Kleine politici hebben grote gevolgen

Grote problemen, zoals van de euro, kunnen niet worden opgelost door oppervlakkige regelneven. Iedereen denkt dat hij premier kan worden, betoogt Andreas Kinneging.

De discussie van de afgelopen maanden over de eurocrisis stemt somber, op diverse niveaus – in de eerste plaats natuurlijk financieel en economisch. Hoe staan onze spaarcentjes en onze pensioenen ervoor? Is daar straks nog iets van over? Hoe zal onze koopkracht zich ontwikkelen? Wat te doen als deze plotsklaps daalt met eenvijfde? Hoe zeker zijn onze banen als straks allerlei bedrijven omvallen?

Ik heb sterk de indruk, als ik zo om me heen kijk, dat de meeste mensen de ernst van de crisis niet helemaal doorhebben – ook de politici niet. Dit baart me meer zorgen dan de eurocrisis zelf. Werkelijk alle signalen staan op rood. De politiek heeft Europabreed en vrijwel zonder dissidente stemmen ingezet op een behoud van de eurozone zoals deze is, inclusief de Zuid-Europese landen. Dit is verbijsterend en angstaanjagend. Het bewijst dat de hele politieke top van Europa de werkelijkheid niet onder ogen wil of kan zien.

Die werkelijkheid is dat Zuid-Europese landen volstrekt niet in staat zijn dat ene noodzakelijke te doen wat het monetaire stelsel zou kunnen redden: grootscheepse financiële en economische hervormingen doorvoeren, waarmee ze hun schuldenlast terugdringen. Hervormen zullen deze landen ook in de komende decennia niet kunnen. Daar helpt geen lievemoederen aan.

Europese hervormingsopdrachten, toezicht door het Internationaal Monetair Fonds en een Europese minister van Financiën – al deze voorstellen getuigen van een gebrek aan werkelijkheidsbesef. Een individu is al vrijwel niet te veranderen, laat staan de cultuur van hele landen! Bezuinigen met een sterke euro en het verhogen van de belastingdruk leiden geheid tot een diepe depressie, waardoor schulden helemaal niet meer kunnen de worden terugbetaald, en – erger nog – tot grote sociale en politieke instabiliteit. Heren politici, denk aan Colijn! Denk aan Weimar! Wie de geschiedenis niet kent, is gedoemd haar te herhalen.

Dit betekent dat de eurozone, zoals we die nu kennen, zijn langste tijd heeft gehad. We kunnen er nog een tijdje geld in blijven pompen, bijvoorbeeld door het noodfonds verder op te tuigen, maar dat is alleen maar een kostbaar uitstel van het onvermijdelijke.

De enige oplossing is dat de Zuid-Europese landen, om te beginnen Griekenland, maar waarschijnlijk ook Italië, Spanje en Portugal, uit de euro stappen. Dit is in het belang van Noord-Europeanen, die de schulden van de zuiderlingen niet kunnen blijven financieren, maar het is ook in het belang van Zuid-Europeanen. Een ten opzichte van de euro gedevalueerde eigen munt verdeelt de pijn het eerlijkst over de gehele bevolking en leidt het snelst tot economisch en financieel herstel.

Waarom worden deze simpele feiten niet onder ogen gezien? Waarom worden ze niet besproken? De drukpersen hadden allang moeten beginnen drachmes en lires te drukken. Waarom gebeurt dit niet?

Het antwoord staat in het werk Over de democratie in Amerika van Alexis de Tocqueville. Hij legt ons uit dat in tijden van rust en orde meer en meer kleine politici naar voren komen. Het zijn mensen die geen doordachte maatschappijvisie hebben, oppervlakkige mannen en vrouwen. Ze willen graag op het pluche zitten, maar weten niet goed wat ze moeten doen als ze daar eenmaal op zitten. Het zijn administrateurs, regeltechnici, bureaucratische geesten en burgemeesternaturen.

Dit is niet zo erg zolang rust en orde blijven voortbestaan, maar in tijden van werkelijke malaise, waarin het sociale bestel gevaar loopt, weten deze mensen zich geen raad. Ze zijn eenvoudigweg niet geëquipeerd om de problemen op te lossen waarmee ze plotsklaps worden geconfronteerd. Daarom zie je ze komen met oplossingen die wellicht werken bij kleine problemen, maar in deze omstandigheden slaan als een tang op een varken.

Grote problemen, zoals die van nu, kunnen alleen worden opgelost door grote politici, aldus Tocqueville – mensen als de Amerikaanse Founding Fathers, die de Onafhankelijkheidsoorlog tot een goed einde brachten en de Amerikaanse Constitutie bedachten.

Dit soort mensen is ver te zoeken in Europa, met Berlusconi als absoluut dieptepunt. Kunnen we erop vertrouwen dat in de komende maanden en jaren een ander en grootser type politici naar voren zal komen, nu de problemen zo groot aan het worden zijn dat ze niet langer kunnen worden overgelaten aan lilliputters?

Er zijn redenen om hierover pessimistisch te zijn. Dit is de diepste bron van mijn somberheid. Tocqueville stelt dat de aanwezigheid van zo veel grote politici rond de stichting van de Verenigde Staten een gelukkig toeval was, zoals ook Churchill en Mandela gelukkige toevallen waren – the right men in the right place at the right time.

Hoe vaak komt dit voor? Niet al te vaak, zeker niet in democratieën zoals die bestaan anno nu in Europa. Het ideaal van gelijkheid wordt inmiddels dermate alomvattend uitgelegd dat het besef van kwaliteitsverschil meer en meer vervaagt. Iedereen voelt zich de gelijke van alle anderen. Iedereen denkt dat hij geschikt is om premier te worden. De kans dat onder zulke omstandigheden grote politici worden herkend, laat staan erkend, acht ik vrijwel nul.

Andreas Kinneging is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden.

    • Andreas Kinneging