Pak de vijf echte problemen aan

Europa lijkt af te stevenen op een chaos.

Met het invoeren van de munt gaven landen hun economisch gereedschap en democratie uit handen.

Het akkoord waarmee de Europese top vorige week naar buiten kwam, dreigt in lucht op te gaan. De oplossing voor de eurocrisis die Merkel en Sarkozy hadden beloofd, is er niet gekomen. Zoals tal van economen opmerkten en de financiële markten zich al snel realiseerden, komt het akkoord te laat, doet het te weinig en pakt het de problemen niet aan. De onenigheid en het gebrek aan werkelijkheidszin in de Europese top wakkeren het gevoel aan dat Europa afstevent op chaos.

Wat zijn de problemen waarvoor de leiders geen oog lijken te hebben? Ik onderscheid er vijf.

1Het probleem van de financiële sector. Omdat de schuldenberg het acute probleem is, denken de leiders dat het probleem verdwijnt door de schuldenberg te adresseren. Ze concentreren zich op de publieke schulden om het probleem beheersbaar te houden, maar ook als het lukt de Griekse schuld te reduceren, het noodfonds op te tuigen en een strenge begrotingsdiscipline op te leggen, blijft Europa zitten met een berg private schulden (vooral groot in Nederland) en een financiële sector die is losgezongen van de reële economie.

2Het probleem van de economische groei. De oplossing van de Europese leiders veroorzaakt ook een probleem. Door zo stevig te bezuinigen, duwen ze de Europese economie naar een stevige recessie. Deze verergert de schuldproblemen. De Griekse economie blijft voorlopig krimpen. Dit wordt ook het lot van de Italiaanse economie, nu Berlusconi op de rem moet trappen. Andere landen dreigen te volgen.

3Het aanpassingsprobleem. Een nog dieper probleem is het ontbreken van afdoende aanpassingsmechanismen. Met een eigen munt kon Griekenland devalueren. Hierdoor zou het land goedkoop worden voor buitenlanders. Het zou monetaire en fiscale instrumenten in handen hebben die het soeverein kon toepassen. Dit alles heeft het opgegeven met de euro. Wat resteert, is een neoliberaal en dus hardvochtig beleid van bezuinigingen op salarissen, uitkeringen en pensioenen. Zeker op korte termijn gaat een dergelijke aanpassing gepaard met veel sociale onrust. Zal het werken? Zal dit beleid de Europese economieën weer doen convergeren? Het lijkt er eerder op dat deze aanpak werkt als een splijtzwam.

4Het politieke probleem. Ik heb vanaf het begin – 1991 dus – betoogd dat de euro niet kan werken, omdat Europa er politiek niet klaar voor is. Een munt heeft een sterke samenleving nodig. Deze euro heeft die niet. De leiders hopen dit probleem op te lossen door overdracht van soevereiniteit aan centrale autoriteiten, maar daartoe zijn hun eigen mensen niet bereid. De Duitsers willen niet en de Fransen zeker niet. Nu keren de Grieken en de Italianen zich tegen de maatregelen – en terecht. De euro dwingt niet alleen een asociaal beleid af, maar zet ook de democratie buitenspel. Het referendum van de Griekse premier Papandreou is een poging om iets op te houden van democratische schijn. Wat doen Nederlanders als buitenlandse autoriteiten de aftrek van de hypotheekrente of de cao’s willen afschaffen? Wat vinden we van een machtig noodfonds dat opereert zonder democratische controle?

5Het culturele probleem. De zwakte van de Europese samenleving tekent een zwakke cultuur. Te groot is nog steeds het geloof in een maakbare samenleving, in de macht van alwetende politici. Te sterk is het sturen op financiële waarden zoals winst en de groei van het bruto nationaal product. Te veel waarde wordt gehecht aan tomeloze ambitie, aan ongerichte innovatiedrang en aan egoïsme. Herwaardering van leidende waarden is hoogst noodzakelijk. Het bewustzijn neemt toe dat kwaliteiten als duurzaamheid en rechtvaardigheid, sociale cohesie en inspirerend vermogen ertoe doen. In het beleid is hiervan niets te merken.

Is er dan helemaal geen hoop? Ik stel voor om eens naar Argentinië te kijken. Argentinië verkeerde in 2001 in dezelfde situatie als Griekenland nu. Ook Argentinië had een grote publieke schuld. Ook daar greep het IMF in, met het bekende recept van bezuinigen en knijpen. In 2001 was de politieke chaos compleet. Eind 2001 besloot de toenmalige president Saá tot het faillissement van Argentinië. Hij trad af. Zijn opvolger besloot in januari 2002 de vaste wisselkoers tussen pesos en dollar los te laten. Het gevolg was dat Argentijnen in één nacht 60 procent van hun vermogen kwijtraakten. President Nestor Kirchner (de man van de huidige president) keerde zich vervolgens tegen de IMF, investeerde in bedrijvigheid en verbeterde de sociale voorzieningen. De Argentijnen hervonden het vertrouwen in hun eigen samenleving en organiseerden spontaan ruilsystemen. Het gevolg was een aanhoudende groei van rond de 8 procent.

Het kan anders, als we de werkelijke problemen onder ogen durven zien en als we niet vasthouden aan de euro als iets heiligs.

Arjo Klamer is hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is lid van het Sustainable Finance Lab.

    • Arjo Klamer