijk zijn: wij selecteren op kwaliteit, niet op afkomst.” Met andere woorden: Anfal zal zich moeten ontwikkelen én bewijzen.

Hij spreekt in elk geval al de taal die de Leefbaren als muziek in de oren klinkt. Anfal: „Weet je, de overgrote meerderheid van de allochtonen stemt zonder enig nadenken op de PvdA. Omdat de imam het zegt of de baas van het cultureel centrum. Het wordt ze met de paplepel ingegoten. Zo was het bij mij ook. Niemand stelt de waarom-vraag. Ik inmiddels wel.”

    • Mark Hoogstad