‘Ha, hé! Lieve Beb, cnof nee!’

Aflevering 10: over het Periodiek Systeem der elementen, de tabel waarop de bouwstenen van ons universum zijn gerangschikt.

Elementaire deeltjes heet de roman waarmee Michel Houellebecq in 1998 de wereld veroverde. Moleculen, atomen of nog kleinere partikels spelen er niet eens een grote rol in; de belangrijkste link met de titel is het beroep van de hoofdpersoon, een moleculair bioloog, en zijn overtuiging dat de mens net als de elementen wordt geregeerd door wetmatigheden. Maar Houellebecq moet zich bewust zijn geweest van de associaties die de titel zou oproepen met enkele grote werken uit de wereldliteratuur. De rerum natura bijvoorbeeld, waarin de Romeinse dichter Lucretius (99-55 v. Chr.) de Griekse leer van de ondeelbare (a-tomoi) deeltjes verbindt met een materialistisch wereldbeeld. En natuurlijk Het periodiek systeem (1971) van Primo Levi. Hierin beschrijft de Italiaanse scheikundige en Auschwitzoverlever zijn leven aan de hand van 21 elementen – een vertelprocédé dat veertig jaar later nog eens dunnetjes werd overgedaan door de neuroloog Oliver Sacks in zijn jeugdherinneringen Uncle Tungsten; Memories of a Chemical Boyhood.

Primo Levi noemde zijn autobiografie naar een van de elegantste verworvenheden uit de natuurwetenschappen: het ‘periodiek systeem der chemische elementen’, oftewel een handige tabel waarop de bouwstenen van ons universum in tweeërlei opzicht zijn gerangschikt: horizontaal in de volgorde van het aantal protonen in de atoomkern én vertikaal in groepen waarin bepaalde schei- en natuurkundige eigenschappen telkens terugkeren. Zodat je in één oogopslag kunt zien dat fluor (nummer 9, afkorting F) minder protonen telt dan neon (10, Ne) en dezelfde eigenschappen heeft als chloor (17, Cl), broom (35, Br) en jodium (53, I) – allemaal halogenen.

De geestelijk vader van dit ingenieuze en esthetisch verantwoorde Periodiek Systeem (genoemd naar de horizontale rijen of ‘perioden’) is de Russische chemicus Dimitri Mendelejev, die in 1869 de 62 toen bekende elementen rangschikte (en naar wie een eeuw later het nieuw ontdekte element 101 werd genoemd). Maar hij was niet de eerste die zich op deze manier met de materie bezighield. Eigenlijk moet hij de eer delen met een Duitser die een jaar later – onafhankelijk van Mendelejev – eenzelfde tabel het licht deed zien. En misschien ook wel met de Engelsman die zes jaar eerder de elementen had ingedeeld in acht groepen van zeven, of de Fransman en de Duitser die in de eerste helft van de negentiende eeuw de elementen rangschikten op atoommassa.

repin_75080.jpg

De ontwikkeling van het Periodiek Systeem is als een bouwwerk van lego waaraan wetenschappers uit heel Europa een steentje hebben bijgedragen. De basis ervoor werd gelegd door de scheikundigen die vanaf 1669 (de ontdekking van lichtgevend fosfor in de ingekookte urine van een Duitse alchemist) tientallen elementen toevoegden aan de bescheiden lijst (koolstof, zwavel, ijzer, koper, zilver, tin, goud, kwik, lood) die sinds de Oudheid bekend was. De Fransman Lavoisier gaf onder meer waterstof en zuurstof hun naam. De Brit Davy was, zoals de fysicus Robbert Dijkgraaf het ooit uitdrukte, „met natrium, kalium, magnesium, calcium en barium op zijn naam goed voor een hele vitaminewinkel”. De Poolse Marie Curie-Sklodowska, tweevoudig Nobelprijswinnaar en wellicht de beroemdste scheikundige uit de geschiedenis, isoleerde en benoemde de radioactieve elementen radium en polonium.

Tegenwoordig kennen we 118 elementen, waarvan er 91 in de natuur voorkomen en de rest in laboratoria gesynthetiseerd is. In het anekdotische boek dat de wetenschapsjournalist Hugh Aldersey-Williams dit jaar aan het Periodiek Systeem wijdde (Periodic Tales), wordt op een geestige manier uit de doeken gedaan hoezeer de Europese kunstproductie afhankelijk is geweest van de elementen. Zo zorgde kobalt voor het blauw van het glas-in-lood van de kathedralen én van Delfts blauw; kleurde cadmium het palet van de expressionisten geel-oranje-rood; geeft titanium het dak van het Guggenheim in Bilbao kleur en vorm; en wordt europium, een zeldzaam element dat rood oplicht onder de UV-lamp, gebruikt in de drukinkt van de eurobiljetten.

Schermafbeelding 2016-07-26 om 23.01.18

Het Periodiek Systeem heeft inmiddels een iconische status en is ontelbare manieren geparodieerd; met filmsterren op de plaats van de elementen (Cr=Julie Christie, Cu=Tony Curtis), met de beste websites op internet, met details uit de tv-serie Mad Men, met scheldwoorden, drukletters, Belgische bieren en je kunt het zo gek niet verzinnen wat. Nog creatiever zijn generaties scholieren en studenten geweest die in smartphoneloze tijden grote delen van het Systeem uit hun hoofd moesten leren. Want hoe onthoud je bijvoorbeeld de eerste drie perioden? Met behulp van een ezelsbruggetje:

1) neem de eerste achttien elementen: waterstof, helium / lithium, beryllium, boor, koolstof, stikstof, zuurstof / fluor, neon, natrium, magnesium, aluminium, silicium / fosfor, zwavel, chloor, argon

2) zet de afkortingen achter elkaar: H He / Li Be B C N O / F Ne Na Mg Al Si / P S Cl Ar

3) breng ze onder in een memorabel zinnetje: ‘Ha, hé! Lieve Beb, cnof nee! Namgal sips clar.’

Grote poëzie is het niet; wel onvergetelijk. En dat is nog niets vergeleken met de tientallen ezelsbruggetjes die bestaan om de metalen uit het Periodiek Systeem naar edelheid te rangschikken – van ‘Kareltje Cana Mag op Al Zijn Feestjes Snaps Proberen’ tot ‘Culinair Hoogstaande Agrariërs Poten Augurken.’

Speel zelf de scheikundige en ontdek welke elementaire deeltjes hierin verborgen zitten.

    • Pieter Steinz