Noorse olie- en gasmiljarden zijn er niet om de euro te redden

Europa is naarstig op zoek naar investeerders voor het euro noodfonds. Daarbij wordt gekeken naar het Noorse staatsfonds. Maar olie- en gasmiljarden zijn er niet om de euro te redden.

Wat te doen? Europa heeft te weinig geld in kas en wil toch de euro redden. De oplossing? Geld van anderen inzetten om de munt overeind te houden. Dat is precies wat de leiders van de eurozone op 26 oktober bedachten.

Het Europese noodfonds EFSF, waar de landen zelf voor 440 miljard euro aan garanties in hebben zitten, moet worden opgehoogd tot 1.000 miljard en dat kapitaal moet van buiten komen. Van buiten betekent hier: grote investeerders zoals Chinese, Arabische en – lekker dichtbij – Noorse staats- en pensioenfondsen.

Het met olie-inkomsten gevoede Noorse Staatspensioenfonds, zoals het sinds 2006 heet, is het grootste pensioenfonds ter wereld, met een verwacht vermogen van 3.115 miljard Noorse kroon (403 miljard euro) aan het eind van dit jaar.

Het is niet voor het eerst dat regeringsleiders hongerig kijken naar de staatsfondsen. Op het hoogtepunt van de kredietcrisis in 2008 waren het staatsfondsen uit China en het Midden-Oosten die met kapitaalinjecties hielpen grote banken overeind te houden. Hun geld was meer dan welkom, maar westerse regeringen plaatsten wel vraagtekens bij de intenties van deze fondsen. Hoe wenselijk was het dat regimes, die vaak – zacht gezegd – niet uitblonken in democratische verantwoording, posities in ‘onze’ financiële sector verwierven?

In oktober 2008 stelde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) daarom een „vrijwillige richtlijn” op voor staatsfondsen, zodat zij gemakkelijker vertrouwen zouden kunnen winnen van westerse regeringen. Als voorbeeld werd het door de Noorse centrale bank geleide Staatspensioenfonds genomen, omdat dat parallel loopt met het overheidsbeleid voor pensioenen, ‘duurzaam’ opereert en volledig geïntegreerd is in de Noorse begrotingspolitiek.

De ironie wil dat juist de strikte en transparante wijze waarop de Noren hun fonds besturen nu de reden is dat zij niet staan te springen om in het eurogat te duiken. Op een persconferentie op 28 oktober, daags na het bereiken van het euro-akkoord over uitbreiding van noodfonds EFSF, zei gouverneur Oeystein Olsen van de centrale bank dat het fonds niet zal investeren in de redding van de euro als daar elementen van hulp aan vast zitten. De Noren willen eerst meer weten over hoe het fonds precies zal gaan functioneren.

Niet voor niets hebben de Noren tot nu toe zeer marginaal (zo’n 100 miljoen euro) belegd in de 13 miljard euro aan obligaties die het EFSF heeft uitgegeven. Ook de beleggingen in Europese staatsobligaties is met 75 miljard bescheiden. Topman Yngve Slyngstad van het Noorse staatsfonds zei dat zijn fonds er, gezien de beleggingen, alle belang bij heeft dat de euro gered wordt.

Desondanks heeft het fonds de laatste maanden de olie- en gasinkomsten verlegd van Europese aandelen en beleggingen naar vastgoed en Aziatische groeimarkten. Europa is belangrijk voor de Noren, maar niet ten koste van eigen pensioenen.

    • Egbert Kalse