De bankwereld als fascistoïde sekte op zwarte schoenen

Maria Goos schreef en regisseert De Hulp, over de financiële crisis. Ze praatte met oud-bankiers over de cultuur: „Als je je onderwerpt, kun je haast niet meer terug.”

De Hulp door: Maria Goos met: Michiel de Jong en Sieger Sloot regie: Maria Goos Ben van Duin

Spijt, daar heeft ze niets van gemerkt. Voor haar nieuwe toneelstuk De Hulp, over de bankencrisis, sprak Maria Goos bijna wekelijks met verschillende oud-bankiers. Over dubieuze financiële constructies en hoe die over de kop konden gaan. Maar vooral ook over de cultuur in de bankenwereld: de regels, de mores, die ons mede in deze economische crisis hebben gestort. „Er was er één die zei: het bankwezen is een fascistoïde systeem. Dat kwam nog het dichtst bij zelfkritiek.”

Dertien jaar na Oud Geld, de televisieserie die haar naam vestigde, is Maria Goos terug in de bankenwereld. „Oud Geld luidde het einde in van een tijdperk. De overname van Bussink Bank door Koreanen was de prelude voor wat we nu op grote schaal zien. Met het alsmaar groter worden van banken verdwijnt de persoonlijke betrokkenheid van bankiers en dus hun verantwoordelijkheidsgevoel. Splinter Bussink had in Oud Geld nog echt een relatie met zijn klanten. Dat hebben bankiers nu niet meer, liever niet zelfs. Een van de oud-bankiers zei: „De klanten frustreren het systeem.”

De Hulp gaat over bankier Arnoud (Michiel de Jong), die achtereenvolgens wordt ontslagen, verlaten door zijn vrouw en geveld door een hernia. Zijn Poolse huishoudhulp Lucas (Sieger Sloot) ontfermt zich over hem. Tot Arnouds herstel wonen ze drie maanden samen in zijn kapitale villa. Tussen hen ontstaat een moeizame band van affectie enerzijds, en cultuurverschil, taalbarrière, misverstand en machtsstrijd anderzijds.

Het verrassende duo is het gevolg van de particuliere fascinaties van respectievelijk Goos en haar acteurs. Waar Sloot en De Jong zich druk maakten over de crisis, kwam Goos steeds met een nieuw, hilarisch verhaal over haar huishoudster. Toen viel het kwartje: wat zou er gebeuren als zo’n bankier, die nu werkeloos thuis zit, te maken krijgt met de hulp die in zijn huis rondloopt?

In De Hulp domineert eerst het contrast tussen de twee: tussen oost en west, emotie en ratio, geloof en scepsis. Maar uiteindelijk blijken ze niet zo verschillend. Goos: „Je kent de verhalen van hulpen die terug naar huis willen, maar de familie wil dat niet, want die is op het geld gaan rekenen. Later hoorde ik dat negen van de tien bankiersvrouwen meteen de scheiding aanvragen als hun man wordt ontslagen. Want als zijn ontslag definitief is, krijgen ze minder geld. Toen dacht ik, god, ze zitten elk in hun milieu op eenzelfde manier klem.”

Dat willen de drie met De Hulp laten zien: hebzucht is overal. „Hoewel sommige bankiers wel echt elke morele grens hebben overschreden”, aldus De Jong. Zijn personage zegt het zo: ‘Je gaf opdracht om geld van mensen die jou vertrouwden te investeren in dingen waar ze grote risico’s mee liepen.’

Die tekst komt letterlijk van een oud-bankier. Welke bank, dat mogen ze niet zeggen.

Goos: „Het is een heel gesloten systeem. Wie kritisch is of uit de school klapt, wordt als verrader gezien. De mensen die ons gevoelige informatie onthulden, wilden dan ook niet met hun naam op de flyer.”

Uit de gesprekken destilleerden de acteurs cruciale details: hoe praten dit soort mannen, hoe kleden ze zich, wat gebeurt er op bedrijfsuitjes? De Jong: „Er zijn bizarre codes, alleen al qua kleding. Een kennis van me die ging werken in de Londense City werd op zijn eerste dag meteen weer naar huis gestuurd, omdat hij bruine schoenen droeg. Schoenen van 1.200 pond, die hij speciaal had gekocht! Maar het moest zwart zijn. ‘No brown in this town, bro’, werd er gezegd. Kom morgen maar terug. Pure intimidatie. En zo zijn er honderden voorbeelden.”

Hij heeft niet meer begrip gekregen voor mannen zoals Arnoud. „Eerder minder: hoe meer je erover weet, des te erger het blijkt. Zij hebben moedwillig mensen kapot gemaakt. En na 2008 hebben ze beterschap beloofd, zich omgedraaid, en het spelletje opnieuw gespeeld, nu in het kwadraat. Schandalig.”

Begrip, dat gaat ook Goos te ver, maar ze zegt dat ze het wereldje en de druk die ervan uitgaat wel beter snapt. „Een eye-opener was dat de mechanismen die het machogedrag, de competitie en de scoringsdrift voeden, door de top bewust worden toegepast. Ze nemen geen of weinig vrouwen aan, omdat ze weten dat een heleboel mannen bij elkaar tot precies die verkokerde, monomane cultuur leidt die ze nodig hebben. Daarbij wordt voortdurend de competitie gestimuleerd. Op bedrijfsuitjes is er altijd iets te winnen voor de afdeling die het meeste geld binnenhaalt. Zo stoken ze de boel op.”

Ook de bizarre voorschriften en codes zijn er expres, denkt Goos. „Om mee te kunnen doen, moet je je aan het systeem onderwerpen. Maar als je dat eenmaal hebt gedaan, kun je haast niet meer terug. Deze mannen leveren hun individualiteit in. Daar krijgen ze aanzien en een heleboel geld voor terug. Maar als ze worden ontslagen blijft er niet veel meer van ze over dan een treurende kanariepiet op de bank. Ook dat verklaart de vele echtscheidingen.”

De Hulp is het eerste Nederlandse toneelstuk over de financiële crisis. In het voorjaar volgen De Prooi bij het Nationale Toneel en Ik wil mijn geld terug! van de Veenfabriek. Maria Goos en haar acteurs zijn al sinds 2008 met het onderwerp bezig. Ze constateren grimmig dat ze het tij mee hebben, nu de crisis ernstiger en langduriger blijkt dan verwacht. Dat noodt tot actie, en wel in het hol van de leeuw: ze willen dit stuk ook bij bankiers thuis spelen. Via-via is één avond geregeld, bij een bankier die vijftig andere uitnodigt. Sloot: „Wij hopen dat zij ons vervolgens ook boeken. Maar of ze in hun eigen huis met niet-bankiers openhartig hun wereld willen bespreken, is zeer de vraag.” De Jong: „Dat willen wij: vragen opwerpen in een wereld waar die niet worden gesteld.”

Première 6/11. Inl: theaterbellevue.nl, tournee: kikproductions.nl

    • Herien Wensink