'We moeten samenwerken zonder er een compromis van te maken'

Vandaag krijgt Wendelien van Oldenborgh de Chabot Prijs voor haar doordachte oeuvre. Haar werk gaat over ons koloniale verleden en de spanning in de samenleving.

Vijf vrolijke jongeren zijn het, de hoofdrolspelers in het videowerk Supposing I love you. And you also love me van de Rotterdamse kunstenaar Wendelien van Oldenborgh (1962). De een heeft blonde krullen, de ander een hoofddoekje, de derde zwarte vlechtjes. De meiden giechelen zoals alleen meiden van zestien kunnen giechelen. Maar de verhalen die ze vertellen, in een onvervalst Vlaams accent, bezorgen je kippenvel. Een van hen, afkomstig uit Angola, trof haar vermoorde ouders bij thuiskomst aan in een huis vol bloed. Een ander, een moslima, vertelt hoe vaak ze te horen krijgt dat ze met haar hoofddoek een gevoel van gevaar uitstraalt.

Een zesde hoofdrol is weggelegd voor de omstreden Zwitsers-Egyptische filosoof Tariq Ramadan. Hij is de man die in 2007 door de gemeente Rotterdam werd aangesteld als ‘bruggenbouwer’ tussen moslims en niet-moslims maar al snel in opspraak raakte en twee jaar later alweer ontslagen werd. In Supposing I love you klinkt zijn stem als een soort voice-over tussen de gesprekken van de meisjes door. Hij zegt dat hij zich zorgen maakt over de manier waarop in Nederland met culturele diversiteit wordt omgegaan, dat we een bang land geworden zijn.

Van Oldenborgh schuwt in haar kunstwerken de grote maatschappelijke vraagstukken niet. Haar films gaan over ons koloniale verleden, of over de spanning tussen hedendaagse bevolkingsgroepen. Voor No False Echoes (2008) vroeg ze de Nederlands-Marokkaanse rapper Salah Edin de tekst van een Indonesische vrijheidsstrijder voor te dragen, woorden die ook nu nog een toepasselijke ironische ondertoon hebben. En in Sound Track Stage (2006) liet ze twee voormannen uit de Rotterdamse hiphop- en gabberscene discussiëren over hun muziekstromingen – totaal verschillende stemmen uit tegengestelde subculturen, die het goed met elkaar bleken te kunnen vinden.

Voor dat doordachte, geëngageerde oeuvre krijgt Van Oldenborgh vandaag op het Rotterdamse stadhuis de Hendrik Chabot Prijs uitgereikt, een driejaarlijkse prijs van 7.500 euro die bestemd is voor Rotterdamse kunstenaars. Het werk Supposing I love you, dat deze zomer te zien was op de Biënnale van Venetië, wordt voor die gelegenheid opnieuw en in een iets andere opstelling getoond in de Rotterdamse Galerie Wilfried Lentz.

In ‘Supposing I love you’, maar ook in uw andere werken, confronteert u steeds heel verschillende types mensen met elkaar. Blank en zwart, scholier en intellectueel, rapper en gabber. Wilt u daarmee laten zien dat zij ook heel goed naast elkaar kunnen bestaan?

„Ik maak gewoon gebruik van wat er is. En in Rotterdam is dat de realiteit: dat al die verschillende bevolkingsgroepen er zijn. Het is wat mij betreft wel duidelijk dat homogeniteit in onze tijd geen streven meer kan zijn. We zullen een manier moeten vinden om met onze tegenstrijdigheden om te gaan, zonder er een compromis van te willen maken. Dat onderwerp heb ik in verschillende werken aangekaart. Want tegenstrijdigheden zul je nooit overwinnen, je kunt er maar beter een productieve energie in zien.”

Waarom kiest u daarbij voor omstreden moslims als Edin of Ramadan?

„Omdat ik de knelpunten wil laten zien. Het gaat mij juist om hun moeilijke achtergrond. Ik wil weten waarom wij in Nederland zo krampachtig met dit soort zaken omgaan. Bij het ontslag van Ramadan had ik sterk het gevoel dat angst een grote rol speelde. Zijn stem was te hard, hij provoceerde. En daarom moest hij weg, hoe dan ook. Het gaat mij niet zozeer om hem, maar wel om wat er om hem heen gebeurde. Want waar komt die fundamentele angst voor de islam toch vandaan? Zullen we het dáár eens over hebben?”

‘Supposing I love you’ is opgezet als een Griekse tragedie in verschillende bedrijven. Waarom heeft u voor die vorm gekozen?

„De structuur is inderdaad losjes gebaseerd op een tragedie, met de stemmen van de jongeren die het koor vormen en Ramadan als verteller. Net als in een tragedie is er een situatie die escaleert en hoewel er wordt gepoogd die escalatie te onderdrukken, steken de problemen toch weer de kop op. Aan het eind van de film vertelt een van de meiden over de keer dat ze op straat werd aangesproken door een vrouw die, door een misverstand, heel agressief tegen haar was. En toen ze het misverstand had uitgelegd, beende de vrouw boos weg, zonder haar excuses aan te bieden.

„In de film moeten de jongeren heel hard lachen om dat voorval. Maar ik vond het vooral heel tragisch. Volgens mij zitten wij nu met onze samenleving verwikkeld in zo’n enorm misverstand. En hoe hard we er ook om lachen, de situatie is nog lang niet opgelost.”

U bent 22 jaar weggeweest uit Nederland, u studeerde aan het Londense Goldsmith’s College, woonde in Frankrijk, Duitsland en België. Schrok u van het land dat u bij terugkomst aantrof?

,,Zeker. Er is in Nederland echt een mentaliteitsverandering gaande. In het buitenland wordt Nederland allang niet meer gezien als tolerant en open. Toen ik terugkwam, wilde ik mijn verantwoordelijkheid als kunstenaar nemen. Ik dacht: nu ga ik eens werk maken over de zaken die me zo irriteren in dit land. Zoals onze relatie met de ex-koloniën. Die geschiedenis lijkt hier wel een gesloten boek. Terwijl ook daar onze wortels liggen. Wat mij op dit moment het meeste zorgen baart, is dat het volledig geaccepteerd lijkt om xenofobische gevoelens te hebben. Het is te bizar voor woorden dat Geert Wilders deel mag uitmaken van het regerend orgaan en dat de andere regeringspartijen zijn gedachtegoed zo klakkeloos overnemen. Die onderwerpen wil ik met mijn werk aankaarten.”

Maar is het niet frustrerend dat u als kunstenaar zo weinig teweeg kunt brengen?

„Dit is wat ik doe. Ik ben geen journalist of wetenschapper of activist. Natuurlijk heb ik ook mijn idealen, maar ik zou ze niet kunnen uitschrijven als manifest. Ik heb niet de illusie dat ik iets kan veranderen. Ik probeer te duiden, open te maken, voelbaar te maken wat er gaande is. Ik hoop dat ik daardoor jou als toeschouwer net op een andere manier naar de wereld kan laten kijken. Dat is mijn ideaal.”

‘Supposing I love you. And you also love me’. 5 nov t/m 12 dec in Galerie Wilfried Lentz, Groothandelsgebouw, Stationsplein 45, Rotterdam. Inl: www.wilfriedlentz.comWerk van Wendelien van Oldenborgh is nog t/m 27 nov te zien op de Biënnale van Venetië en van 25 nov t/m 22 jan op de groepstentoonstelling Les Marques Aveugles in het Centre d’art contemporain in Genève. Inl: www.centre.ch

    • Sandra Smallenburg