Wie is hier eigenlijk de held?

De vertaling door classicus Piet Schrijvers van Vergilius’ Aeneis is zo mogelijk nog beter dan diens met de Nijhoffprijs bekroonde vertaling van dat andere hoogtepunt uit de Romeinse literatuur, Lucretius’ De rerum natura. Over de geschiedenis van dit laatste werk boog zich Harvard-hoogleraar Stephen Greenblatt, maar dat had hij beter kunnen laten.

Ancient Roman bust (so-called "Bust of Vergil") from the Tomb of Vergil in Naples, Italy. Foto: A. Hunter Wright

n 1993 werd de toenmalige hoogleraar Latijn aan de Universiteit van Leiden, Piet Schrijvers, van zijn bureau opgeschrikt door het gekrakeel van zijn zoon die net eindexamen Latijn had gedaan en blij uitriep: ‘Pa, nu hoef ik nooit meer Latijn te doen!’ De auteur die de jongeman net intensief voor dat examen had bestudeerd was Vergilius, en het werk was diens Aeneis – het epos over de tocht van de Trojaan Aeneas na de val van Troje naar Italië, en het conflict daar met de autochtone bevolking dat de basis voor het toekomstige Rome legt.

De Aeneis is zowel formeel als inhoudelijk een meesterwerk van complexiteit en spanning. Schrijvers, de beste Latinist van Nederland en ook internationaal van aanzien, meende dat het aan hem en het Latijn van Vergilius niet kon liggen. Vader besloot dus zijn zoon in diens eigen termen te laten zien hoezeer die het mis had.

Schrijvers maakte een metrische vertaling die veel dichter bij de belevingswereld van een jong publiek beoogde te staan dan toen gebruikelijk was. Daartoe werd krachtig ingegrepen: ‘allochtonen’ deden hun intrede in de geheiligde tekst, en Aeneas zelf zei tot Dido ‘bevel is bevel’ waar Vergilius hem liet zeggen Italiam non sponte sequor (‘niet uit eigen beweging tracht ik Italië te bereiken’). Sommigen meenden indertijd (de vertaling kwam in 1996 uit) dat Schrijvers zijn doel enigszins voorbij was geschoten.

Dat heeft de vertaler zich aangetrokken. En laten we maar met de deur in huis vallen: de volledig herziene versie die net is verschenen, nu vergezeld van de Latijnse tekst, de vertaling van de antieke biografie van Vergilius en een werkelijk superieure omlijsting van verklarende teksten, is magistraal. De aandachtige lezer wist al dat Schrijvers, die onlangs de Martinus Nijhoff Prijs ontving, zich naast zijn wetenschappelijke werk heeft ontwikkeld tot een van de beste literaire vertalers in het Nederlandse taalgebied, onder meer door zijn schitterende editie van Lucretius’ De rerum natura. Zijn Vergilius is zo mogelijk nog beter.

En dat komt omdat hij de scherpe kantjes van zijn vertaling in een langdurig en intensief proces heeft weggeslepen. Precies zoals Vergilius zelf werkte trouwens, die naar eigen zeggen zijn verzen in vorm likte als een berin haar welpen. Het waren die scherpe kantjes die zijn vertaling indertijd niet klassiek, maar juist tijdgebonden maakte, overeenkomstig het doel overigens dat hij zich toen stelde.

Het probleem daarbij is niet alleen dat Vergilius bij uitstek de klassieke dichter is, maar vooral dat een ‘dichterbij het publiek brengen’ haast onvermijdelijk een interpretatie van het werk forceert waartoe het nieuwe publiek moet worden verleid: ‘dát wil hij zeggen, en, zie je, dat is nog steeds actueel!’

Het fascinerende aan de Aeneis is echter dat het epos nu juist zo uitblinkt door het in zich verenigen van schijnbare tegenstrijdigheden, opposities die fundamenteel deel lijken uit te maken van de leeservaring. ‘Bevel is bevel’ maakt van Aeneas een gewetenloze machtspoliticus, en er zijn zeker momenten die zo’n interpretatie (los van de woordkeus) rechtvaardigen. Anderzijds toont vooral de eerste helft van het epos de held juist als weerloos slachtoffer. Dergelijke inversies van rol en ethische positie zijn schering en inslag in de Aeneis en vallen ook ten deel aan Aeneas’ Latijnse tegenstander Turnus of aan zijn geliefde en daarna gezworen vijand Dido.

Schrijvers zelf heeft in de tijd dat hij aan zijn eerste vertaling werkte in wetenschappelijke kring gewezen op het verband dat een dergelijke ‘meerstemmigheid’ kan hebben met de rol die het epos moest spelen in een Rome dat zich van een burgeroorlog aan het herstellen was.

Vergilius schreef voor Romes eerste keizer, Augustus, die aan die burgeroorlogen alleen een einde had kunnen maken door de republiek te vervangen door een monarchie met hemzelf aan het roer. De Aeneis suggereert nauwe verbanden tussen Aeneas en Augustus. Wie van Aeneas/Augustus exclusief een held of exclusief een monster maakt – men zou de hoeveelheid geleerden die een van die posities hebben verdedigd niet de kost willen geven – gaat voorbij aan het feit dat het epos aan het nieuwe Rome dat door de Pax Augusta was ontstaan, een eenheid moest geven: en voor zo’n eenheid is respect voor en identificatie met de verslagen tegenstander, die immers ook Romein was, onontbeerlijk. De meerstemmigheid van de Aeneis was kortom onderdeel van haar ideologisch programma. Die meerstemmigheid komt nu pas, door de geserreerde vertaling, volledig tot zijn recht.

De Aeneis eindigt abrupt met Aeneas’ doden van de autochtone prins Turnus, die gewond aan zijn voeten ligt en om genade smeekt. Aeneas’ vader Priamus had zijn zoon in een cruciale passage eerder in het epos nog voorgehouden dat het de historische missie van de Romeinen zou moeten worden om ‘wie zich aan hen heeft onderworpen te sparen’.

De lezer slaat het boek dicht met de onvermijdelijke vraag wie hier nu eigenlijk de held is. Schrijvers wijdt aan dat slot een karakteristiek analytisch essay, waarin hij wijst op de gevaren van een sentimentele interpretatie, maar, even karakteristiek, niet verdoezelt dat ook voor hem de Aeneis vooral een onbeantwoorde en onbeantwoordbare vraag stelt.

Schrijvers’ dictie en frasering zijn soeverein. Zijn verzen hebben vaart en zijn hoogst eloquent. Net als Vergilius zelf gebruikt hij gewone, niet markerende woorden, maar gebruikt ze op een poëtische, gemarkeerde manier. Zijn toelichtingen zijn helder en beknopt, maar ook de gevorderde lezer kan er nog heel wat van leren. Dit is een voorbeeldige (tweetalige!) editie, die eigenlijk door iedere Nederlandstalige gymnasiast, maar ook door iedere literatuurliefhebber zou moeten worden aangeschaft. De smaad van zoonlief is gewroken.

David Rijser

Vergilius: Aeneas-Aeneis. Vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Piet Schrijvers. Historische Uitgeverij, 678 blz. € 49,95

    • David Rijser