Omringd door bange mannen

Ron Suskind schreef een ontluisterend portret van Obama’s drie presidentsjaren.

Hij fileert een ‘amateur’, die ‘geen benul had van wat hij moest doen’.

President Barack Obama gestures during a speech on his jobs bill at the University of Richmond in Richmond, Va., Friday, Sept. 9, 2011. Obama is urging voters to get behind his new jobs bill and pressure lawmakers to pass it, delivering the message on the home turf of one of his chief GOP antagonists. (AP Photo/Steve Helber) AP

Barack Obama blinkt uit in twee dingen. Hij kan uitstekend luisteren, de spreker empathisch aankijken, knikken, en af en toe een sturende vraag stellen – zodat het lijkt alsof hij het met je eens is. En speechen kan hij, zegt hij zelf, zoals Michael Jordan basketbalt. Hij kan zijn publiek het gevoel geven deel uit te maken van een keerpunt in de geschiedenis.

Het waren deze eigenschappen die Obama in 2008 het presidentschap van de Verenigde Staten bezorgden. Het was een verkiezing die grotendeels in het teken stond van de financiële crisis. Als Obama sprak, zeiden aanwezigen, kreeg je het gevoel dat je uit je dagelijkse zorgen werd getild. Dat alles weer in orde zou komen.

Confidence Men, het recent verschenen boek van Pulitzerprijs-winnaar Suskind, is het meest gedetailleerde boek dat tot nu toe is verschenen over de drie jaar dat Obama nu in het Witte Huis zit. Suskind interviewde ruim tweehonderd medewerkers, stafleden en mensen die Obama van nabij kennen. Ook sprak hij de president zelf. Hij concentreert zich op de vraag hoe Obama en zijn staf de economische crisis aanpakten, en hoe de president leiding geeft aan het Witte Huis.

Suskind lijkt gefascineerd door de tegenstelling tussen de Obama achter de autocue en die in de dagelijkse sleur van het Witte Huis. Obama erfde van zijn voorganger, George W. Bush, een crisis die meteen om actie vroeg. De bank Lehman Brothers was failliet gegaan, andere banken stonden op instorten. De maandenlang door Obama-manie bedwelmde kiezers, daar was Obama zich zeer van bewust, verwachtten daden van hem. Obama zou de banken wel aanpakken, en Wall Street ook.

En daar stond hij dan, in januari 2009. De voormalige opbouwwerker uit Chicago, een briljante leerling, een opvallende senator, maar iemand die geen enkele ervaring had met leidinggeven. Een amateur, noemt Suskind hem. Hij had geen flauw benul wat hij moest doen.

Ron Suskind fileert Obama, beschaafd. De belangrijkste kritiek, vaak aan mensen toegeschreven die met de president werken of gewerkt hebben, is dat Obama geen gebruik maakte van de historische kansen die zijn bijna messiaanse imago hem de eerste maanden van zijn presidentschap boden. Iedereen keek vol verwachting toe, maar eigenlijk gebeurde er niets. Obama had het te druk met het organiseren van een economisch team, het sussen van interne ruzies en het luisteren naar advies.

Luisteren werd in 2009 de sleutel van Obama’s regeerstijl. De dagelijkse economische briefing, onder leiding van het hoofd van de Nationale Economische Raad, Larry Summers, ontaardde steeds meer in een debatclub. Zoals dat gaat met collega’s die te veel vergaderen, beet iedereen zich vast in zijn stokpaardjes. Consensus werd nooit bereikt. Obama probeerde als een soort moderator vast te stellen waar zijn adviseurs het wél over eens waren. Summers, de minister van Financiën onder Bill Clinton die de reputatie heeft briljant en onuitstaanbaar te zijn, wist de discussie meestal naar zijn hand te zetten.

Summers speelt een hoofdrol in het boek, en via hem maakt Suskind meteen zijn tweede grote punt van kritiek duidelijk. Obama had tijdens zijn campagne gesuggereerd dat hij met een frisse ploeg het Witte Huis zou betreden, maar uit zijn benoemingen blijkt het tegendeel: de oude garde weet sleutelposities te veroveren. Zij hebben de politieke ervaring om idealisme in resultaten om te zetten, denkt Obama. Naast Summers keert ook Clintons oud-staatssecretaris Tim Geithner terug, nu als minister van Financiën. Clintons naaste adviseur Rahm Emanuel wordt stafchef in het Witte Huis, een waakhond-positie voor de president.

Obama begint onzeker aan zijn presidentschap, schrijft Suskind. Financieel-economische zaken liggen hem niet, en hij is bang dat hij het contact met de bevolking verliest. Iedere dag leest hij strikt, tot vandaag aan toe, tien brieven van gewone Amerikanen. Dat kan niet verhinderen dat de president vereenzaamt. Zijn gesprekspartner is iedere dag dezelfde groep: Summers, Geithner, Emanuel, en zijn strategisch adviseur David Axelrod.

Geithner en Summers houden radicalere Democraten vakkundig weg bij de president. Zo kreeg Elizabeth Warren, prominent Democraat en economisch adviseur van Obama, de president nauwelijks meer te spreken met haar pleidooi voor veel hardere maatregelen tegen Wall Street.

Geithner en de andere leden van de Clinton- groep worden afgeschilderd als de bijna-vrienden van Wall Street. Als verzekeraar AIG met vele miljarden dollars aan overheidssteun wordt gered, ontstaat een groot schandaal over de bonus die de top van het bedrijf zichzelf met dit geld toekent. Geithner protesteert tegen de bonus, maar vindt dat de overheid niet gaat over interne contracten van een bedrijf. Met die houding, zegt staatssecretaris Alan Krueger, ,,zijn we het land definitief kwijtgeraakt. We hebben het nooit teruggewonnen”.

Suskind maakt van Geithner een bangige man, slecht verzorgd, met eeuwig slecht zittend haar omdat hij geen fatsoenlijke kapper wil betalen. Dit soort details geven kleur aan een persoon, maar laden wel de verdenking op de auteur dat hij alle wapens inzet om de minister in te delen bij de bad guys, de mensen die Wall Street beschermden.

Het blijft vreemd, bijna onverklaarbaar, dat Obama zich omringt met mensen uit het tijdperk-Clinton. Juist van deze president neemt Obama openlijk afstand: hij noemt Clinton een ‘policy wonk’, iemand die verzand raakte in technische kwesties en bevlogenheid miste. Suskind suggereert dat het komt door iets heel anders: Obama is ten diepste een jongensman. In de omgang met vrouwen is hij stug, onzeker, naar mannen zal hij instinctief sneller luisteren.

De sfeer in het Witte Huis slaat in de loop van 2010 om naar ronduit vijandig jegens vrouwen. Ze worden genegeerd bij beslissingen en gekleineerd door stafchef Emanuel, die ongeveer in ieder citaat van hem een krachtterm gebruikt. Obama regelt het op zijn Obama’s: hij nodigt alle vrouwen uit voor een diner, luistert, en erkent impliciet dat er een probleem is. Maar hij zal er niets aan doen, want ,,ik heb Rahm écht nodig”.

Een boek dat zo vilein zijn managementkwaliteiten in twijfel trekt, is slecht nieuws voor Obama. Soms heeft Suskind zijn typeringen van sommige stafleden erg karikaturaal gemaakt, maar de kern van Suskinds betoog zal Obama zich aan moeten trekken.

Ron Suskind: Confidence Men. Wall Street, Washington and the Education of a President. HarperCollins Publishers, 515 blz. €30,-

    • Guus Valk