Minder vakantie in het onderwijs, dat gaat zomaar niet

Lesuitval, ophokuren, steeds langere vakanties. Om deze ergernissen van ouders op te lossen, zou de zomervakantie korter worden. Maar dat willen de leraren niet.

Nederland , Amsterdam , 30-11-2007 Vijftienduizend scholieren verzamelen zich op het Museumplein in Amsterdam om massaal te protesteren tegen de 1040 lesuren norm van minister Plasterk. Soms overwonnen de vuurwerkbommen het van het protest maar volgens het organiserend commitee LAKS bleef het redelijk rustig . 60 jongeren werden opgepakt voor het gooien van vuurwerk en het beledigen van de politie. Op de foto gaat er een rookbom af in de voorste gelederen van de demonstratie Foto ; Pim Ras / Hollandse Hoogte Pim Ras/Hollandse Hoogte

Wie een Nederlandse leraar vakantiedagen wil afpakken, moet van goeden huize komen. Dat ontdekte minister Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) gisteren in de Tweede Kamer tijdens de behandeling van haar wetsvoorstel over onderwijstijd en schoolvakanties.

Haar plan om de zomervakantie in het voortgezet onderwijs terug te brengen van zeven naar zes weken, zonder die vrije dagen elders in het jaar te compenseren, stuit op veel weerstand. Bij leraren, maar ook in de Tweede Kamer, onder meer bij de SGP. En de steun van die partij is nodig om goedkeuring voor de wet in de Eerste Kamer te krijgen. De wetsbehandeling is geschorst tot volgende week, zodat Van Bijsterveldt tijd heeft om een list te verzinnen.

Aanleiding voor de wetswijziging zijn de grootschalige protesten van scholieren in 2007 tegen de zogenoemde ‘ophokuren’. Leerlingen in het voortgezet onderwijs moeten per jaar minstens 1.040 uur les krijgen. Veel scholen lukt het echter niet om die tijd zinvol te vullen, zodat leerlingen vaak zonder goede begeleiding in een lokaal worden gestopt om urenlang ‘zelfstandig te werken’.

Daarnaast klagen veel ouders over lesuitval en de uitdijende zomervakantie, die alsmaar langer wordt vanwege rapportvergaderingen en andere activiteiten rondom begin en eind van het schooljaar.

De wet die gisteren in de Kamer werd behandeld, moet al deze problemen in één keer oplossen. Het aantal lesuren wordt naar beneden bijgesteld tot 1.000. Daarnaast mogen zaken als bijscholing en vergaderingen niet leiden tot lesuitval. De week zomervakantie die leraren moeten inleveren, moet tijdens het jaar voor dit soort zaken worden ingezet, vindt Van Bijsterveldt. De Kamer stemt dinsdag over de wet.

Maar daar had de minister buiten de gewiekstheid van de onderwijsbonden gerekend. Die zijn al ontstemd omdat leraren gedurende twee jaar geen salarisverhoging krijgen. Een inkorting van de zomervakantie was voor hen niet bespreekbaar. Tijdens cao-overleg met de werkgevers in het onderwijs is inmiddels afgesproken dat de verloren week vakantie wordt omgezet in vijf vrije dagen tijdens het schooljaar. En dus zijn er straks in de praktijk te weinig roostervrije dagen over voor zaken als vergaderingen en studiedagen.

Omdat dit soort dingen toch moet gebeuren, liggen extra lesuitval en verhoogde werkdruk op de loer. Volgens de oppositie en officieuze gedoogpartner SGP wordt de wetswijziging hiermee gedeeltelijk waardeloos. Omdat ze wel enthousiast zijn over andere aspecten van de kabinetsplannen, verzoeken deze partijen Van Bijsterveldt de zomervakantie niet in te korten, of op een andere manier voor voldoende roostervrije dagen te zorgen.

De minister toonde zich tijdens het debat gisteren uitermate ontstemd over de manier waarop de onderwijsbonden bij het cao-overleg haar plannen hebben ondergraven. „Ik hoop dat er in de toekomst verstandiger cao’s gaan komen.”

Van meer roostervrije dagen wilde Van Bijsterveldt niet horen. „Als de bonden een andere keuze hadden gemaakt, hadden wij hier deze discussie niet gehad. Dan hadden we gewoon voldoende roostervrije dagen gehad. Als ze daar niet voor kiezen en vervolgens weer langskomen omdat men te weinig roostervrije dagen heeft, denk ik eerlijk gezegd: ja, goedemiddag!” En, geërgerd: „Het wetsvoorstel gaat over de kwaliteit van het onderwijs. We praten eigenlijk ontzettend veel over vrije dagen. Laten we eerlijk zijn: er ligt natuurlijk een heel zware taak bij leraren, maar we hebben in Nederland ook heel mooie vakantieperiodes voor leraren.”

SGP-Tweede Kamerlid Elbert Dijkgraaf liet zich echter niet vermurwen. Hij diende een amendement in dat ervoor moet zorgen dat er voldoende roostervrije dagen per jaar zijn die leraren kunnen gebruiken voor andere zaken dan lesgeven. Aanname van dit amendement was „noodzakelijk” voor de steun van zijn fractie.

Daarmee had Van Bijsterveldt een probleem. Dat werd nog groter toen Harm Beertema, onderwijswoordvoerder van de PVV, te kennen gaf dat zijn fractie „grote moeite” had met het terugbrengen van het aantal lesuren van 1.040 naar 1.000. Hij kondigde aan daarover een amendement te zullen indienen. Daardoor leek er ook in de Tweede Kamer opeens geen meerderheid meer voor de kabinetsplannen in hun huidige vorm.

Na een schorsing van een half uur zei Van Bijsterveldt pas na het weekeinde verder te willen praten. In de politieke afstemming tussen kabinet en gedoogpartners is iets flink misgegaan, zo lijkt het. De minster was duidelijk verrast door de halsstarrige opstelling van SGP en PVV.

Dat de wielen gisteren opeens van de wagen vielen, is des te opvallender omdat de minister van Onderwijs er tot nu toe goed in slaagde het de SGP naar de zin te maken. Van Bijsterveldt en haar staatssecretaris Zijlstra (VVD) pasten het afgelopen jaar hun beleid twee keer aan, toen bleek dat dit nodig was om op de steun van de SGP in de Eerste Kamer te kunnen rekenen.

De langstudeerboete voor trage studenten op hogescholen en universiteiten is een jaar uitgesteld, zodat zij nog de tijd hebben tot september 2012 voordat ze 3.000 euro extra collegegeld moeten gaan betalen. En de bezuinigingen van 300 miljoen op passend onderwijs voor kinderen met leerproblemen, is vooruitgeschoven naar 2013.

Kennelijk dacht Van Bijsterveldt dat haar wet voldoende sterke punten had – geen ‘ophokuren’ meer, inspraak van ouders bij de inrichting van het lesprogramma – om de SGP haar bezwaren te laten inslikken. Dat is dus niet het geval.

Het ziet er naar uit dat de leraren het spel het slimst gespeeld hebben. Tenzij de minister de cao-afspraak teniet doet en in de wet zet waarvoor roostervrije dagen gebruikt moeten worden, lijken docenten geen vrije dagen te gaan inleveren.