Een sprankje hoop voor Stapel

Diederik Stapel vervalste onderzoek en zag een mooie carrière in scherven vallen. Is er nog een toekomst voor publieke figuren die zo diep vallen? Ervaringsdeskundigen aan het woord.

Alsof je in een ravijn wordt gesmeten. Zo voelt het, zegt oud-minister van Binnenlandse Zaken Bram Peper (PvdA), om publiekelijk in opspraak te raken. „Je valt de Grand Canyon in. Men laat je spartelen op de bodem van een diepe kloof.”

Diederik Stapel moet door een hel gaan, denkt Peper. De Tilburgse hoogleraar was deze week landelijk nieuws toen onderzoekers openbaarden op welke immense schaal hij onderzoeksresultaten heeft gefingeerd.

Bram Peper kwam zelf ruim tien jaar geleden in opspraak, zij het om een andere reden. Als burgemeester van Rotterdam zou hij onterecht declaraties hebben ingediend, hetgeen later niet bleek te kloppen. Toch trad de PvdA’er door de ‘bonnetjesaffaire’ af als minister. Een eenzame periode volgde. „Op zo’n moment laat iedereen je vallen, behalve een paar vrienden. Het is alsof je een besmettelijke ziekte hebt, in quarantaine moet.”

Rob Oudkerk (PvdA), oud-Kamerlid en wethouder van Amsterdam, herkent het. In 2004 kostten berichten over bezoek aan prostituees op de tippelzone aan de Amsterdamse Theemsweg hem zijn wethouderschap. In de media ontkende hij sommige beschuldigingen, andere gaf hij toe. „Dat heb ik niet slim gedaan.”

Volgens Oudkerk pakt Diederik Stapel het verstandiger aan door niet op mediaverzoeken om toelichting in te gaan. „Je verdedigen helpt niks. Stapel zou één medium moeten uitkiezen waarin hij zijn verhaal doet. Daarin vertel je precies wat er gebeurd is. En dan moet je wegwezen.” Na de affaire is het zaak de schade zoveel mogelijk te beperken, vindt Oudkerk.

Wijnand Duyvendak vond schadebeperking moeilijk, toen hij als Kamerlid van GroenLinks onder vuur kwam nadat hij in zijn boek Klimaatactivist in de politiek een inbraak had bekend in het ministerie van Economische Zaken, in de jaren tachtig. „Ik werd een speelbal van de publiciteit”, zegt Duyvendak. „Opeens werd ik in verband gebracht met allemaal acties die ik nooit had uitgevoerd. Ik zou lid zijn van de terreurgroep RaRa, en ga zo maar door. Vreselijk.” Hij zag zich gedwongen de Kamer te verlaten.

„Je wordt een schietschijf”, zegt Oudkerk. „Dat je in opspraak raakt, is voor de media een vrijbrief allerlei geruchten over je te publiceren. Men denkt: die man is fout, dus er zal wel meer niet kloppen. Het werd zo erg, dat ik op een gegeven moment dacht: ik neem een enkeltje Nieuw-Zeeland. Stapel zal nu ook wel dingen over zichzelf lezen die onzin zijn.”

Een schandaal hoeft niet totale maatschappelijke uitbanning te betekenen. Peper merkt naar eigen zeggen „weinig meer” van de bonnetjesaffaire. Oudkerk is regelmatig te gast bij praatprogramma’s. Duyvendak zegt na zijn aftreden weinig hinder te hebben ondervonden. „Deuren bleven gewoon open.” Hij presenteert over twee weken een nieuw boek over het klimaat.

Worden ze nog serieus genomen? Peper: „Zo’n kwestie slijt heel langzaam weg. De tijd is je enige bondgenoot.”

Wat Oudkerk is opgevallen: „Het publiek is meer vergevingsgezind dan politici. Sommige politici blijven je veroordelen op basis van je verleden. Ik verwacht dat Stapel dat ook zal merken: het publiek zal hem eerder vergeven dan de academische wereld.”

Is een terugkeer naar de wetenschap uitgesloten voor de gevallen hoogleraar? Feit is dat de eveneens in opspraak geraakte psycholoog René Diekstra weer lesgeeft. Hij werd in 1996 betrapt op plagiaat, maar maakte een comeback en is nu lector aan de Haagse Hogeschool.

Diekstra is populair bij studenten, laat een woordvoerder van de school weten. „Ook wordt hij meer en meer gevraagd door gemeenten en onderzoeksinstituten om als expert op te treden.”

Voor de Haagse Hogeschool is Diekstra’s plagiaat uiteindelijk geen bezwaar gebleken, zegt de woordvoerder. „We vonden dat niet zijn reputatie, maar zijn kwaliteiten leidend moeten zijn.”

Een carrière in het lezingencircuit is evenmin uitgesloten. René Warmerdam, directeur van de Speakers Academy, laat weten dat Stapel op kennismakingsgesprek mag komen. „Als hij niet in de gevangenis terecht komt, tenminste.”

Ook voor Stapel is er hoop, denkt Rob Oudkerk. „Misschien zeggen we over tien jaar wel: Stapel had een geestesziekte en is er weer bovenop. Dat hij onderzoeksresultaten heeft gefingeerd, betekent niet dat hij geen competenties heeft. Na een val kun je altijd weer opstaan. Zelfs als je Diederik Stapel heet.”

    • Andreas Kouwenhoven