Populisme verklaard

Je hoefde geen voorstander te zijn van de motie-Mauro om gefrustreerd te raken door de gang van zaken in de Tweede Kamer afgelopen week. Hoe was het mogelijk dat de twee grote ‘dissidenten’ van het CDA, Kathleen Ferrier en Ad Koppejan, eerst nachtenlang de hele fractie wakker hielden met „fundamentele gewetensbezwaren” en wat dies meer zij, om vervolgens toch gewoon mee te stemmen met de coalitie?

Als er ooit een situatie was waarin ze hun stem konden laten horen, was het nu. Daags ervoor had Koppejan nog, samen met de jonge CDA’er Paul Schenderling, een artikel geschreven waarin hij overwoog dat „politieke partijen hopeloos verouderd [zijn]”. Als partijen zich niet openen, waarschuwde hij, zou dit „op termijn het einde van de parlementaire democratie” betekenen. Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik vervolgens de hoofdelijke stemming zag. Ongetwijfeld zijn Koppejan en Ferrier indringend toegesproken door Maxime Verhagen en zijn adjudant Sybrand van Haersma Buma en zijn zij bedreigd met van alles en nog wat, maar dat noch de CDA-top, noch Koppejan en Ferrier inzagen dat zwichten hun geloofwaardigheid volkomen zou ondermijnen, verbaasde mij echt.

Logisch dat het CDA in de peilingen op een historisch dieptepunt van elf zetels uitkwam. Wie wil er nou stemmen voor zo’n machtsmachine? Wie vond het niet tenenkrommend toen we Maxime Verhagen tijdens het partijcongres enkele dagen eerder de zaal indringend zagen aankijken, terwijl hij zei: „Sybrand gaat ervoor zorgen dat de CDA-fractie dinsdag eensgezind zal stemmen!”

In strijd met zowel letter als geest van onze Grondwet – evenals met zo’n beetje iedere democratische theorie – zagen we hier de vicepremier de zweep halen over de Tweede Kamerfractie. Hoezo machtenscheiding? Hoezo ‘stemmen zonder last’? Van Haersma Buma knikte braaf. Zou dát de ware betekenis zijn geweest van het ‘samen’, waar partijvoorzitter Ruth Peetoom het over had?

De partijoligarchie waar wij in Nederland onder leven en die zich de afgelopen week opnieuw op dramatische wijze toonde, is de directe oorzaak van de vertrouwenscrisis van de politiek. Dat een gesloten kaste van elites elkaar de baantjes toespeelt, de handen boven het hoofd houdt en discussies via handjeklap binnenskamers voert, verklaart de opkomst van het ‘populisme’ en de onvrede met Den Haag.

In Italië zagen we deze week waar een dergelijk vertrouwensverlies concreet toe kan leiden. Diverse restauranthouders besloten een woekertarief voor politici te rekenen. Voor een espresso betaalt een politicus daar nu 30 euro. De boze pizzabakker Gino Sorbillo vroeg 100 euro voor een pizza, om terug te halen „wat politici van de burgers stelen”. We lachen er graag om. „Die Italianen toch, heerlijk volkje” et cetera. Toch is de Italiaanse situatie niet fundamenteel anders dan die in Nederland. Ik twijfel er dan ook niet aan dat Martin Bosma de waarheid spreekt als hij in zijn boek beschrijft hoe de bediening in het restaurant van de Tweede Kamer de PVV’ers soms schielijk toefluistert: „Pak ze! Ga zo door!”

De vertrouwenscrisis tussen burger en bestuur kan alleen te boven worden gekomen door het politieke bestel te hervormen. Fundamenteel probleem van dergelijke aanpassingen is altijd dat ze een grondwetswijziging vereisen, die de zittende macht echter nooit zal accepteren, omdat het haar einde zou betekenen.

Maar een combinatie van drie maatregelen die geen grondwetswijziging vereisen, zou de politiek eveneens kunnen openbreken en zou het verlies aan vertrouwen tussen burger en politiek kunnen herstellen. Ik heb ze al eens eerder genoemd:

Het aantal voorkeursstemmen moet dwingend worden voor de positie op de lijst. Hierdoor zouden dissidenten als Koppejan en Ferrier in de toekomst verzekerd kunnen zijn van hun eigen machtsbasis en dus niet langer geïntimideerd kunnen worden door hun partijleiding.

De Kamer dient de formateur direct te benoemen. Deze kan dan regeren met een initieel vertrouwen, zonder dat de Kamer eerst akkoord hoeft te gaan met een uitgebreid regeerakkoord. Net als bij het huidige minderheidskabinet vormen zich dan voortdurend wisselende meerderheden in de Kamer. Toegenomen speelruimte voor de premier kan er ook toe leiden dat er ook eens niet-partijgebonden ministers worden benoemd. Nog niet 1 procent van de bevolking is actief partijlid – wat een absurd idee dat het landsbestuur altijd uit die minuscule poel moet worden gerekruteerd!

Ten slotte, gemeenteraadsverkiezingen dienen decentraal te worden georganiseerd. Iedere gemeente moet gewoon zelf zijn verkiezingen kunnen uitschrijven wanneer het college van B en W valt. Omdat daardoor altijd wel ergens verkiezingen worden gehouden, kan de landelijke politiek zich er niet meer mee bemoeien. Het zal de betrokkenheid van de burger bij de lokale politiek – en daarmee bij de politiek überhaupt – snel enorm doen toenemen.

Zolang de politiek niet aan deze drie systeemveranderingen wil – die echter geen van alle een grondwetswijziging vereisen – zal het vertrouwen blijven afkalven en zullen de traditionele middenpartijen terrein blijven verliezen.

    • Thierry Baudet