Flexwerk? De arbeidsmarkt regelt het zelf wel

Het kabinet hervormde het ontslagrecht niet, maar dat betekent niet dat er niks verandert. Een steeds groter deel van de arbeidsmarkt ontsnapt aan de cao- en ontslagregels, tot woede van de vakbonden. „Dit duveltje gaat niet meer in het doosje.”

Europa ,Nederland, Utrecht, 04-11-2011 TNT Sorteercentrum op Lage Weide. Gabor Molnar , hongaar, flexwerker, chef afdeling inpakken oa.reklamefolders waar 10 nationaliteiten aan het werk zijn. Foto Evelyne Jacq. Evelyne Jacq

Boomkwekers in West-Brabant laten zich de wet niet voorschrijven door Henk Kamp van Sociale Zaken. De tuinders mogen van de minister geen Roemenen meer inhuren om de appels en peren van de bomen te halen. Omdat de bedrijven per se Roemenen willen, besteden ze het rooien nu uit aan een Roemeens bedrijf. Dat bedrijf huurt vervolgens de gewenste Roemenen in. Het is een legale constructie in de Europese Unie, die als bijkomend voordeel heeft dat de Roemeense arbeidsvoorwaarden deels gelden. Dat houdt in: een lager loon, en lagere sociale premies.

Deze omstreden constructie is niet nieuw. Ook in de bouw werken Oost-Europeanen voor een lager loon. Ze vallen buiten de Nederlandse collectieve arrangementen, zoals de bouw-cao en het ontslagrecht.

Sommige werkgevers gaan een stap verder. Ze richten zelf een bedrijf in Oost-Europa op en huren daar personeel in, dat hier goedkoop komt werken. Transportbedrijf Mooij werd in augustus voor zo’n constructie op de vingers getikt. De Poolse chauffeurs die Mooij had ingehuurd, vielen ten onrechte niet onder de Nederlandse arbeidsvoorwaarden, oordeelde de rechter.

Het via Oost-Europa inhuren van personeel is maar één van de vele manieren waarop bedrijven de regels omzeilen. Een groeiend deel van de arbeidsmarkt onttrekt zich aan collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s), het ontslagrecht, en het afdragen van sociale premies.

Neem payrolling, een dienst die wordt aangeboden door dochterbedrijven van uitzendbureaus. Payrolling is een manier om het ontslagrecht te omzeilen. Werkgevers huren werknemers in die louter op papier in dienst zijn van het payrollbedrijf. De werkgever kan de opdracht opzeggen en het payrollbedrijf mag de werknemer dan direct ontslaan. Het aantal mensen dat via een payrollbedrijf werkt, groeit snel, ook bij de overheid.

Lang niet alle constructies zijn omstreden. Ook werknemers onttrekken zich in toenemende mate aan het cao-keurslijf. Zo neemt het aantal zzp’ers al jaren toe. Dat zijn zelfstandigen die zich laten inhuren door werkgevers, die voor de zzp’ers geen sociale premies of pensioenpremies hoeven af te dragen. En nog altijd groeit het aantal mensen met een tijdelijk contract. In diverse cao’s is afgesproken dat die langer dan drie jaar achtereen aangeboden mogen worden, zoals in de horeca-cao.

Sommige manieren om de regels te omzeilen, zijn puur praktische vereenvoudigingen. Zo worden werknemers met een vast contract steeds vaker ontslagen via een zogeheten vaststellingsovereenkomst. Daarin spreken werknemer en werkgever samen een ontslagvergoeding af zonder tussenkomst van de rechter. Dat scheelt tijd en geld. Meestal krijgt de werknemer dezelfde vergoeding als hij zou krijgen van de kantonrechter, maar dat hoeft niet.

„De flexibilisering van de arbeidsmarkt is in een stroomversnelling terecht gekomen”, zegt Ton Wilthagen, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. „Payrolling is slechts de laatste uitvinding. Zo flexibiliseert Nederland in weerwil van het zware en ouderwetse ontslagrecht.”

