Sunny Bergman is niet bang voor gek te staan

De taal van de Mosuo, een kleine Chinese minderheid die tegen de Tibetaanse grens woont, kent geen woorden voor ‘sexy’, ‘slet’ of ‘verkrachting’. Die begrippen komen in hun cultuur niet voor of worden niet als zodanig benoemd. Wel is er sinds kort een uit het Mandarijn afkomstige benaming voor ‘prostituee’.

In een straat aan het Lugumeer, die Sunny Bergman niet mocht filmen voor de tweede aflevering van Sunny side of sex (VPRO), bieden tegenwoordig enkele vrouwen in Mosuokleding hun lichamelijke diensten aan voor de toeristen. Die komen af op de reputatie van promiscuïteit die de Mosuo aankleeft, vooral door de geschriften van televisiepresentatrice Yang Erche Namu met herinneringen aan haar jeugd in een matriarchale cultuur met zogeheten ‘wandelhuwelijken’. In een ‘bloemenkamer’ ontvangen vrouwen hun minnaars, maar man en vrouw blijven elk bij hun eigen familie wonen.

In werkelijkheid zijn de hoeren in klederdracht geïmporteerde stadsbewoners, die een paar woorden Mosuo hebben geleerd. De autochtone bewoners blijken in gesprekken met Bergman daarentegen uiterst preuts. Ze vinden zelfs vragen naar wie het initiatief neemt tot seksuele relaties al buitengewoon impertinent.

Dat was wel even anders in de eerste aflevering van de vier documentaires over culturen waarin vrouwen en mannen anders met elkaar omgaan dan bij ons. In Oeganda spraken vrouwen honderduit over trucs die de lust verhogen, zoals het oprekken van de binnenste schaamlippen. In het land waar op homoseksualiteit de doodstraf staat is het heel gewoon dat vrouwen elkaar intiem betasten.

Het aardige van Sunny Bergmans manier van filmen is dat ze niet bang is om zichzelf in gênante posities te manoeuvreren. Dat geldt zowel voor het zich laten adviseren over haar eigen lichaam, zoals door een Afro-Amerikaanse cosmetisch chirurg in Beperkt houdbaar (2007), als voor het bruuskeren van discrete Aziaten. Die frontale aanpak, voortgedreven door een feministische onvrede over de positie van de vrouw als lustobject in de westerse wereld, levert vaak veel op.

Heel leerzaam is bijvoorbeeld de reactie van een Oegandese vrouw op de mededeling dat de Nederlandse taal het woord shame lips bevat. Eerst begrijpt ze het niet en dan vraagt ze waarom je je in die taal voor je eigen lichaam zou moeten schamen.

De interculturele verkenningen van Bergman hebben niet de pretentie van degelijke research of cultureel-antropologische duiding. Eerder staan ze in de traditie van een ander VPRO-programma, de door locale correspondenten in de hele wereld verzamelde thematische beeldnotities in Metropolis.

Net als in dat programma geeft Sunny side of sex eerder aanleiding tot verbazing en glimlachen. De verschillen in opvatting relativeren de eigen superioriteitswaan, maar laten vooral zien dat mensen overal in wezen hetzelfde zijn.

    • Hans Beerekamp