Democratie onder druk in de hele Unie

De Zuid-Europese landen moeten heel wat maatregelen van hun noordelijke buren slikken. Maar ook in het noorden wankelt het politiek systeem door de eurocrisis.

Referendum. Vervroegde verkiezingen. Zakenkabinet. Regering van nationale eenheid. internationaal toezicht. De voorstellen die elkaar deze week in Griekenland en Italië in hoog tempo afwisselden, duidden op een uitzonderingstoestand.

De Zuid-Europese democratieën worden door de geëscaleerde eurocrisis op de proef gesteld. Nauwelijks had de Griekse premier Papandreou aangekondigd dat hij een referendum zou uitschrijven over het reddingspakket voor zijn land, of hij moest dit besluit onder Frans-Duitse druk weer intrekken. In Cannes dreigden bondskanselier Merkel en president Sarkozy premier Papandreou met stopzetting van de noodhulp en verwijdering uit de eurozone én de Unie.

Het trotse Italië, een van de oprichters van de Europese Unie, moest in Cannes slikken dat het onder curatele komt te staan. Elke drie maanden strijkt in Rome een ploeg ambtenaren van EU en IMF neer om aanwijzingen aan ministeries te geven. Griekenland moest dit ‘toezicht ter plaatse’ al eerder accepteren.

„De democratie is in het nauw”, zegt Mark Mazower, Brits historicus, specialist in Griekse en Europese geschiedenis. „We waren gewend dat de democratie onder druk kon staan van ideologische tegenhangers als communisme en fascisme, zoals in de Weimar-republiek. Nu zijn financiële markten de boosdoener.” Hij doelt op de liberalisering van de internationale financiële markten in de afgelopen decennia. Die liberalisering, zegt de historicus, leidde tot de kredietcrisis van 2008. Nu is het de staat voor die crisis moet opdraaien – en in het nauw komt.

Merkel en Sarkozy eisen van Griekenland en Italië hetzelfde als de financiële markten. ‘Bestuur’ in plaats van politiek. Internatonaal toezicht in plaats van nationaal gestuntel. Nu de euro op het spel staat, moet de democratie in Zuid-Europa even in de pauzestand.

In Berlijn en Parijs, maar ook in Den Haag en Brussel klinkt de roep om zakenkabinetten voor Zuid-Europese landen. Idealiter geleid door technocraten die hun dienst hebben bewezen als Europees bestuurder, niet alleen als Grieks of Italiaans politicus. Lucas Papademos bijvoorbeeld, de Griekse ex-vicepresident van de Europese Centrale Bank. Of, in Italië, oud-eurocommissaris Mario Monti. Onder hun gezag zou het dagelijkse krakeel tussen partijen, dat de democratie zo eigen is, tijdelijk kunnen wijken voor een groter doel: het afwenden van een staatsfailliet en de redding van de euro.

Een Italiaanse zakenregering die onder Europese curatele staat? „Onvermijdelijk”, zegt de Italiaanse filosoof Raffaele Simone. „De huidige regering heeft de autoriteit noch de kracht om de crisis op te lossen.” De Italiaanse democratie, zegt Simone, is sterk genoeg om even geen ‘klassieke’ coalitieregering te hebben. Maar de steeds verdere bemoeienis van Brussel met nationale politiek is wel degelijk riskant, zegt Simone. „De euro wordt in Italië met inflatie geassocieerd. Vooral conservatieve kringen kunnen het anti-Europese sentiment gaan uitbuiten”.

Dominique Reynié, politicoloog van de Franse liberale denktank Fondapol, is huiverig voor zakenregeringen of ‘regeringen van nationale eenheid’ waarin vertegenwoordigers van de grootste partijen noodgedwongen samenwerken. Daarmee wordt de politiek gedepolitiseerd, zegt Reynié. „Als kiezers ontevreden zijn over links, kiezen ze normaal gesproken voor rechts, en andersom. Maar als links en rechts samen regeren, en als ze allebei de schuld krijgen van deze crisis, blijven alleen nog extreme partijen over om te kiezen.”

Overal in de Unie staat de democratie onder druk – ook in noordelijke lidstaten, die de Europese noodsteun betalen in plaats van ontvangen. Een opmerkelijk zinnetje in de verklaring van de top van Europese leiders vorige week laat zien hoe nationale parlementariërs het monopolie op controle van de eigen regering verliezen: „De nationale parlementen zal worden verzocht rekening te zullen houden met op EU-niveau aangenomen aanbevelingen over de uitvoering van economisch en begrotingsbeleid.”

Parlementariërs in Den Haag, Berlijn en Helsinki voelen zich dikwijls met de rug tegen de muur staan, als hun wéér wordt gevraagd om miljardensteun. De volksvertegenwoordigers weten dikwijls niet precies waarover ze moeten stemmen. Hoe kunnen wij het resultaat van de eurotop goedkeuren, klonk het afgelopen week vanuit de Nederlandse PvdA, als de Grieken hierover eerst nog een referendum gaan houden?

In Slowakije, dat krap drie jaar geleden de euro invoerde, zorgt de Europese munt voor politieke instabiliteit. De rechtsliberale partij SaS liet in september het Slowaakse kabinet vallen, omdat zij principieel tegen steun aan zwakke eurolanden is. Voor het eerst sneuvelde zo een regering van een euroland dat niet zelf is ‘besmet’. In Portugal, Ierland en Spanje leidde de schuldencrisis al eerder tot vervroegde verkiezingen.

Deze zomer stemde een meerderheid van de Duitse Bondsdag alleen in met steun aan Griekenland op voorwaarde dat de regering het recht van inspraak bij eurobesluiten in de toekomst zou garanderen. De Bondsdag kreeg in september een belangrijke steun in de rug van het Constitutionele Hof. Dat stelde in een vonnis dat financiële hulp aan eurolanden onderhevig moet zijn aan parlementaire controle – en zo nodig door de Bondsdag gestopt kan worden.

„Dat grondwetsrechters zich nu bemoeien met de rol van de controlerende macht, laat zien hoezeer de financiële crisis het politiek systeem onder druk zet”, zegt Mazower. De crisis vraagt om ingrijpende maatregelen van regeringen. De controlerende macht dreigt daaronder te lijden. Mazower: „Parlementariërs laten hun spierballen zien als reactie.”

Maar niet alle parlementen kunnen, zoals de zelfbewuste Bondsdag, de eurocrisis aangrijpen om de eigen positie te verstevigen. Duitsland heeft een ‘AAA’-status en de Bondsdag handelt vanuit een positie van kracht. In Zuid-Europa is de speelruimte voor het parlement geringer. Reynié: „De vraag is hoe lang het Griekse parlement nog ‘nee’ kan stemmen tegen Europese maatregel x of y, als je land zo diep in de schulden zit. Hoe meer een land zijn welvaart heeft gefinancierd met schulden, hoe minder er nu over is van de soevereiniteit. Zo triest is het.”