Maurice Limmen werkt al elf jaar bij de vakbond. Hij ziet de verhoudingen op de werkvloer razendsnel verharden. „Ik maak me zorgen over de verhalen die ik hoor van schoonmakers, supermarktpersoneel, bouwvakkers en vrachtwagenchauffeurs.” Limmen is vicevoorzitter van vakcentrale CNV, en lid van het CDA. Limmen maakt zich zoveel zorgen dat hij na het gesprek nog eens opbelt om uit te leggen waarom. „Mensen komen in situaties terecht, die de meest verregaande voorstellen van politici, doen verbleken.”

De vakbonden zijn ervan geschrokken hoe snel de arbeidsmarkt flexibiliseert. Terwijl zij geen handtekening hebben gezet onder grote hervormingen. CNV en FNV willen daarom een halt toeroepen aan „de wildgroei aan flexibele constructies.” Werkgevers daarentegen zeggen dat de flexibilisering broodnodig is. Cees Oudshoorn van werkgeversorganisatie VNO NCW: „Het flexibele deel van de arbeidsmarkt hadden we hard nodig in de recente crisis. Om te overleven.”

Hoeveel flexwerkers er precies zijn, is onduidelijk. De schattingen lopen uiteen: volgens Wilthagen gaat het om eenderde van alle werknemers, volgens het CPB om een kwart. De laatste jaren stijgt het aantal flexwerkers, maar de meest recente toename – die waar de bonden zo van geschrokken zijn – is nog niet in de cijfers terug te zien. Dat komt ook omdat de definitie van flexibel personeel niet eenduidig is.

Of deze flexibilisering van de arbeidsmarkt erg is, daarover twisten de deskundigen. Maar het is wel opmerkelijk. Het huidige kabinet Rutte van CDA en VVD wordt immers verweten de arbeidsmarkt niet te hervormen en daarmee economische groei tegen te houden. CDA en VVD wilden de ontslagbescherming van werknemers met een vast contract verminderen, maar PVV-leider en gedoger Geert Wilders verbood dat.

Volgens de deskundigen neemt de flexibilisering zo’n vlucht juist omdat hervormingen als die van het ontslagrecht uitbleven. „Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Als de politiek zo lang aarzelt, doet de markt het zelf,” zegt hoogleraar Wilthagen. Rob Euwals is econoom bij het Centraal Planbureau (CPB) en doet onderzoek naar flexwerk. Hij zegt: „Omdat het verschil in bescherming van werknemers met vaste en flexibele contracten zo groot is, proberen werkgevers zoveel mogelijk mensen met flexibele contracten te krijgen voor banen waarvoor weinig kennis nodig is.”

Daarom is de uitzendbranche een florerende bedrijfstak. Andries de Grip, hoogleraar aan de Universiteit van Maastricht: „Onze uitzendbranche is letterlijk een exportproduct. Die bedrijven vinden telkens nieuwe manieren om flexibel personeel te leveren.” De financiële crisis draagt daaraan bij. Bedrijven zijn de laatste jaren terughoudend met het uitdelen van vaste contracten.

Je zou kunnen zeggen: prima toch? De arbeidsmarkt vindt zijn eigen weg, zonder dat politieke partijen impopulaire maatregelen hoeven te nemen. Leve de vrije markt.

Op het eerste gezicht klopt die redenering. Flexwerk biedt voordelen voor werkgevers én werknemers, concludeert het CPB. Werkgevers kunnen beter klappen opvangen, werknemers vinden sneller een baan.

Voor werknemers blijken flex-constructies populair aan het begin en het einde van de loopbaan. Tieners en begin twintigers werken relatief vaak op een tijdelijk contract. Veertigers, vijftigers en zestigers werken relatief vaak als zzp’er. Van beide groepen is het overgrote deel zielig noch uitgebuit.

Wie de situatie nader beschouwt, ziet dat de flexibilisering minder fraai is. Het zorgt voor een tweedeling. Werknemers met een vast contract zijn zeer beschermd, vergeleken met werknemers in andere Europese landen. Werknemers met flexibele contracten zijn juist relatief weinig beschermd, constateert het CPB.

