'PvdA moet van de gracht naar een normale wijk'

Hans Spekman wil de PvdA weer laten „broeien en bruisen”. Als hij voorzitter wordt, mogen straks ook niet-leden van de PvdA de nieuwe lijsttrekker kiezen.

DEN HAAG Hans Spekman kandidaat Tweede Kamerlid voor de PvdA verkiezingen 2010 © Dijkstra b.v.

Hans Spekman (45) was lasser, verhuizer, barman, raadslid en wethouder. In 2006 werd hij Kamerlid. Eentje die geliefd is in zijn partij en wordt geprezen door collega’s. Nu wil hij Lilianne Ploumen opvolgen als voorzitter van de PvdA.

Waarom?

„De laatste dagen dacht ik vaak terug aan mijn motivatie om over te stappen naar de landelijke politiek. Net als in Utrecht wilde ik strijden voor arme kinderen die niet kunnen sporten, wilde ik vechten voor asielzoekers en voor een beter armoedebeleid. Toen de PvdA deel uitmaakte van de regering ging dat ook wel, vanuit de Kamer. Maar nu zie je dat alles wat is opgebouwd, in sneltreinvaart wordt afgebroken. Een jonge vrouw die bij Zeeman achter de kassa staat, moet haar hele inkomen afstaan omdat haar ouders werkloos zijn – om maar iets te noemen.

„Alleen een levende sociaal-democratische beweging kan iets doen tegen dit afbraakbeleid. Om die te realiseren kan ik als voorzitter meer doen dan als Kamerlid.”

Hoe?

„Door de vereniging en de positie van haar leden te versterken, want ik geloof in de politieke partij als organisatie. Als voorzitter zal ik er alles aan doen het aantal leden te laten stijgen tot 100.000. Het zijn er nu 54.000. Ook zal ik ervoor zorgen dat beter wordt geluisterd naar de leden. Want het grote verhaal kan niet zonder kennis van kleine verhalen. Doordoor begrijp je ook dat de ongelijke verdeling van macht en onmacht tegenwoordig langs andere lijnen loopt. Ooit was het simpel: toen ging het over geld en afkomst. Nu ligt de onmacht vooral in onvermogen van de publieke dienstverlening met sommige kwesties om te gaan. Neem een moeder die van het kastje naar de muur wordt gestuurd als ze de oorzaken wil wegnemen van de permanente hoofdpijn van haar zoon.”

Nog concrete plannen?

„Ja, ik wil het hoofdkantoor van de Herengracht halen en in een normale wijk zetten. Dat scheelt ook weer geld, want zo’n kantoor in de Amsterdamse grachtengordel is natuurlijk niet gratis. Verder wil ik de verkiezing van de lijsttrekker vormen naar Frans voorbeeld. Iedereen, ook niet-leden, mogen op de lijsttrekker stemmen. Ze moeten alleen een progressief manifest ondertekenen en één euro betalen.”

Welke partijvoorzitters uit het verleden vormen voor u een voorbeeld?

„Ik kan er twee noemen. Felix [Rottenberg] zorgde dat de partij broeide en bruiste. Ruud Koole zorgde dat de invloed van de leden groter werd.”

Hebben prominente leden er bij u op aangedrongen dat u zich kandideert?

„Dat is irrelevant, want als ik het zelf niet had gewild, had ik het niet gedaan.”

Als u voorzitter wordt, haakt u tussentijds af als gekozen volksvertegenwoordiger. Van de huidige voorzitter mag tussentijds vertrekken niet.

„Ik heb daar normaal ook een hekel aan. Maar ik verlaat het parlement niet voor een baan in het bedrijfsleven ofzo. Ik ben in de politiek gegaan om mijn idealen te verwezenlijken, niet voor mezelf, of mijn positie. Ik geloof nu dat ik mijn idealen beter kan verwezenlijken als voorzitter van de partij. Onder meer door te zorgen dat die partij weer knettert. Ikzelf ben maar een passant, de partij niet. Misschien ben ik me dat zo bewust, omdat mijn opa, in 1910, een van de oprichters van de SDAP was. In de politiek geloof ik in de lange adem. Dat geloof is misschien niet erg modieus, maar daarom niet minder oprecht.”