Doe wat!

Sinds ik kanttekeningen maakte bij het engagement van de Occupy-beweging, stuit ik in mijn omgeving steeds op eenzelfde onbehagen: er moet iets gebeuren – maar hoe? Occupy NL is het misschien niet, maar het is tenminste wat. Een generatie laat zichzelf eindelijk zien. Het tentenkamp op het Beursplein is aan het verpieteren, er heeft al een afscheiding plaatsgevonden – maar als abstract gegeven kan de opstand op brede steun rekenen. Daarbij gaan grootse idealen en een gezond egocentrisme hand in hand. Het moet eerlijker en rechtvaardiger in de wereld – en die babyboomers hebben mijn pensioen vergokt.

Een beetje ster zet zich in voor een goede zaak. Dat helpt die zaak, maar vooral ook de ster

Mijn scepsis over de effectiviteit van Occupy werd hier en daar uitgelegd als cynisme. Is er eindelijk opstand tegen het marktdenken, vindt Heijne het weer niet goed. Maar mijn vraag was: waarom is de maatschappijkritiek op links zo krachteloos? Waarom dringt, anders dan bij rechts, zo weinig van die kritiek door in het systeem? Waarom blijft het veelal bij academische betogen en ludieke acties in de periferie van de samenleving?

Zulke vragen afdoen als cynisme is kinderachtig. Het is een vorm van narcisme, de gekrenktheid van iemand van wie zijn feestje wordt afgenomen.

Het eerste probleem is de nostalgiefactor. Bij Occupy in New York doken de verweerde gezichten van sixties-activisten op. Na vele jaren in de barre woestijn van het neoliberalisme te hebben gezworven, mochten ze zich eindelijk weer thuis voelen. Een nieuwe generatie legitimeerde de oude. Mij lijkt dat dodelijk. Door die opzichtige verwijzingen naar wat zo hopeloos voorbij is, dreigt de beweging tot een rariteit te worden – als een hedendaagse opvoering van Hair.

Het tweede probleem is de commercie. De afgelopen decennia is betrokkenheid met de wereld opgeslokt door de commerciële mediacultuur. Een beetje ster zet zich in voor een goede zaak. Dat helpt die goede zaak, maar vooral ook de ster. Resultaat: op een gegeven moment is niet meer duidelijk of Angelina Jolie er voor de vluchtelingenkampen is of andersom.

Juist in de dagen dat actrice Susan Sarandon zich veelvuldig onder de betogers in New York mengde, ging een reclamecampagne van start waarin Sarandon prominent wordt voorgesteld als „actrice, moeder en activiste” – en en passant een leuke sweater voor 39 dollar aanprijst. Jeansmerk Levi’s heeft een campagne gemaakt waarin jeugdige opstandigheid haarfijn aan de aanschaf van een spijkerbroek wordt gekoppeld. Go forth! luidt de slogan. Met z’n allen trekken we op naar het jeans centre.

Het grootste probleem is de annexatie van maatschappijkritiek door het bedrijfsleven. In de afgelopen jaren toonden steeds meer bedrijven zich bewust van hun verantwoordelijkheid. Shell ging met milieuorganisaties rond de tafel zitten. Ondernemingen committeerden zich aan goede doelen. Op talloze bijeenkomsten moesten veelbelovende jongeren zich tegenover CEO’s bewijzen – niet door hun vermogen om targets te halen, maar door het belijden van hun maatschappelijke betrokkenheid. Je moest niet laten zien dat je handig was in zaken, maar dat je waterputten wilde slaan in Malawi.

Het leek voor alle partijen goed: idealisme in praktijk gebracht, de bedrijven legitimeren zich in de samenleving. Maar doordat het engagement onderdeel van het establishment werd, werd het ook krachteloos, een vorm van lifestyle.

Occupy kun je zien als reactie op dat in slaap gewiegde engagement. De opstand wil weer autonoom zijn. Van verschillende kanten wordt erop gewezen dat de onvrede alleen al een statement is – de praktische doelen komen later wel. Of niet. In een manifest dat ik op internet vond, werd de woede en verontwaardiging als een legitiem doel op zich beschouwd. De beweging is „not rejection, and it is not a statement, it is pure being – being unto itself, being in the name of values which are universal.” Het zuivere zijn. Het maatschappelijke maakt plaats voor het quasireligieuze. Terug naar de Wederdopers.

Wil de beweging meer zijn dan een millennaristische oprisping, dan zal ze het systeem moeten uitdagen. Daar is werkelijke confrontatie voor nodig. Tot nu toe heb ik hier nog geen enkel serieus debat tussen een bankier en een betoger gezien. Het zou een begin zijn.