Een kleine groep flexwerkers - vooral die met een lage opleiding -blijft hangen in flexibele constructies. Hoogleraar Wilthagen vergeleek Europese landen: „Dan zie je duidelijk: hoe hoger de bescherming van werknemers met vaste contracten, hoe meer flexwerkers. En hoe geringer de doorstroming.” Als er niks verandert, zegt het CPB, dan lopen we het risico dat de tweedeling verder toeneemt.

De oplossing daarvoor is volgens Euwals van het CPB niet om alleen mensen met tijdelijke contracten meer te beschermen, zoals de vakbonden nu willen. De ontslagbescherming van mensen met een vast contract moet juist verminderd worden. Euwals: „Als je alleen mensen met tijdelijke contracten meer beschermt, dan valt een deel van de onderkant van de arbeidsmarkt af. Laagopgeleiden vinden dan helemaal geen werk meer.”

Intussen probeert vooral het CDA om toch te morrelen aan het ontslagrecht. Zo stelde Kamerlid Eddy van Hijum in oktober voor de ontslagvergoeding afhankelijk te maken van hoeveel werkgevers investeerden in de scholing van het personeelslid. Zijn partijgenoot Maxime Verhagen, minister van Economische Zaken, wil langjarige tijdelijke contracten mogelijk maken, bijvoorbeeld van 7 of 10 jaar. De bonden zijn er faliekant tegen. Limmen van CNV: „Het plan van Verhagen is de zoveelste uitholling van het ontslagrecht.” De hoogleraren reageren verdeeld. Wilthagen is het met de bonden eens. Maar De Grip ziet in het langjarige tijdelijke contract juist een manier om tijdelijk personeel een betere positie te geven, binnen de huidige regels. Hij verwacht dat werkgevers meer zullen investeren in de scholing van personeel met een tienjaarscontract dan van personeel op een jaarcontract.

In de discussie speelt de PVV een opmerkelijke rol. Inhoudelijk is de partij een bondgenoot van de bonden. Maar tegelijk gruwt de partij van de polder en wil het cao’s afschaffen. Kamerlid Ino van den Besselaar laat via een e-mail weten tegen het plan van Verhagen te zijn. „Omdat daarmee het vaste contract wordt uitgehold.” Ook PvdA en SP zijn tegen het plan. Of het plan het haalt, hangt van GroenLinks en D66 af. Beide partijen twijfelen.

Van Hijum maakt zich zorgen over de tweedeling op de arbeidsmarkt. Hij ontkent stiekem het ontslagrecht te willen versoepelen. Van Hijum: „Een fundamentele discussie over de arbeidsmarkt is nu niet mogelijk, maar het denken staat niet stil.”

De vakbonden proberen intussen flexpersoneel te organiseren en in opstand te laten komen, zoals bijvoorbeeld vakkenvullers en schoonmakers. Maar volgens De Grip is het een illusie te denken dat ze de flexibilisering kunnen tegenhouden. „De bonden kunnen de uitwassen bestrijden, maar tegenhouden? Nee, dit duveltje gaat niet meer in het doosje.”

Als de bonden zich zo’n zorgen maken, is de vraag waarom ze niet zelf een deal maken met werkgevers. Ze kunnen een soepeler ontslagrecht voor vaste contracten ruilen tegen betere bescherming van flexwerkers. Het is misschien de enige manier om onder dit kabinet flexwerkers meer te beschermen. Limmen van CNV: „De polder is niet in zijn meest vitale periode. Dus beschermen wij werknemers via de cao’s, waarin we harde afspraken maken over de verhouding tussen flex en vast binnen bedrijven. Om zo het aantal flexwerkers aan een maximum te binden.”

Een landelijke deal sluiten is niet makkelijk, nu vakbond FNV intern ruzie heeft – en werkgevers weinig belang hebben bij onderhandelingen. De arbeidsmarkt flexibiliseert toch al snel. Oudshoorn van VNO NCW bevestigt dat ondernemers minder vaak klagen over het ontslagrecht. „De flexroute biedt soelaas.”

    • Marike Stellinga