Meer info EZ over effect subsidies

Minister Maxime Verhagen (Economische Zaken, CDA) gaat de Tweede Kamer beter informeren over het effect van subsidies. Hij neemt de aanbevelingen van de Rekenkamer over die onlangs constateerde dat het effect van subsidies heel vaak onbekend blijft.

De Kamer debatteerde gisteren over de begroting van Economische Zaken waarin de innovatiegelden een belangrijke rol spelen. Tot 2015 gaat er jaarlijks 3 miljard euro aan innovatiegelden naar bedrijfsleven en wetenschap. Verhagen gaat vanaf nu de Kamer geregeld informeren over de al of niet bereikte doelen van de subsidiegelden.

De Kamer pleitte er voor om de bestedingen van subsidies inzichtelijk te maken via een website, zoals dat in de Verenigde Staten gebeurt. Bedrijven kunnen dan melden wat er met de gelden is bereikt. Verhagen gaat dat onderzoeken, maar tekende er wel bij aan dat een fors deel van de innovatiesubsidies via belastingaftrek verloopt. En die fiscale gegevens mogen nooit openbaar worden.

Verhagen kreeg gisteren brede steun voor zijn innovatiebeleid, waarbij het mes in verschillende subsidieregelingen is gezet in ruil voor bredere innovatieregelingen. Wel werd gisteren aandacht gevraagd voor het midden- en kleinbedrijf, dat volgens veel Kamerleden een grotere rol in het beleid moet spelen.

Verhagen ging positief in op het voorstel van zijn partijgenoot Ad Koppejan om te kijken naar het oprichten van ‘kredietunies’. Dat zouden coöperatieve instellingen moeten worden die kleine bedrijven sneller van krediet voorzien. Voor veel bedrijven is het momenteel erg lastig om kredieten van banken te krijgen.

Verhagen wil voor een proef met twee kredietunies geld uittrekken op voorwaarde dat de overheid geen oevermatige risico’s loopt. Daarover loopt nog een onderzoek.

Verhagen voldeed niet aan op het verzoek van Afke Schaart (VVD) om innovatiegelden niet meer te koppelen aan verplichte winkelnering bij onderzoeksinstelling TNO. Volgens Verhagen zou dat het einde voor TNO zijn, dat komend jaar toch al 20 procent moet bezuinigen.