Laten we het helemaal anders doen

De eerste generatie Nederlandse moslims wilde bouwen: een eigen moskee.

Maar hun opvolgers hebben grootsere plannen. Geld verdienen! Naar buiten!

den haag moskee het bestuur foto rien zilvold

Mohamed Ben Hammouch (29) is een high potential. Zo’n managementterm past bij hem, hij gebruikt ze zelf ook. Hij is projectontwikkelaar bij een woningbouwcorporatie. Ook is hij bestuurder van de Marokkaanse El Islammoskee in de Schilderswijk, de grootste moskee in Den Haag.

Moskeebestuurder? Dat zijn toch oudere mannen, buitenlanders van de eerste generatie? Marokkanen die in djellaba met ijzeren discipline en zuinigheid hun droom waarmaakten: de bouw van een eigen moskee.

Als Mohamed Ben Hammouch op een avond met snelle passen komt aanlopen, donker pak, stropdas, denk je niet meteen aan een moskeebestuurder. Hij is moskeebestuurder nieuwe stijl. Die nieuwe moskeebestuurder dient zich aan, de oude moet plaatsmaken.

Sinds de oprichting van de El Islammoskee, in 1983, bestond het bestuur uit dezelfde vijf mannen. Zij verzorgden de administratie, het onderhoud van het gebouw, de financiën. Nu moeten ze hun levenswerk uit handen geven. Dat is best lastig.

Veel (Marokkaanse) moskeeën hebben te maken met een wisseling van de wacht. Dat kan niet anders, want de ‘vorige’ generatie wordt oud. Bij de ene moskee gaat die overgang makkelijker dan bij de andere. De oude bestuurders zien het liefst dat het blijft zoals het is. De jongeren willen alles anders. Professioneler, aantrekkelijker, sneller. Geen ledenadministratie op kaartjes, maar digitaal. Niet alleen bidden, maar geld verdienen door diensten aan te bieden. Niet binnenblijven, maar de buurt in, debatten organiseren en sportwedstrijden voor hangjongeren, hulp regelen voor islamitische ouderen, voorlichtingsmiddagen door moslimartsen.

Bij de El Islammoskee hebben ze een tussenoplossing bedacht. Drie van de vijf bestuursleden traden af en werden vervangen door vier jongeren. De twee oude bestuursleden zorgen voorlopig voor continuïteit.

De bestuurswisseling is noodzakelijk. Steeds meer moskeeën leiden een kwijnend bestaan. Buiten de vrijdag en de feestdagen sloffen vooral gepensioneerde mannen over de dikke tapijten. Probleem is: de jonge generatie staat niet te dringen om de ouderen van de troon te stoten. Een bestuursfunctie vinden veel twintigers en dertigers niet te combineren met carrière en privéleven.

Er gebeurt weinig en er kan zoveel, zegt Mohamed Ben Hammouch. „In deze tijd van etnische spanningen is een moskee een pracht van een vooruitgeschoven post. Wij kunnen zo zesduizend mensen in deze wijk bereiken.” We moeten niet binnenblijven, vindt hij. Hij wil vanuit de moskee schuldhulpverlening regelen en sportlessen voor jongeren. Hij wil debatten met lokale politici. „Wij moeten naar buiten. Daar zijn we nodig.”

Mohamed opent een deur naast de moskee. Binnen kijken twintig jongens naar voetbal op een groot tv-scherm. „Ze zitten niet ín de moskee”, zegt Mohamed. „Dat is een stap te ver. Ze zitten hier en dat heb ik liever dan dat ze buiten hangen.”

Hij stapt naar buiten en loopt naar de hoofdingang van de moskee. Als je vlak langs het gebouw loopt, zie je niet direct dat het een gebedshuis is. Het lijkt onderdeel van de huizenrij. Vanaf de overkant van de straat zie je dat het gebouw uit 1997 een moskee is, op de hoek gebouwd, met boogramen en een kleine minaret.

In de ruime hal staan kasten voor de schoenen, even verder een glazen hokje voor de portier. Op je sokken loop je op dik tapijt. Langs de wasgelegenheden, de trap op. Op de eerste verdieping de grote gebedsruimte voor de mannen. Een verdieping hoger een gebedsruimte voor de vrouwen, de kamer van de imam en lesruimtes voor lezingen, voor Arabische en Koranlessen voor kinderen.

In de mannenruimte hangt een groot bord met rijen kaartjes. Elk kaartje is een familie die lid is van de moskee. Elk lid betaalt jaarlijks 50 euro. „Niet iedereen betaalt”, zegt Mohamed. De jaarlijkse contributies zijn, met giften en inzamelingen, de enige inkomsten. Moskeeën krijgen geen subsidie. Het bord gaat weg, zegt Mohamed. Hij vindt een ledenadministratie die met de hand wordt bijgehouden niet meer van deze tijd.

Om te overleven is geld nodig. En om geld te verdienen, moet de moskee professionaliseren. Mohamed Ben Hammouch en zijn medebestuursleden hebben een ‘business model’ voor de moskee in gedachten.

Ze hebben veel plannen. In de moskee is een slecht toegankelijke, stoffige, religieuze bibliotheek. De bibliotheek is te beperkt, vindt Mohamed. Je kunt er alleen de beginselen van de islam vinden. Het bestuur wil een breder assortiment religieuze teksten en boeken aanbieden via internet. „Daar is behoefte aan”, zegt Mohamed. „De jongeren zijn steeds beter opgeleid en willen verdieping. Het liefst in het Nederlands, want steeds minder Marokkaanse Nederlanders beheersen het Arabisch.”

Er zijn meer voorbeelden. Mohamed, dromerig: „We zouden bedevaarten naar Mekka kunnen aanbieden. Er zijn veel malafide aanbieders, als wij nou een reisbureautje opzetten en alles betrouwbaar regelen. Dan komen de klanten vanzelf.” En als moskee El Islam samen met andere Haagse moskeeën elektriciteit, zeep en toiletpapier zouden inkopen, zouden ze flink kunnen besparen. „We zijn allemaal grootverbruikers.”

Mohamed wil dat de moskee ‘zichtbaarder’ wordt. „Er is twee keer per jaar een braderie in de Schilderswijk. Laten we daar gaan staan met lekkere hapjes.” Strijdlustig: „We moeten ons ontwikkelen.” Think globally, act locally. Er kan veel, maar het kost tijd. Het liefst zou hij elk plan door iemand laten uitwerken. „Maar een moskee is geen bedrijf, ik heb geen mensen in dienst.”

Houdt de oudere generatie het bij? Zij hebben de stenen gestapeld, zegt Mohamed. „Wij moeten het concept invullen. Dat is nog moeilijker.”

    • Sheila Kamerman