Betoverend ijs

In de ijsgrottten van Koengoer, in het Oeralgebied, waan je je op een andere planeet. ‘Niet aanraken. Anders vriest je hand vast.’

Het Indiana Jones-gevoel bekruipt je niet meteen. Je moet er moeite voor doen en je dik aankleden, ook al is het buiten 25 graden Celsius. Daarna mag je door een dikke stalen deur en beland je in een lange, smalle tunnel, die je de rots invoert. Binnen een paar minuten daalt de temperatuur met 20 graden. De wanden en het plafond zijn ineens bedekt met betoverende ijskristallen. „Niet aanraken!”, commandeert geoloog Igor, die ons met zijn zaklantaarn door het donker leidt en af en toe een carbidlamp ontsteekt. „Anders vriest je hand vast of maak je ze kapot.”

Alles is briljant in de grot. Zelfs als er geen licht op schijnt. In een nis staat een uit ijs gehouwen mannetje. „Vadertje Winter”, zegt Igor lachend. En dan, een paar stappen verder, nog vrolijker: „Hier begint de hel.”

We betreden de eerste ijsgrot van het ondergrondse complex, even buiten het pittoreske Oeralstadje Koengoer. Het heeft een lengte van 5.700 meter en herbergt 48 grotten en zeventig meertjes. Langs anderhalve kilometer van die ondergrondse wereld is een toeristische route uitgezet.

Je bent er op een andere planeet. Ieder moment verwacht je er in een hinderlaag te lopen van een vijandige oerstam die geen vreemde bezoekers duldt. Even waan je je Indiana Jones, op zoek naar de Heilige Graal. Alleen jammer dat je zijn zweep en revolver niet hebt om je te kunnen verdedigen.

De weg door het ondermaanse heeft maar één richting: voorwaarts, achter Igor aan. Hij is de meester van het licht. Af en toe moet je bukken, de rotsen zijn scherp, de bodem is glibberig. „Dit is een rivierbedding van 20.000 jaar oud”, zegt Igor. „De loop is uitgesleten in het gesteente.”

We zijn hier niet de eersten. De ijsgrotten van Koengoer zijn al sinds mensenheugenis bekend, al vormen ze pas sinds 1914 een attractie voor het grote publiek. Een gedenksteen wijst op de beroemde Russische geleerden die er onderzoek hebben verricht, sinds Peter de Grote de grotten in 1703 in kaart liet brengen.

Er hebben zelfs mensen gewoond, zegt Igor. Het blijkt uit de vondst van stoffelijke resten uit de periode tussen de zevende en negende eeuw na Christus. Om onze verbazing aan te moedigen, voert Igor ons naar een inham, waar een kopie van een gemummificeerde vrouw rechtop naast een legerstede staat. Haar lange haren verhullen een gezicht op weg naar de vertering.

In de 300 miljoen jaar dat de grotten bestaan, zijn de rotsen uitgesleten door het smeltend ijs. Hun vormen nemen soms dierengestaltes aan. „Kijk, een schildpad”, zegt Igor. „En daar, kikkers.” Op een heuveltje van rotsblokken duikt in het licht van zijn zaklantaarn een neushoorn op. En dan is er nog een reusachtige rat. „En daar, een duivelskop.”

De rivierbedding voert ons langs het eerste meertje, waar sprookjesachtige interferentiecirkels ontstaan door water dat uit scheurtjes in de rots boven ons druppelt. Het is de enige beweging in een wereld waarin de tijd stilstaat.

Over elkaar geschoven rotsplaten duiden op instortingsgevaar. Wanneer je die ramp kunt verwachten, is voor een leek onduidelijk. Even verderop hangen ‘orgelpijpen’ boven de rots: ‘fabrieksschoorstenen’, die in de loop der eeuwen zijn uitgesleten door het vallende water.

De afzonderlijke grotten hebben allemaal een naam. In de ‘Grot van de vriendschap der volkeren’ is het alsof er een glasplaat op het water van het meertje is gelegd, zo glad en spiegelend is het. Pas als je met je neus bovenop die spiegel staat, zie je hoe ondiep en stil het water is en dat de rotsen van de bodem eigenlijk boven je hoofd hangen. Het is bijna uitnodigend, alsof je door in die spiegel te stappen in een nog geheimzinnigere rotswereld belandt.

Als we het einde van het traject bereiken, wijst Igor op een stuk rots, die uit talloze dunne lagen bestaat. „Per vijftig jaar slijt er een millimeter af”, zegt hij. „Kun je voorstellen hoeveel generaties er nodig zijn geweest om deze doorgang tot stand te laten komen.”

De ijsgrotten van Koengoer: kungurcave.com

    • Michel Krielaars