Rusland en China zijn de meest corrupte landen

Volgens onderzoek van Transparency International wordt vooral in de bouw, de energiesector en bij openbare werken vaak smeergeld betaald.

Russische en Chinese bedrijven zijn wereldwijd gezien het meest geneigd om smeergeld te geven om buitenlandse contracten binnen te halen. Nederlandse en Zwitserse het minst.

Dit blijkt uit een onderzoek van Transparency International, een niet-gouvernementele organisatie die ieder jaar een corruptie-index presenteert. Transparency heeft drieduizend prominente zakenlieden gevraagd hoe vaak zij te maken hebben met corruptie in hun contacten met bedrijven uit andere landen. Het onderzoek beperkt zich tot 28 landen die veel exporteren.

Geen enkel land is helemaal schoon, maar de verschillen zijn groot. Volgens het onderzoek wordt er vooral in de bouw, de energiesector (olie- en gaswinning en mijnbouw) en bij openbare werken vaak smeergeld betaald. Daarbij gaat het niet alleen om het binnenhalen van contracten, maar ook om pogingen regelgeving te beïnvloeden of besluitvorming te versnellen of te vertragen. De landbouw en de lichte industrie zijn het minst gevoelig voor corruptie. Er werd nauwelijks verschil gevonden tussen de publieke en de private sector.

In Rusland heeft president Medvedev van de strijd tegen corruptie een speerpunt gemaakt in zijn toespraken, maar in de praktijk is daar weinig van terechtgekomen. De wetgeving is verbeterd, maar de nieuwe wetten worden slecht of niet toegepast. Het land staat onderaan de ranglijst van 28 landen, met China net daarboven.

Tot de tien schoonste landen behoren, in aflopende volgorde: België, Duitsland, Japan, Australië, Canada, Singapore, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. (NRC)