Pragmatische Draghi is soepel en streng

De nieuwe president van de ECB, de Italiaan Mario Draghi, verlaagde gisteren direct de rente. Breekt hij met het verleden of behoedt hij de ECB juist voor erger?

Vaarwel Duitsland, welkom Italië.

Cynische ECB-vorsers hebben zelden sneller hun gelijk kunnen halen. Gisteren, slechts drie dagen na het vertrek van de Fransman Jean-Claude Trichet, voerde de nieuwe president van de Europese Centrale Bank (ECB), de Italiaan Mario Draghi, een renteverlaging door.

Het moet voor Draghi, een week geleden nog ‘gewoon’ president van de Italiaanse centrale bank, een complexe afweging zijn geweest. Hij heeft als Italiaan de schijn tegen. Italië heeft de reputatie een land te zijn dat het wat minder nauw neemt met behoedzaam monetair beleid dan bijvoorbeeld Duitsland of Nederland. Draghi’s voorganger Trichet werd algemeen als een havik gezien: een ECB-president die recht in de monetaire leer was en daarmee de reputatie van de ECB als een centrale bank naar Duits model verdedigde.

Maar wie cynisme verruilt voor een open blik, ziet dat Draghi gisteren per saldo veel meer deed dan wat er van hem verwacht werd. In een opmerkelijk open en soepele persconferentie na afloop van het rentebesluit, maakte Draghi de geesten rijp voor een milde recessie in de eurozone.

Draghi verlaagde daarom de belangrijkste rentevoet voor de eurozone met 0,25 procentpunt naar 1,25 procent. Dat besluit werd unaniem gesteund door de centralebankiers van de zeventien eurolanden en de overige vijf leden van het ECB-bestuur, hetgeen Draghi’s leiderschap openlijk bevestigde.

Tegelijkertijd echter maakte de Italiaan duidelijk dat niet de ECB, maar de Europese politiek verantwoordelijk is voor het oplossen van de eurocrisis. Dat geldt voor de muntunie als geheel, maar nog meer voor probleemlanden als Griekenland en Italië. Draghi, in antwoord op een vraag over de huidige torenhoge rente op Italiaanse staatsobligaties: „De verantwoordelijkheid voor het handhaven van de financiële stabiliteit en ordelijke financiële voorwaarden ligt in de eerste plaats bij het nationale economische beleid. Het is echt zinloos om te denken dat de koersen van staatsobligaties langdurig gestabiliseerd kunnen worden door externe interventies [als die van de ECB, red].”

De ECB gaat dan ook niet over tot het (nog grootschaliger) opkopen van staatsobligaties uit probleemlanden of het verder verruimen van de geldhoeveelheid – twee wensen van met name de zuidelijke lidstaten. Sinds augustus kocht de ECB al voor 100 miljard euro aan met name Spaanse en Italiaanse staatsobligaties op.

Draghi’s debuut kwam op het moment dat de eurozone in grote onzekerheid verkeert over het voortbestaan ervan. Het lot van Griekenland is ongewis en de vraag is of het land in staat zal zijn bij de muntunie te blijven. Draghi’s keuze om vooral pragmatisch te handelen lijkt in elk geval op de financiële markten op goedkeuring te kunnen rekenen. Het rentebesluit, dat als een verrassing kwam, leidde wereldwijd tot koersstijgingen op de beurzen.

De grote vraag is of de renteverlaging genoeg is om de onrust op de markten te bezweren. Uit monetaire studies is gebleken dat een renteverlaging pas op langere termijn (een half jaar tot een jaar) effect heeft. De lage officiële rente heeft domweg tijd nodig heeft om door te sijpelen naar de economie. Eerst moeten banken de rente verlagen, dan pas kunnen bedrijven tegen lagere rentes lenen en dat geld vervolgens investeren in de economie.

Probleem daarbij is dat de zogenoemde reële rente (de nominale rente gecompenseerd voor inflatie) dankzij een inflatie van 3 procent in de eurozone op dit moment al negatief is. Dat betekent dat een verdere verlaging weinig zin heeft, vooral als de economische groei stagneert.

Ook Draghi was zich daar terdege van bewust. Net als zijn voorganger Trichet zei hij gisteren dat de ECB zal blijven interveniëren in de obligatiemarkten als dat nodig is om het effect van de renteverlaging „door te geven” aan de reële economie.

Inflatie is dan ook niet de grootste zorg voor de ECB. Veel erger is dat in heel Europa (ook in als sterk gepercipieerde landen als Duitsland, Nederland en Frankrijk) de productie vorige maand stevig onderuitging.

Draghi toonde zich een vaardig crisismanager. Puristen zullen stellen dat hij financiële stabiliteit zwaarder laat wegen dan monetaire stabiliteit. Maar gegeven de economische en politieke omstandigheden is zijn ‘dubbelbesluit’ zo gek nog niet. Net als zijn voorganger zal de Italiaan de komende maanden moeten zoeken naar de juiste balans tussen rust bewaren en groei stimuleren. Want alleen door groei kan Europa zijn problemen structureel overwinnen.

    • Egbert Kalse