Van Dis geeft het geheugen van Parijs zijn stem

Adriaan van Dis: Stadsliefde. Scènes in Parijs. Augustus, 270 blz. €19,95 ****

Adriaan van Dis heeft zich Parijs op fabelachtige wijze eigen gemaakt. Voor Stadsliefde put hij zijn inspiratie niet alleen uit dagelijkse zwerftochten, maar ook uit het rijke literaire verleden van de stad, dat hij voortdurend in de werkelijkheid tegenkomt. Soms doen de elegant geschreven schetsen van Van Dis dan ook denken aan de recente film van Woody Allen, Midnight in Paris, over een Hollywood-scriptschrijver die dankzij imaginaire ontmoetingen met onder anderen Hemingway, Scott Fitzgerald en Gertrude Stein durft te kiezen voor een bestaan als schrijver in Parijs.

Precies wat Van Dis heeft gedaan. ‘Ik bewonder het artistieke en literaire geheugen van Parijs, het verleden leert me elke dag een les. En het heden: de problemen van een wereldstad houden me alert. In Amsterdam verdorp ik.’ Van Dis heeft daarmee een droom gerealiseerd die veel mensen koesteren: niet langer toerist zijn, maar deel uitmaken van de stad waar je verliefd op bent door er te gaan wonen en werken. Omdat schrijven zijn werk is, maakt Van Dis dagelijks aantekeningen van wat hij ziet en meemaakt.

Zijn lange wandelingen, die zich ook uitstrekken tot wijken waar geen toerist komt, de banlieues of enclaves waar alleen Afrikanen wonen, hebben al hun weerslag gevonden in het Boekenweekessay Abecédaire de Paris: Onder het zink uit 2004 en in de roman De wandelaar (2007). Veel daaruit is ook weer verwerkt in deze nieuwe liefdesverklaring aan de stad , waar hij niet alleen inburgert via identificatie met Baudelaire en Proust, maar ook door samen met zijn buren in het zwembad een hittegolf te doorstaan en mee te helpen buurtclochard monsieur Dubois in leven te houden.

Veel mensen proberen zich een stad op een dergelijke manier eigen te maken, maar slechts weinigen kunnen hun ervaringen zo levendig, beeldend, geestig en soms ook beklemmend verwoorden als Van Dis.

Beter dan enige scène in Midnight in Paris is bijvoorbeeld het hoofdstuk ‘De hel van Strindberg’, over een schrijver die waanzinnig werd in Parijs. Strindberg leed aan betrekkingswaan: op de route die ook Van Dis dagelijks wandelt zag hij overal onheilspellende tekens die hij stuk voor stuk op zichzelf betrok. Van Dis beschrijft hoe hij aan dezelfde wanen dreigt te gaan lijden.

Wie ook in Parijs heeft gewoond, maar daar helemaal niet kon aarden, was Van Dis’ literaire jeugdliefde Louis Couperus. Hij probeert de grote Haagse schrijver terug te vinden in de Rue Pasquier in de buurt van Gare Saint Lazare, waar Couperus in het najaar van 1890 een achterkamer betrok. Hij wilde nooit meer terug naar Nederland, maar gaf zijn Parijse leven al snel op. Slechts één schets schreef hij over zijn mislukte verblijf, Een verlangen, waarin de hoofdpersoon deprimerende zwerftochten door de stad maakte. ‘Arme Couperus! Hoe kan ik die geniale zeurpiet alsnog van Parijs laten houden?’ vraagt Van Dis zich in een van zijn laatste hoofdstukken af.

Het antwoord is te vinden in Couperus’ roman Langs lijnen van geleidelijkheid waarin een Nederlandse op Couperus lijkende kunstenaar zijn Haagse vriendin, die niet bij hem in Rome kan aarden, geduldig leert van die stad te houden door haar te laten delen in al zijn kennis en liefde. Zo laat hij haar Rome voelen, precies zoals Van Dis zijn lezers laat versmelten met Parijs.

Elsbeth Etty

    • Elsbeth Etty