Zigzaggende Papandreou

Wat de schijn heeft van een geniale strategie blijkt in de politiek later soms niet meer dan een blunder die onverwachts goed uitpakte. Tot welke categorie de zigzagbewegingen rond een referendum moeten worden gerekend die de Griekse premier George Papandreou de afgelopen dagen heeft gemaakt, staat nog te bezien. Hij heeft er hoe dan ook voor gezorgd dat de deplorabele financiële en sociale staat waarin zijn land verkeert, bij iedereen op het netvlies staat gebrand.

Het resultaat is ook dat de grootste Griekse oppositiepartij, de conservatieve Nieuwe Democratie (ND), nu wél geporteerd is voor een interim-regering en bovendien bereid is in te stemmen met het Europese steunpakket waarover de regeringsleiders vorige week een akkoord sloten. Eerder dit jaar wees oppositieleider Antonis Samaras elke samenwerking af met de socialistische Pasok, de partij van Papandreou. ND zag vanuit de relatief gerieflijke oppositie toe hoe de regering zich impopulair maakte met een snoeihard, maar noodzakelijk bezuinigingspakket.

Het lijkt er niettemin het meest op dat Papandreou paniekvoetbal heeft gespeeld, waarna hij eerst van buitenaf en vervolgens van binnenuit werd teruggefloten. Europese regeringsleiders, voor de G20-bijeenkomst aanwezig in Cannes, maakten hem duidelijk dat Griekenland niet op een nieuwe lening hoefde te rekenen. Althans niet zolang hij bleef bij zijn voornemen om de bevolking per referendum te raadplegen en het dus onzeker was of de regering met de Europese maatregelen, inclusief Griekse bezuinigingen, zou instemmen. Een volksraadpleging zou uiteindelijk neerkomen op de vraag aan de Grieken of ze de euro wel of niet als valuta willen behouden. Onverantwoord, vonden enkele Griekse ministers, die van Financiën, Evangelos Venizelos, voorop. Ook zij riepen Papandreou op tot inkeer te komen.

Dit alles speelde en speelt zich af in een sfeer van grote verwarring. Het is de vraag of de premier vanavond een vertrouwensstemming in het parlement doorstaat. Het is evenzeer onduidelijk of Pasok en ND het erover eens worden welke regering er nu moet komen – met of zonder Papandreou – en of die vervroegde verkiezingen moet uitschrijven.

Het is in elk geval van belang dat de twee partijen, verreweg de grootste van Griekenland, de moed opbrengen om volkswoede te trotseren en te erkennen dat verdere bezuinigingen onontkoombaar zijn. Zij zijn op basis van hun verleden beide verantwoordelijk voor het dreigende bankroet van hun land. Inmiddels lijkt het erop dat de persoon van Papandreou een sta-in-de-weg wordt voor de vorming van een nationale regering. ND speelt het spel hard. Maar de zaak is belangrijker dan de man. Als het aftreden van Papandreou ertoe leidt dat het beleid dat hij voorstaat, dichterbij komt, is zijn aftreden een daad van wijsheid.