Regina Carter zwiert en ontroert ook zonder kora

Regina Carter. Gehoord: 3/11 Bird Rotterdam. ****

Een viool zingt; ze is snel, scherp, agressief of warm. Er is een stemming mee uit te drukken, net als met een stem, en de Amerikaanse jazzvioliste Regina Carter weet precies hoe. De viool is bovendien een heel wendbaar instrument. Al jaren laat Carter haar viool klinken in jazz, blues en pop. En ook – gewoon – klassiek: in 2003 maakte ze een cd waarop ze de legendarische viool – het Kanon – van Paganini zelf bespeelde.

Voor haar recente album Reverse Thread onderzocht Regina Carter in het World Music Institute in New York Afrikaanse volksmuziek. Het werd een kleine musicologische maar ook etnografische wereldreis die leidde tot bewerkingen en interpretaties van traditionele songs. Ook vond ze nieuwe, op het eerste gezicht wat ongewone liefdespartners voor haar viool: de kora en de accordeon.

Gisteravond ontbrak die kora, maar het was geen groot gemis. De combinatie van viool en accordeon, gesteund door bas en drums, pakte ook wonderschoon uit in jazzclub Bird. Regina Carter, die haar markante dreadlocks tegenwoordig niet meer draagt, maakte er met accordeonist Will Holshouser, bassist Jesse Murphy en drummer Alvester Garnett een fraai en fijnzinnig concert van, dat behoorlijk tot de verbeelding sprak.

Folky melodieën voerden langs dorpspleinen en uitgestrekte velden. Een zoetvloeiende, doorgaande muziekstroom langs diverse culturen. Feestelijk werd het met sfeerbepalende, zalig aangeklede ritmes van Garnett. Carters viool danste en zwierde op de klanken van Amadou & Mariams Artistiya, een polyritmisch Malinese opzweper.

Maar de violiste toonde zich ook kwetsbaar, zacht tokkelend buiten de microfoon of de strijkstok lichtjes stuiterend op de snaren. Haar viool toonde vele emoties – Carter weet hoe ze moet doseren voor het gewenste effect. Ook accordeonist Wolshouser viel op. Hij is een virtuoos veelzijdige speler die zijn instrument een echt andere lading geeft.

Tweemaal leidde Carter haar muziek in met mooie veldopnames. Zoals het gezongen volksliedje Mwana Talitambula van de tamelijk onbekende Oegandese joden. Niet alleen de lichtvoetige melodie in de bedwelmende viool/accordeonharmonieën maar ook de lokale dorpsgeluiden hoorden we later terug.

    • Amanda Kuyper