Golfbreker

Met de vorige 1-Serie had BMW een succesnummer in de overvolle middenklasse. De nieuwe ‘Eén’ is een waardige opvolger.

fotografie: Lars van den Brink onderwerp: BMW 118i gefotografeerd bij BMW Amsterdam. Op de foto links BMW verkoopadviseur Nieuw Tijmen Alberts en rechts verkoopadviseur Sebastiaan Albada Jelgersma.

‘De BMW 1-Serie verandert’ roepen de billboards in het land. Aardige woordspeling van het reclamebureau, want dat BMW’s kleinste model is vernieuwd zal meteen ook duidelijk zijn. De nieuwe 1-Serie oogt strakker en ik ben vooral blij dat die schommelstoelachtige ronding onderaan de portieren verdwenen is. Die gaf de vorige 1-Serie iets oubolligs.

BMW heeft het lang moeilijk gehad met het in de markt zetten van een auto in het C-segment, zeg maar de Volkswagen Golf-categorie. De allereerste poging, de Compact (een 3-Serie waarvan vrijwel letterlijk de achterkant was afgezaagd) was geen succes, maar met de 1-Serie deed en doet BMW goede zaken. De prijzen zijn behoorlijk scherp, alhoewel de testauto die ik meekreeg voor bijna 13 mille extra’s aan boord had. Dat neemt niet weg dat met name in leaseland rijders erachter komen dat ze voor een heel redelijk bedrag BMW kunnen rijden. Dat komt omdat er heel wat fiscaalvriendelijke versies zijn met A- of B-label en 20 procent bijtelling. En zo’n sleuteltje met dat blauw-witte logo – u mag er een propeller in zien, het is een verwijzing naar het gegeven dat BMW ooit vliegtuigmotoren fabriceerde – maakt toch net iets meer indruk dan, pakweg, het Ford-ovaal of een Renault-wybertje.

Laat overigens duidelijk zijn dat de 1-Serie een echte BMW is. Zijn front, met de ‘nieren’ in de grille, straalt uit dat we met een product uit München te maken hebben. Ook de techniek heeft BMW-DNA. De motor staat in lengterichting voorin en drijft volgens de beste tradities de achterwielen aan. Waar aartsconcurrent Mercedes-Benz zijn compactere modellen (A- en B-klasse) voorwielaandrijving geeft, houdt BMW vast aan zijn sportieve roots.

En sportief is de 118i. Laat u trouwens niet misleiden door die aanduiding, want de motor is gewoon een 1.6. Hij maakt gebruik van een nieuwe vinding van BMW: TwinPower Turbo. Daarbij worden, zoals de naam al aangeeft, de uitlaatgassen gesplitst. Elk setje van twee cilinders heeft zodoende zijn eigen turbo om tegenaan te blazen en dat komt de reactietijd zeer ten goede. Het maximumkoppel is door deze maatregel al beschikbaar bij 1.250 toeren, nauwelijks meer dan stationair. Voeg daarbij dat BMW de motor zuiniger maakte door de toepassing van directe brandstofinjectie en ValveTronic-kleppentechniek en het zal duidelijk zijn dat er sprake is van een motor die, hoe paradoxaal ook, sterker maar tegelijkertijd zuiniger is geworden.

Spaarprogramma

En over sterker en zuiniger gesproken: dat kan de bestuurder ook nog zelf instellen. De motor kent een comfort-, sport- en eco-programma, waarbij in dat laatste geval de besparing daadwerkelijk voelbaar is. Wie, rijdend op de snelweg de eco pro-stand selecteert merkt dat de machinerie in het spaarprogramma springt. De reacties op het gaspedaal zijn wat lauwer en de fut lijkt uit de motor verdwenen. Dat die fut er wel degelijk is, blijkt in de sportstand. Dan accelereert de 118i als een échte BMW, zijn alle 170 paardenkrachten paraat en weet je weer waarom het zo lekker is als bij een auto de voorwielen alleen maar hoeven te sturen en de gewichtsverdeling optimaal is.

De zit achter het niet te grote stuur is prima. Je kunt het in twee richtingen verstelbare stuurwiel prettig dichtbij halen, waardoor je kunt zitten als in een raceauto: de armen niet, maar de benen wél gestrekt. Onhandigheidjes zijn er ook. De veerdruk in de pook is nogal stevig, daar moet een niet BMW-rijder echt aan wennen. Net als aan het gegeven dat de interval van de ruitenwisser een apart knopje heeft. Of dat de start-stopknop aan het eind van de rit twee keer moet worden ingedrukt. De eerste keer om de motor uit te zetten, de tweede keer om ook de radio en het contact tot zwijgen te brengen. Dat went allemaal best snel, alleen maakt het de 1-Serie tot een auto die je niet even zomaar aan iedereen kunt meegeven. Maar dat is misschien wel de bedoeling.

    • Guus Peters