Een lam slachten voor het feest, nu nog onverdoofd

Als de Eerste Kamer volgende maand instemt met een verbod op de onverdoofde rituele slacht, komen de offerdieren voortaan uit het buitenland. Zondag begint het feest nog gewoon met in Nederland geslachte dieren.

04-11-2011, Rotterdam. Islamitische slagerij Islam Centrum B.V. Foto Bas Czerwinski

De toonbank van slagerij Islam Centrum in Rotterdam is 25 meter lang. In de vitrine eronder ligt over de hele lengte vlees. Het begint, bij de ingang van de zaak, met verschillende soorten worstjes (gekruid en ongekruid). Dan volgen duifjes, kalkoenpoten en kippen (heel en in delen). Schaap, geit, lam, koe. Grote stukken, reepjes, blokjes, plakken. Dan, tegen het einde, lamsplukjes en lamskoppen, gebrande pootjes en nieren, lamstestes en orgaanpakketten.

Alles halal.

Aan het eind van de toonbank, achter een halfhoog muurtje, staat slager Hassan Reyani met een hakmes. Hij heeft het druk, maar niet drukker dan normaal. De echte drukte komt maandag.

Want zondag begint het islamitische Offerfeest. Moslims herdenken dan de bereidwilligheid van profeet Ibrahim om zijn zoon te offeren voor God. Elke moslimfamilie die het kan betalen, slacht daarom tijdens het Offerfeest een dier in naam van God en geeft een deel van het vlees weg.

Dat de eerste dag van het Offerfeest op een zondag valt, is nadelig. Het offerdier mag pas na het ochtendgebed geslacht worden. Als dat op zondag gebeurt, is het arbeidsloon hoger. Dat maakt een lam zeker 50 euro duurder dan normaal, schat Hassan Reyani. „Mensen hebben het al krapper door de economische crisis. Een flink aantal denkt: we slaan een jaartje over. Honger hebben we niet.” Hij heeft toch nog 200 lammeren op de bestellijst.

Niets doen mag een moslim niet. Wie niet slacht, geeft geld aan een arm gezin. Dat mag ook. „In Afrika kost een schaap veel minder dan hier”, zegt Hassan Reyani. „Je schenkt 75 euro aan een gezin in Afrika. Je hebt je religieuze plicht gedaan en je bent 200 euro goedkoper uit.”

Mahmut Çamak van slager Edessa in Rotterdam merkt ook dat het allemaal minder is. Vorig jaar had hij zeventig bestellingen voor offerlammeren, dit jaar twintig. Ook zijn klanten vertellen hem dat ze liever geld doneren. Volgend jaar weer zelf een dier, zeggen ze.

Hoe het Offerfeest er volgend jaar uitziet, is een open vraag. Het dreigende verbod op de rituele slacht was een tijdlang hét gesprek in de slagerijen, maar het was weggeëbd. Met het Offerfeest in zicht, komen de vragen terug, zegt Hassan Reyani. Of de slager al weet wat de uitkomst is?

Dat weet de slager pas volgende maand. Dan beslissen de leden van de Eerste Kamer of ze instemmen met een verbod op de onverdoofde rituele slacht. Deze zomer ging de meerderheid van de Tweede Kamer akkoord met het wetsvoorstel daartoe van de Partij voor de Dieren.

Bij de rituele onverdoofde slacht snijdt de slachter met een vlijmscherp mes de beide halsslagaders, luchtpijp en slokdarm van het dier in één keer door. Daarna moet het leegbloeden. Bij de niet-rituele slacht wordt het dier eerst verdoofd. Er is veel discussie over de mate van pijn bij de rituele slacht.

Als de onverdoofde rituele slacht in Nederland verboden wordt, zouden de 95 islamitische slachterijen in Nederland het moeilijk kunnen krijgen. Maar zover is het nog niet.

De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) zal de slacht voor het Offerfeest extra controleren, zegt een woordvoerder. In elk slachthuis ziet een dierenarts erop toe dat een dier niet onnodig lijdt. De VWA schat dat voor het feest 75.000 schapen en geiten en 4.000 runderen worden geslacht. Mensen die thuis of op een boerderij zelf een dier slachten, kunnen een fikse boete krijgen.

De slagers weten al er gebeurt bij een verbod: import. Mahmut Çamak denkt dat het vlees duurder wordt als het uit Duitsland en België moet komen.

Volgens Hassan Reyani valt dat mee. Hij kan groot inslaan. Niet aleen zijn toonbank is 25 meter, zijn koelcel heeft dezelfde diepte. Als het nodig is, stopt hij er 4.000 lammeren uit Engeland of België in.

    • Sheila Kamerman