Dag schat (deel II)

Reiziger van beroep Ivo Weyel zit er goed naast.

Het fijnste van een cruise is dat je je verstand op nul kan zetten, want alles wordt voor je geregeld, dus beslissingen hoef je niet te nemen. De kapitein vaart, de kok kookt en de ober – in het geval van een vijfsterrencruise zoals deze – draagt je bord als je langs het ontbijtbuffet loopt en brengt dat naar je tafel, zelf dingen dragen is er niet bij. Er is geen krant aan boord en je mobiele telefoon heeft geen bereik, dus de wereld gaat z’n gang maar, maar nu even zonder mij. Je kunt je volledig concentreren op je boek. En op je medemens. Wat zijn dat voor mensen hier en hoe verhouden ze zich tot elkaar? Je wordt vanzelf Agatha Christie. Zo loopt de man die zijn vriendin niet meer kan bellen veel alleen op het dek heen en weer. Zijn vrouw zit verlaten in de lounge, om half elf al met een glaasje, om elf uur nog een, ze voelt natuurlijk dat hij vreemdgaat, verdrinkt haar verdriet. Hebben ze door dat ik ze in de gaten houd?

Ooit was ik met een fotograaf op reportage in een peperduur hotel aan de Côte d’Azur. We waren nog jong, droegen gescheurde jeans en verschoten T-shirts. Naast ons zat een bekakt Nederlands echtpaar. Zij sloeg ons boven haar leesbril met afgrijzen gade en fluisterde: „Vreemd, die jongens hier, waar doen ze het van, denk je?” Hij vouwde zijn krant weg, keek eens goed en concludeerde: „Drugs, schat, dat moet drugshandel zijn, wat ik je brom.”

Je kunt er dus goed naast zitten.

’s Avonds zit ik aan de bar naast de man die zijn vriendin niet kan bellen. Hij lucht zijn hart. Zijn moeder is pas overleden, zomaar ineens, pats boem. Daar heeft hij van geleerd. Hij gaat het allemaal anders doen, schoon schip maken, een nieuw leven beginnen, pluk de dag, het kan zomaar in ene afgelopen zijn. Lul, dacht ik, egoïst, en je vrouw dan, en je bloedjes van kinderen? Hij is hier om haar as over zee uit te strooien, vertelt hij, haar laatste wens, dit was haar lievelingsschip. In de verte nadert zijn vrouw. Rode ogen. Ze heeft gehuild. Zou ze al weten dat de dood van haar schoonmoeder haar lot heeft bepaald? Dat haar man daardoor vreemdgaat en haar straks zal verlaten? „By the way, ik ben Robert”, zegt hij en slaat een arm om zijn vrouw, „and this is my sister Elaine.”

De werkelijkheid is nooit zo spannend als de fantasie.